Nieuw KB beperkt de verpleegkundige taken die tijdelijk gedelegeerd kunnen worden

ASGB-BERICHT 2021.001
Icoon thema staatsblad

Ingevolge een wet van 6 november 2020 werd het mogelijk om een eventueel tekort aan verplegend personeel tijdens de duur van COVID-crisis op te vangen. Deze wet laat immers toe dat verpleegkundige taken tijdelijk (voorlopig tot 1 april 2021) uitgeoefend worden door personen die daar wettelijk (nog) niet voor bevoegd zijn. Denk bv. aan studenten verpleegkunde.

Niet alle taken kunnen echter gedelegeerd worden. Zo was het de bedoeling om bij KB een lijst van taken op te sommen die uitdrukkelijk uitgesloten worden van de mogelijkheid tot delegeren. Die lijst is op 30 december 2020 in het Staatsblad gepubliceerd.

Hierbij vindt u de volledige lijst van voor delegatie uitgesloten handelingen.


Publicatie : 2020-12-30

FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU

FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 6 november 2020 om toe te staan dat in het kader van de coronavirus-COVID-19-epidemie verpleegkundige activiteiten worden uitgeoefend door personen die wettelijk daartoe niet bevoegd zijn, artikel 3, § 2;
Gelet op het advies van de Technische Commissie voor verpleegkunde, gegeven op 17 november 2020;
Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 1 december 2020;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1;
Gelet op dringende noodzakelijkheid;
Overwegende het advies van de Hoge Gezondheidsraad, gegeven op 17 maart 2020;
Overwegende het koninklijk besluit van 19 april 2020 houdende de afkondiging van de toestand van de coronavirus COVID-19 epidemie op het Belgisch grondgebied;
Overwegende de wet van 6 november 2020 om toe te staan dat in het kader van de coronavirus-COVID-19-epidemie verpleegkundige activiteiten worden uitgeoefend door personen die wettelijk daartoe niet bevoegd zijn;
Dat deze voorziet in een uitzonderlijke maatregel om het verplegend personeel te helpen; dat het personeel wordt geconfronteerd met de stijgende toename van het aantal COVID-19-patiënten die verpleegkundige zorg nodig hebben;
Dat, gezien de evolutie van de situatie, de verpleegkundigen nog steeds breed worden ingezet in alle diensten die bij het beheer van deze crisis betrokken zijn terwijl dat er een toenemend ziekteverlet is in de beroepsgroep van de verpleegkundigen wegens de crisis;
Dat het risico bestaat dat er niet meer voldoende verplegend personeel beschikbaar is om de verpleegkundige zorg te geven terwijl de gezondheidscrisis nog niet voorbij is;
Dat daarom de wet van 6 november 2020 gestemd werd teneinde kwaliteitsvolle en veilige verpleegkundige zorg zoveel mogelijk te blijven garanderen tijdens deze pandemie;
Dat deze wet van 6 november 2020 dus tot doel heeft een kader te scheppen dat het stellen van verpleegkundige activiteiten door daartoe niet bevoegde personen regelt, waarbij erop wordt toegezien dat de zorg in een veilig en kwaliteitsvol kader aan de patiënt wordt verstrekt;
Dat deze mogelijkheid om de uitoefening van verpleegkundige activiteiten toe te staan tijdelijk is en gerechtvaardigd wordt door de gezondheidscrisis; dat het, zoals in de wet wordt gesteld, een laatste redmiddel is waarover kan worden beslist wanneer alle andere bestaande middelen om wettelijk bevoegde personen te mobiliseren zijn uitgeput en een goede zorgverlening niet meer kan worden gegarandeerd; dat de keuze om deze mogelijkheid toe te passen, evenals de keuze van de persoon aan wie de tijdelijke uitoefening wordt toevertrouwd, behoort tot het verplegend personeel;
Dat diezelfde wet niettemin voorziet in de uitsluiting van verpleegkundige activiteiten op vier gebieden, wegens de deskundigheid die vereist is om deze activiteiten uit te oefenen of het risico dat ermee gepaard kan gaan indien ze niet door verpleegkundigen worden uitgeoefend;
Dat de wet ook bepaalt dat de Koning deze uitgesloten gebieden kan uitbreiden door middel van een lijst van verpleegkundige activiteiten, of de uitoefening van bepaalde toegestane activiteiten kan voorbehouden aan bepaalde beroepen in de gezondheidszorg;
Dat daarom het huidige besluit onverwijld moet genomen worden om de lijst van activiteiten die niet kunnen worden gedelegeerd vanwege hun technisch karakter en specificiteit uit te breiden;
Dat de huidige situatie dringende wetgeving vereist, zodat dit besluit zo snel mogelijk het geheel van de reeds genomen maatregelen kan ondersteunen om deze gezondheidscrisis te beheersen.
Op de voordracht van de Minister van Volksgezondheid,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. De activiteiten vermeld in de bij dit besluit gevoegde lijst, zijn uitgesloten van de toegestane activiteiten krachtens artikel 2 van de wet van 6 november 2020 om toe te staan dat in het kader van de coronavirus-COVID-19-epidemie verpleegkundige activiteiten worden uitgeoefend door personen die wettelijk daartoe niet bevoegd zijn.
Art. 2. Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt en treedt buiten werking op 1 april 2021.
Art. 3. De minister bevoegd voor Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 13 december 2020.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid,
Fr. VANDENBROUCKE
 

