Opinie Dr. Gevaert: ‘Overlegmodel mag niet uitgehold worden!’

2021.167

Onlangs werd het Budget 2022 in het Verzekeringscomité van het Riziv goedgekeurd.  Dr. Gevaert, Co-voorzitter van ASGB en tevens voorzitter van het Kartel ziet enkele bedreigingen. Zo mag de shift van afzonderlijke financiering van alle sectoren naar het zogenaamde transversale model er niet voor zorgen dat het artsenoverleg, dat in al die jaren zijn deugdelijkheid bewezen heeft, uitgehold wordt.

 

Het was alle hens aan dek het voorbije anderhalf jaar om de covidcrisis te beheersen. Daardoor was er weinig aandacht en tijd over voor de grote werven die opgestart zijn binnen het RIZIV en de FOD, zoals de hervorming van de nomenclatuur, de ziekenhuisfinanciering en de verdere uitwerking ziekenhuisnetwerken. Of de eerste stappen in doelmatige en transversale zorg met een meerjarenbegroting, wat een enorme omwenteling is in het bestaande organisatie- en financieringssysteem. Nu worden de verschillende sectoren (bv. artsen of tandartsen) immers afzonderlijk gefinancierd en wordt er per sector onderhandeld over de besteding van budgetten (voor artsen is dit binnen de Medicomut / Nationale Commissie Artsen Ziekenfondsen (NCAZ)). Met de shift richting transversale zorg wordt het zgn. silomodel ingeruild voor een geïntegreerd model waarbij budgetten voortaan tussen de verschillende zorgverleners verdeeld worden (dus onderhandelingen tussen artsen, tandartsen, kinesisten, …). Op zich zeer aantrekkelijk. Immers, wat kan je tegen een geïntegreerd model hebben waarbij de patiënt centraal wordt gesteld en alle zorgverstrekkers zich aligneren in zorgpaden rondom die patiënt. Een holistische benadering dus, met een holistische financiering. Klinkt zeker goed.

 

Na veel nota’s en teksten die vooral uitblonken in vaagheid kwam de voorbije week het budget 2022 op tafel. Wat bleek: de groeinorm van 2,5% bovenop de index gaat integraal naar de transversale zorg en gezondheidsdoelstellingen. Als we de invulling van die doelstellingen bekeken bleken deze vaag, niet gebudgetteerd en sommigen niet eens goed gevalideerd. Dus, terwijl er heel wat noden zijn voor de artsen - zoals de opwaardering van de raadplegingen of extra middelen voor de weekwachtposten, is voor deze onderhandelingen enkel de index beschikbaar, terwijl voor vage transversale projecten middelen onze volledige budgettaire marge wordt gebruikt. En dat mede onder druk van sommige van onze collega’s aan de onderhandelingstafel.

De goednieuwsshow rond dit transversale verhaal (dat bovendien is ingeschreven in het regeerakkoord) én de enorme tijdslimiet plaatsen ons als artsen met de rug tegen de muur. Immers, we worden als artsen mee in een systeem van transversale zorg geduwd onder het mom van kwaliteit, maar we dreigen te verzanden in een kluwen van vergaderingen en commissies zonder duidelijk zicht op doelmatigheid van zorg én bijhorende besteding van middelen.

 

Je kan veel kritiek hebben op het overlegmodel artsen-ziekenfondsen, maar het staat al jarenlang garant voor tariefakkoorden, waardoor de conventiegraad van artsen hoog blijft en de tariefzekerheid voor de patiënt betrouwbaar. Als de overheid denkt dat ze geruisloos dit overlegmodel kan uithollen door het te verwateren in een transversaal zorgsysteem, dan denkt ze toch beter goed na en blijft ze artsen betrekken als volwaardige gesprekspartners. We zijn pro hervormingen, maar wel hervormingen die goed uitgewerkt en gebudgetteerd zijn en echte doelmatigheid en kwaliteitsbevordering voor de patiënt inhouden. Geen vage hervormingen die vooral de deur openzetten naar bureaucratie, forfaitarisering, verlies van autonomie én geruisloos opzij schuiven van de artsen als volwaardige gesprekspartners. Want dan riskeer je als overheid de ziekenhuisvlucht naar privépraktijken met vrije tariefzetting enkel een enorme boost te geven.

 

Als constructieve artsenvereniging hebben we voor de nota gestemd, goed wetende dat we hierdoor quasi geen budgettaire marge hebben voor het komende tarievenakkoord. Omdat hervormingen nodig zijn en we de overheid een kans willen geven om deze in overleg met de artsen door te voeren.  Echter met het voordeel van de enorme twijfel. Aan de overheid om onze twijfel en scepsis weg te nemen het komende jaar. Want vertrouwen komt te voet en gaat te paard.  En na het voorbije anderhalve jaar zijn ons vertrouwen en geduld meer dan ooit tevoren op de proef gesteld. Aan de overheid om te tonen dat we volgend jaar opnieuw voor moeten stemmen.

Deze opinie verscheen in De Artsenkrant

www.artsenkrant.com/actueel/quo-vadis-overlegmodel/article-opinion-57193.html

Reactie toevoegen

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
CAPTCHA
Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.
7 + 2 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.
2022.139

SAVE THE DATE : ASGB-congres op 11 maart 2023

Op zaterdag 11 maart 2023 zal het ASGB-congres doorgaan.

Programma en details volgen nog, maar noteer de datum alvast in uw agenda.

2022.155

Minder ziekteattesten voor 1 dag voortaan?

 

Op 18 november jl. is de wet verschenen die stelt dat werknemers drie maal per jaar geen ziekteattest aan hun werkgever hoeven te bezorgen voor een ziekte van 1 dag en/of een 1ste ziektedag van een langere periode. Deze wet treedt in werking op 28 november 2022.

Laat ons eerst positief zijn: het gaat hier om een stap in de goede richting waardoor de attesten-overlast hopelijk toch al iets zal dalen. Anderzijds zou die positieve impact echter wel eens vrij beperkt kunnen zijn.

2022.154

Nieuw KB over zorgprogramma’s beroertezorg

 

Op 22 nov 2022 is een KB m.b.t. de erkennings- en programmatienormen voor het zorgprogramma beroertezorg gepubliceerd. Dit KB is gebaseerd op een advies van de FRZV van 12 mei 2022 waarin aangeraden werd om met de volgende criteria rekening te houden:

  •     Een aantal trombectomieën per centrum van gemiddeld 50 over de laatste drie jaar
  •     Een afstandscriterium tussen twee centra van 25 km (en 8 km in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest)

 

Hierna vindt u de integrale tekst van het KB van 22 nov 2022.