Opinie: de kaderwet in zijn huidige vorm bedreigt het overlegmodel

2025.055

 

Dr. Lieselot Brepoels, voorzitter ASGB-specialisten, heeft een opiniestuk geschreven in De Morgen over de kaderwet van minister Vandenbroucke.

Zij benadrukt vooral dat het wetsontwerp in zijn huidige vorm het overlegmodel onderuit dreigt te halen. 

Via de link hieronder kunnen abonnees van De Morgen het opiniestuk nalezen: 

https://www.demorgen.be/meningen/beweren-dat-ereloon-supplementen-kunnen-worden-uitgeveegd-zonder-effect-op-de-patientenzorg-is-kortzichtig~b74ae8dd/

Hierna vindt u eveneens de integrale tekst ervan.

 

Het Belgische overlegmodel binnen de gezondheidszorg, de conventie tussen artsen en ziekenfondsen, is uniek. Dat systeem heeft ons de voorbije zestig jaar een kwalitatieve gezondheidszorg bezorgd, die in tegenstelling tot in veel andere landen ook zeer breed toegankelijk is voor wie het nodig heeft.

Het is dit overlegmodel dat in het wetsontwerp van Frank Vandenbroucke (Vooruit) onderuit wordt gehaald: de minister wil het systeem zelf sturen. Dát is de kern van de discussie, en juist dat raakt voor de artsen aan de basis van hun werk. Als deze wet onveranderd wordt doorgevoerd, zal dat in de toekomst het overlegsysteem onderuithalen.

 

De discussies over het overlegmodel (en het wetsontwerp om het te veranderen) worden verengd tot een debat over de ereloonsupplementen. Laten we daar even op ingaan: ook als artsen zijn we tegen een geneeskunde met twee snelheden, voor meer transparantie en het aanpakken van excessen.

Dat een afschaffing van de ereloonsupplementen de zorg toegankelijker zal maken en de ongelijkheid in de zorg tegen zal gaan, is evenwel een misvatting. Dat zou zo zijn als de basisvergoedingen ook alle kosten zouden dekken en correct de inspanningen zouden weerspiegelen, want dan zijn die ereloonsupplementen niet nodig.

Vaststellingen:

- Afhankelijk van de geraadpleegde bron kom je uit bij 75 à 80 procent van het budget van de gezondheidszorg dat door de overheid wordt gefinancierd. De overige 20 à 25 procent komt dus van de patiënt (al dan niet via zijn hospitalisatieverzekering). De perceptie leeft dat dit allemaal ereloonsupplementen zijn, quod non.

- Een derde van de ziekenhuizen maakt jaarlijks verlies, en dit neemt toe. Ziekenhuizen zijn afhankelijk geworden van neveninkomsten (bijvoorbeeld parkeertarieven) om te overleven.

- Het niet-indexeren van de remgelden en het jarenlange onderindexeren van de honoraria maakt dat ook de inkomsten die de stijgende kosten moeten dekken steeds meer onder druk komen. Alle kosten van personeel, infrastructuur, farma... worden geïndexeerd, de technologische evoluties kosten steeds meer, maar de inkomstenkant volgt niet of onvolledig.

- Globaal gaat 35 à 40 procent van alle artsenhonoraria nu al naar het ziekenhuis. Voor de ereloonsupplementen is dit percentage verschillend tussen ziekenhuizen: gemiddeld 43 procent, maar het kan oplopen tot 93 procent – meestal is dat dan om een bepaalde investering of nieuwbouw te dekken.

De marge die door de ereloonsupplementen gecreëerd wordt, is dus een essentiële bron van inkomsten om innovatie en ondergefinancierde ziekenhuisactiviteiten te dekken. Over de privépraktijken zijn de cijfers minder beschikbaar, maar ook daar lopen de kosten van innovatie en bijvoorbeeld personeel op en zijn supplementen intussen essentieel voor het voortbestaan.

- De inkomsten van de artsen komen dus steeds meer onder druk door stijgende kosten, hogere afhoudingspercentages, duurdere materialen, ICT en technieken. Dat is zowel binnen als buiten de ziekenhuizen het geval.

 

Voor veel artsen gold vroeger de bluts met de buil: een praktijk was een aanvaardbare mix van minder en beter betaalde prestaties. Met het toenemende spanningsveld tussen kosten en marge wordt dit een stuk moeilijker. Dat zie je in de praktijk toenemen, waarbij sommige patiënten worden doorgestuurd naar elders omdat het verlieslatende prestaties betreft.

