Inwerkingtreding van Besluit zorgstrategische planning uitgesteld tot 1 juli 2021

ASGB-BERICHT 2020.220

Ingevolge een besluit van de Vlaamse regering van 26 april 2019 diende elk locoregionaal samenwerkingsinitiatief een regionaal zorgstrategisch plan en een thematisch zorgstrategisch plan op te maken. De deelnemende ziekenhuizen moesten een individueel zorgstrategisch plan opmaken.

Omwille van COVID-19 werd de initieel voorziene datum van inwerkingtreding van 1 januari 2021 zes maanden opgeschoven. Een besluit dat gepubliceerd werd in het Staatsblad van 18 december 2020 legt die datum nu immers vast op 1 juli 2021.

2026.096

Nieuw rapport van de Commissie voor Gezondheidszorgdoelstellingen

 

Begin 2025 werd in de schoot van het RIZIV een zgn. Commissie voor Gezondheidszorgdoelstellingen (GDOS) opgericht.

Die commissie waarin de zorgverleners (en zeker de artsen) zwaar in de minderheid zijn en bovendien geen stemrecht hebben, heeft de taak om de regering te adviseren over wat er prioritair is op het vlak van de gezondheidszorg.

2026.095

RIZIV-premie voor verpleegkundige in huisartsenpraktijk: wat is nieuw vanaf 2026?

 

Twee jaar geleden, in 2024, werd er vanuit de Medicomut een bijkomende ondersteuning (naast en los van het al eerder bestaande Impulseo) ingevoerd voor huisartsenpraktijken die met een verpleegkundige werken.

Het ging toen om twee afzonderlijke premies, de ene tegemoetkoming voor zorgcontinuïteit genoemd en bedoeld voor ‘eerste aanwervingen’, de andere tegemoetkoming voor praktijkbeheer genoemd en bedoeld voor praktijken die al langer met verpleegkundigen werkten. 

2026.094

Nieuwe wet geeft IMA meer macht om fraude op te sporen

 

Op 11 augustus 2026 werd een wet diverse gezondheidsbepalingen in het Staatsblad gepubliceerd.

Met ‘divers’ heeft deze wet van 20 juli 2026 haar naam niet gestolen want ze behandelt een beetje van alles, onder meer inzake geneesmiddelen, elektronisch voorschrijven, enz. Zie hiervoor het bijgevoegd overzicht uit de nota CGV2026-172.

De belangrijkste topic heeft echter betrekking op het uitbreiden van de bevoegdheden van het InterMutualistisch Agentschap inzake het bestrijden van fraude.