KB inzake consumptiecheques zorgpersoneel verschenen

ASGB-BERICHT 2021.004
Icoon thema staatsblad

 

Naast de eenmalige premie van € 985 euro voor een voltijdse werknemer heeft het ziekenhuispersoneel en sommige andere zorgpersoneelsleden (o.a. van wijkgezondheidscentra, diensten voor thuisverpleging, e.a) als compensatie voor de geleverde COVID-inspanningen ook nog recht op zgn. consumptiecheques ter waarde van in principe € 300 per persoon. Met dit systeem ontvangt men € 300 netto in de vorm van cheques die men kan (en moet) aanwenden in de zwaar getroffen sectoren, zoals de horeca- en de evenementensector.

Op 29 december 2020 is een KB verschenen dat de financiering van de toekenning van deze cheques vastlegt. U vindt de integrale tekst van dit KB hierna volgend.


Publicatie: 2020-12-29

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU

22 DECEMBER 2020. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de financiering en de modaliteiten voor de invoering van een solidariteitspremie in de federale gezondheidssectoren

FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de programmawet van 2 januari 2001, artikel 59quater;
Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 16 november 2020;
Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting, gegeven op 25 november 2020;
Gelet op de regelgevingsimpactanalyse uitgevoerd overeenkomstig artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;
Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid dat de toekenning van deze premie kadert in de erkentelijkheid van de overheid ten aanzien van het personeel van de federale gezondheidssectoren voor hun inspanningen tijdens de eerste golf van de Covid-pandemie;
Dat deze premie dient toegekend te worden onder de vorm van een consumptiecheque;
Dat de sociale partners zo snel als mogelijk de sociale akkoorden die noodzakelijk zijn voor de toekenning van deze consumptiecheque moeten kunnen aanvatten;
Dat de uitgiftedatum en datum van uiterste gebruik van deze consumptiecheque strikt beperkt zijn in de tijd;
Dat het nemen van dit besluit bijgevolg dringend is teneinde de betrokkenen de nodige rechtszekerheid te bieden;
Dat bovendien de middelen die voorzien zijn voor de financiering van deze premie-welke onder de vorm van een consumptiecheque wordt toegekend, dienen vastgelegd te worden voor 31 december 2020.
Dat deze omstandigheden bijgevolg niet toelaten om dertig dagen te wachten op het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State, in het bijzonder omwille van de noodzaak om zonder verwijl de nodige maatregelen te treffen opdat de betrokken personen aanspraak zouden kunnen maken op het voordeel dat hen toekomt;
Overwegende dat deze premie kan worden gefinancierd overeenkomstig de artikelen 121 tot 124 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, en de departementale begroting van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu zoals voorzien in de financiewet voor het begrotingsjaar 2020 (1) van 20 december 2019 en overeenkomstig de wet van 30 juni 2020 tot opening van voorlopige kredieten voor de maanden juli, augustus, september en oktober 2020;
Overwegende dat de consumptiecheques moeten worden toegekend overeenkomstig artikel 19quinquies van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;
Gelet op advies 68.393/1 van de Raad van State, gegeven op 8 december 2020, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Voor de financiering van een eenmalige solidariteitspremie volgens het systeem van de consumptiecheque voor het personeel van de federale gezondheidssectoren, wordt voor het jaar 2020 een bedrag van 50.573.000 euro voorzien. Op de begroting van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu is reeds een bedrag van 37.500.000 EUR ingeschreven. Het resterende bedrag, met name 13.073.000, wordt voorzien via de interdepartementale provisie COVID19.
Art. 2. § 1. Voor de toepassing van dit besluit dient onder "personeel" te worden verstaan :
- de vastbenoemde medewerkers;
- de medewerkers benoemd door een OCMW of door een OCMW-vereniging en tewerkgesteld in een ziekenhuis worden beschouwd als zijnde in dienst bij het OCMW;
- de contractuele personeelsleden.
§ 2. De artsen worden niet beoogd door deze premie.
Art. 3. Voor de toepassing van dit besluit dient onder "federale gezondheidssectoren" te worden verstaan :
a) de ziekenhuizen die onderworpen zijn aan de wet op de ziekenhuizen met uitsluiting van de zorgvoorziening voor gezondheidszorg als vermeld in artikel 5, § 1, I, eerste lid, 3° en 4°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen waarin passende zorg wordt aangeboden aan patiënten van wie de gezondheidstoestand de opname of het verblijf vereisen, met als doel de gezondheidstoestand te herstellen of te verbeteren door de ziekte te bestrijden of de patiënt te revalideren;
b) de forensisch psychiatrische centra;
c) de centra voor begeleiding bij ongewenste zwangerschap, de pediatrische revalidatiecentra en de inrichtingen voor kinderen met neurologische en psychiatrische stoornissen, waarmee het Verzekeringscomité van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV) op voorstel van het College van artsen-directeurs, in uitvoering van artikel 22, 6° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, een overeenkomst heeft afgesloten, met uitsluiting van de centra voor long term care revalidatie als vermeld in artikel 5, § 1, I, eerste lid, 5° van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;
d) de diensten voor thuisverpleging;
e) de wijkgezondheidscentra;
f) de diensten van het bloed van het Rode Kruis van België.
Art. 4. Dit bedrag wordt toegewezen aan het Fonds Sociale Maribel 330 en aan het Fonds Sociale Maribel van de overheidssector, en binnen deze Fondsen verder verdeeld aan de betrokken (sub)sectoren, in verhouding tot het aantal personeelsleden, uitgedrukt in voltijdse equivalenten, dat er in 2019 respectievelijk werkzaam was.
Art. 5. De betalingen door de Fondsen aan de betrokken werkgevers van de premie ter financiering van de toekenning van een consumptiecheque zijn afhankelijk van de afsluiting van een collectieve arbeidsovereenkomst of een protocolakkoord tot toekenning van een consumptiecheque zoals voorzien in artikel 19quinquies van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.
De Fondsen storten de eenmalige solidariteitspremie ter financiering van de toekenning van de consumptiecheque aan de betrokken werkgevers in verhouding tot het aantal werknemers dat aanspraak kan maken op de toekenning van een consumptiecheque bij de betrokken werkgever.
Daartoe communiceren de werkgevers aan de Fondsen hoeveel werknemers ingevolge bovenvermelde collectieve arbeidsovereenkomst of protocolakkoord aanspraak maken op de toekenning van een consumptiecheque.
Art. 6. Uiterlijk op 31 december 2021 maken de Fondsen een rapport over aan de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu waarin de aanwending van deze middelen is toegelicht en waaraan een lijst is gevoegd met het detail van het gestorte bedrag per werkgever en een vermelding van de collectieve arbeidsovereenkomst of het protocolakkoord op basis waarvan de consumptiecheques werden toegekend.
Art. 7. De Fondsen zullen het eventuele saldo van de toegewezen en niet-aangewende bedragen in de loop van het jaar 2022 terugstorten aan de Schatkist.
Art. 8. Het bedrag bedoeld in artikel 1 wordt, ten laste van basisallocaties 25/51.22.32.00.01 en 25/51.22.41.70.01, van de begroting van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, begrotingsjaar 2020, gestort aan:
a) het Fonds Sociale Maribel 330 voor een bedrag van 35.333.400 euro;
b) het Fonds Sociale Maribel van de Overheidssector voor een bedrag van 15.239.600 euro.
Art. 9. De minister bevoegd voor Sociale zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 22 december 2020.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
Fr. VANDENBROUCKE