Bijlage bij het koninklijk besluit tot uitvoering van het artikel 3, § 2 van de wet van 6 november 2020 om toe te staan dat in het kader van de coronavirus-COVID-19-epidemie verpleegkundige activiteiten worden uitgeoefend door personen die wettelijk daartoe niet bevoegd zijn
Bijlage bij het koninklijk besluit tot uitvoering van het artikel 3, § 2 van de wet van 6 november 2020 om toe te staan dat in het kader van de coronavirus-COVID-19-epidemie verpleegkundige activiteiten worden uitgeoefend door personen die wettelijk daartoe niet bevoegd zijn
Lijst van de activiteiten die uitgesloten zijn van de toegestane activiteiten krachtens artikel 2 van de wet van 6 november 2020 om toe te staan dat in het kader van de coronavirus-COVID-19-epidemie verpleegkundige activiteiten worden uitgeoefend door personen die wettelijk daartoe niet bevoegd zijn
De volgende activiteiten zijn uitgesloten van de toegestane activiteiten krachtens artikel 2 van de wet van 6 november 2020:
- De verpleegkundige diagnostiek en het bepalen van de verpleegkundige zorgen
- Beslissen van het uitvoeren en/of delegeren/subsidiariteit van verpleegkundige handelingen
- Het delegeren van, opleiden in en toezicht op verpleegkundige handelingen
- Coördinatie van de verpleegkundige zorgen
- Zuurstoftoediening
- Luchtwegenaspiratie en drainage
- Verpleegkundige zorgen aan en toezicht op patiënten met een kunstmatige luchtweg
- Gebruik van en toezicht op toestellen voor gecontroleerde beademing
- Plaatsen van intraveneuze katheters in een perifere vene, bloedafneming en intraveneuze perfusie met een isotonische zoutoplossing, eventueel met gebruik van een debietregelaar
- Plaatsen van een intraveneuze perfusie met een isotonische zoutoplossing via een subcutaan poortsysteem dat verbonden is met een ader, bloedafneming en gebruik van een debietregelaar
- Manuele verwijdering van fecalomen
- Vaginale spoeling
- Aseptische vulvazorgen
- Voorbereiding, uitvoering van en toezicht op:
• de verzorging van wonden met wieken en drains
• verwijdering van losse vreemde voorwerpen uit de ogen
- Verpleegkundige zorgen aan en toezicht op prematuren met gebruik van incubator
- Toezicht op de voorbereiding van te steriliseren materialen en op het sterilisatieproces
- Manipulatie van radioactieve producten
- Maatregelen ter voorkoming van lichamelijke letsels: fixatiemiddelen, isolatie, beveiliging, toezicht
- Vervoer van patiënten die een bestendig toezicht nodig hebben
- Beheer van de chirurgische en anesthesiologische uitrusting
- Voorbereiding van de patiënt op de anesthesie en de chirurgische ingreep
gezien de techniciteit, de vereiste specifieke competenties en de betrokkenheid van verantwoordelijkheid van de betrokken arts :
- De technische verpleegkundige verstrekkingen die door beoefenaars van de verpleegkunde mogen worden verricht waarvoor een voorschrift van de arts nodig is (B2), zoals bepaald in het koninklijk besluit van 18 juni 1990 houdende vaststelling van de lijst van de technische verpleegkundige verstrekkingen en de lijst van de handelingen die door een arts of een tandarts aan beoefenaars van de verpleegkunde kunnen worden toevertrouwd, alsmede de wijze van uitvoering van die verstrekkingen en handelingen en de kwalificatievereisten waaraan de beoefenaars van de verpleegkunde moeten voldoen, met uitzondering van de volgende technische verpleegkundige verstrekkingen:
o Voorbereiding en toediening van vaccins,
o Staalafneming en collectie van secreties en excreties met uitsluiting van wissers van meer dan 8 centimeter, en
o Bloedafname via capillaire punctie;
- De handelingen die door een arts of een tandarts aan beoefenaars van de verpleegkunde kunnen worden toevertrouwd (C), zoals bepaald in hetzelfde koninklijk besluit;
- De technische verpleegkundige verstrekkingen en de handelingen die door een arts kunnen worden toevertrouwd voorbehouden aan de verpleegkundigen die houder zijn van een bijzondere beroepstitel, zoals bepaald in hetzelfde koninklijk besluit.
Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 13 december 2020 tot uitvoering van het artikel 3, § 2 van de wet van 6 november 2020 om toe te staan dat in het kader van de coronavirus-COVID-19-epidemie verpleegkundige activiteiten worden uitgeoefend door personen die wettelijk daartoe niet bevoegd zijn.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid,
Fr. VANDENBROUCKE
 