De bevolking maakt zich zorgen over het garanderen van de toegankelijkheid van zorg. Wij delen deze bezorgdheid. Er is evenwel een belangrijke factor die in de discussie rond (ereloon)supplementen ontbreekt: de eerste voorwaarde voor toegankelijkheid is dat ervoor gezorgd moet worden dat het gezondheidszorgsysteem voor iedereen in stand wordt gehouden, en daarbij ook kan investeren in technische evoluties.

Je kan dat goed vergelijken met de situatie bij de treinen. Ook daar betaalt de burger die bereid is meer uit te geven voor een grotere stoffen stoel in eerste klasse 50 procent meer. Die 50 procent meer creëert een marge die de NMBS kan gebruiken om ook minder rendabele treinen in te leggen. Verplaatsing en openbaar vervoer zijn aangetoond essentieel voor het welzijn en de kansen van vooral het minder begoede deel van de bevolking. De 50 procent meer gefinancierd door de begoede burger wordt herverdeeld, waarbij uiteindelijk iedereen zich verplaatst, en daar gaat het hier om. Als de eerste klasse wordt afgeschaft, is vooral de zwakkere de pineut.

 

Er is ons inziens niets mis mee als iemand ervoor kiest om te betalen voor een eenpersoonskamer en bereid is daar extra voor te betalen. Ook in de ambulante setting is er niets mis mee als een patiënt extra wil betalen om in een chiquere wachtzaal te zitten om 20 uur ’s avonds na werktijd, of om sneller van zijn niet-dringende probleem te worden afgeholpen. De bereidheid van deze patiënt om meer te betalen komt het systeem ten goede en zorgt voor een herverdeling, waarbij ook zwakkeren gebruik kunnen maken van de nieuwere technieken.

Beweren dat (ereloon)supplementen kunnen worden uitgeveegd zonder effect op de patiëntenzorg is kortzichtig. Laten we dus de excessen aanpakken, evenwel zonder het globale systeem in gevaar te brengen. Wij pleiten voor evenwichtig overleg. Laat dat nu net zijn wat in het voorstel van Frank Vandenbroucke van tafel wordt geveegd.

 

Reacties

Gewoon van 0 met een leeg bord beginnen, wat de ziekenhuisfinanciering betreft. Een balans opstellen die de kosten kan dragen zonder de ereloonsupplementen. Werken met een Gausscurve: de te dure ziekenhuizen zullen moeten bekrimpen en de zeer zuinige ziekenhuizen zullen wat meer speelruimte krijgen.
Gedaan met de diefstal op de erelonen. Wat de arts verdient is voor hem. Geen afgiftes meer, maar ook geen supplementen meer. Er zijn geen excuses meer zo.
Tony

Cornelissen Anthony

Reactie toevoegen

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
CAPTCHA
asgb omgekeerd
Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.

Hoe denk jij over de voorgestelde plannen voor de hervorming van de nomenclatuur? Laat het ons weten!

Een van de grote hervormingen die op stapel staan en een enorme impact op je praktijk zullen hebben, is die van de nomenclatuur. Op de website van het RIZIV kan je lezen waarom deze hervorming werd opgestart en uitgewerkt:

 

https://www.riziv.fgov.be/nl/nomenclatuur/hervorming-van-de-nomenclatuur-van-medische-verstrekkingen

 

2026.080

Nieuwe tarieven psychiatrie vanaf 1 juli 2026

 

In de tabellen ‘A.VI.3. Psychotherapieën’ en ‘A.VIII.5. Psychotherapieën en kinder- en jeugdpsychiatrie door een arts-specialist in opleiding’, wordt de omschrijving van de verstrekking 109572 aangepast; 

In de tabellen ‘A.VI.4. Kinder- en jeugdpsychiatrie’ en ‘A.VIII.5. Psychotherapieën en kinder- en jeugdpsychiatrie door een arts-specialist in opleiding’, worden de verstrekkingen 109292 en 109314 toegevoegd;

In de tabel ‘A.I.3. Zorg op afstand door een arts‘, wordt de verstrekking 107811 toegevoegd.

2026.079

Aanpassing tarieven medische beeldvorming vanaf 1 juli 2026

 

In de tabel « A.5° Bloedvatenstelsel », worden de verstrekkingen 453515-453526 en 453530-453541 geschrapt;

In de tabel « C.5° Bloedvatenstelsel », worden de verstrekkingen 464516-464520 en 464531-464542 geschrapt; 

In de tabel « A.11° Computergestuurde tomografieën », worden de verstrekkingen 459874-459885 geschrapt;

In de tabel « A.11° Computergestuurde tomografieën », wordt de sleutelletterwaarde van de verstrekkingen 457855-457866, 457870-457881, 457892-457903, 458835-458846, 458850-458861 en 459351-459362 met 22,21% verminderd.