Reacties

Wanneer krijgen we die cheques van 300 euro grtjs

Iris Vanmechelen
ASGB-BERICHT

2020.217

Op 16 december 2020 werd door de medicomut een akkoord artsen-ziekenfondsen 2021 afgesloten. Een akkoord van één jaar, afgesloten in een bijzonder jaar onder bijzondere omstandigheden: via teleconferentie en met een budget, dat niet veel speelruimte liet. Met een index van 1,01 % was er niet veel indexmassa. Maar aan de andere kant heeft de Covid-pandemie nog eens duidelijk een aantal pijnpunten in ons gezondheidssysteem blootgelegd en spreekt uit dit akkoord de wil om daar versneld naar oplossingen te zoeken.

0
ASGB-BERICHT

2020.209

Minister Vandenbroucke legde onlangs in een tv-debat de herijking en hervorming van de nomenclatuur opnieuw op tafel. Het dossier zit al jaren muurvast, terwijl de geesten nu stilaan wat gerijpt zijn. De minister kan dan ook rekenen op ASGB/Kartel om het debat te heropenen. Echter niet met een blanco cheque. Want we zeggen nu al dat dit dient te kaderen in een grondige hervorming waarbij ook de onderfinanciering van de ziekenhuizen en het bestuursmodel mee op tafel moet komen.

1
ASGB-BERICHT

2021.017

 

De Covidbarometer 2.0 van Sciensano wil de consultaties voor acute luchtweginfecties, griepsyndromen en vermoedelijke of bevestigde COVID-19-infecties in de huisartsenpraktijken beter in kaart brengen.

0