ASGB-BERICHT

2020.217

Op 16 december 2020 werd door de medicomut een akkoord artsen-ziekenfondsen 2021 afgesloten. Een akkoord van één jaar, afgesloten in een bijzonder jaar onder bijzondere omstandigheden: via teleconferentie en met een budget, dat niet veel speelruimte liet. Met een index van 1,01 % was er niet veel indexmassa. Maar aan de andere kant heeft de Covid-pandemie nog eens duidelijk een aantal pijnpunten in ons gezondheidssysteem blootgelegd en spreekt uit dit akkoord de wil om daar versneld naar oplossingen te zoeken.

0
ASGB-BERICHT

2020.209

Minister Vandenbroucke legde onlangs in een tv-debat de herijking en hervorming van de nomenclatuur opnieuw op tafel. Het dossier zit al jaren muurvast, terwijl de geesten nu stilaan wat gerijpt zijn. De minister kan dan ook rekenen op ASGB/Kartel om het debat te heropenen. Echter niet met een blanco cheque. Want we zeggen nu al dat dit dient te kaderen in een grondige hervorming waarbij ook de onderfinanciering van de ziekenhuizen en het bestuursmodel mee op tafel moet komen.

1
ASGB-BERICHT

2021.017

 

De Covidbarometer 2.0 van Sciensano wil de consultaties voor acute luchtweginfecties, griepsyndromen en vermoedelijke of bevestigde COVID-19-infecties in de huisartsenpraktijken beter in kaart brengen.

0