Sociaal statuut - BS 21-10-2019: 2 KB’s en alle documenten

ASGB-BERICHT 2019.120
Icoon thema staatsblad

 

Geachte collega

In het BS van 21/10/2019 verscheen eindelijk het KB i.v.m. het aanvragen van het sociaal statuut.

Ook de activiteitsdrempels en de assimilaties zijn toegevoegd.

Deze drempels gelden niet wanneer u minder dan 5 jaar actief bent of wanneer u ASO of HAIO bent.

Bijgevoegd vindt u de volledige procedure zoals die door het Riziv gepubliceerd werd, evenals de aanvraagformulieren.

Indien u uw wettelijk pensioen hebt opgenomen na 1/1/2016 dan kan u vanaf nu ook de premie aanvragen, ook voor de vorige jaren tot en met 2016.

Let wel: alleen voor de jaren waarin u nog een heel jaar effectief gepresteerd hebt en waarin u de activiteitsdrempel bereikt hebt, "met dien verstande dat de voorwaarde van daadwerkelijke uitoefening van de beroepsactiviteit gedurende het gehele kalenderjaar vervalt voor het dienstjaar waarin de zorgverlener zijn professionele activiteit definitief stopt, onverminderd enige voorwaarden opgelegd inzake drempelactiviteit".

Aan de fiscale behandeling ervan hebben we helaas niets kunnen wijzigen.

  • Om het sociaal voordeel 2019 te genieten moest u ten laatste op 31 augustus uw aanvraag terugsturen (zie ASGB-bericht 2019.096).
  • De aanvraagperiode voor het conventievoordeel na pensioenopname voor de jaren 2016 t.e.m. 2019 loopt tot 29 februari 2020.
  • We zullen een en ander begin 2020 nog eens herhalen.

met collegiale groeten, het ASGB-bestuur

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID

19 SEPTEMBER 2019. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 6 maart 2007 tot instelling van een regeling van sociale voordelen voor sommige geneesheren

FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, artikel 54, § 2, gewijzigd bij wet van 30 oktober 2018 houdende diverse bepalingen inzake gezondheid;
Gelet op het koninklijk besluit van 6 maart 2007 tot instelling van een regeling van sociale voordelen voor sommige geneesheren;
Gelet op het advies van de Nationale Commissie Artsen - Ziekenfondsen van 23 april 2018;
Gelet op het advies van de Commissie voor Begrotingscontrole, gegeven op 23 mei 2018;
Gelet op het advies van het Comité van de Verzekering voor Geneeskundige Verzorging, gegeven op 28 mei 2018;
Gelet op het advies van de Inspecteur van financiën, gegeven op 26 september 2018;
Gelet op de akkoordbevinding van Onze Minister van Begroting en Administratieve Vereenvoudiging, gegeven op 1 juli 2019;
Gelet op het advies 66.410/2/V van de Raad van State, gegeven op 5 augustus 2019 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2° van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Artikel 1, § 4, van het koninklijk besluit van 6 maart 2007 tot instelling van een regeling van sociale voordelen voor sommige geneesheren, wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De berekening van de minimumdrempel geschiedt uitsluitend op basis van de verstrekkingen die op de persoonlijke naam van de arts werden geboekt, aangevuld met de verstrekkingen welke individueel door de arts werden gepresteerd, maar legaal werden geboekt op naam van een derde, mits schriftelijk bewijs van deze constructie en een verklaring op eer van de verantwoordelijke derde welk aandeel verstrekkingen voor het gehele referentiejaar aan de individuele arts dient te worden toegekend. Voor artsen tijdens het referentiejaar werkzaam in het buitenland volstaat een verklaring op eer hiervan als bewijs van het behalen van de minimumdrempel."
Art. 2. In artikel 1 van voornoemd koninklijk besluit van 6 maart 2007, worden de paragrafen 5/1 tot 5/4 ingevoegd, luidende:
" § 5/1. De artsen die gedurende het referentiejaar effectief prestaties hebben geleverd welke ten laste worden genomen door de verplichte zorgverzekering, zonder dat deze evenwel vervat zijn in de individueel aanrekenbare geboekte verstrekkingen, worden geacht te voldoen aan de in § 4 vastgelegde voorwaarde inzake activiteitsdrempel, mits een schriftelijk bewijs van deze prestatie ten belope van gemiddeld 13 uur per week in het referentiejaar. Hieronder worden in bijzonder begrepen de artsen die betrokken zijn bij een klinische activiteit in transfusiecentra en in de federale (revalidatie)centra gefinancierd door het RIZIV.
§ 5/2. De artsen die gedurende het referentiejaar effectief met de verplichte verzekering voor prestaties hebben samengewerkt teneinde klinische taken te vervullen welke een bijdrage vormen aan de uitvoering van de uitvoering van de verplichte zorgverzekering, zonder dat deze evenwel vervat zijn in de individueel aanrekenbare geboekte verstrekkingen of zonder daarom noodzakelijk zelf verstrekkingen te presteren, worden geacht te voldoen aan de in § 4 vastgelegde voorwaarde inzake activiteitsdrempel, mits een schriftelijk bewijs van deze prestatie ten belope van gemiddeld 13 uur per week in het referentiejaar. Hieronder worden in bijzonder doch niet limitatief begrepen de artsen die expliciet betrokken zijn bij een klinische activiteit in ziekenhuizen, in bijzonder de ziekenhuishygiënisten, hoofdartsen, diensthoofden en equivalenten, met uitsluiting van artsen werkzaam in een overwegend administratieve functie zoals (data)beheer en bestuur.
§ 5/3. Artsen kunnen zich erop beroepen de activiteitsdrempel te hebben bereikt door een cumul van de terugbetaling van verstrekkingen, de prestaties bepaald in artikel 1, § 5/1, en de prestaties bepaald in artikel 1, § 5/2, waarbij de activiteit wordt berekend als totaal van de breuken ten aanzien van de respectievelijke activiteitsdrempel.
Artsen die, al dan niet met beroep op het voorgaande lid, een totaal bereiken dat minimaal de helft van de activiteitsdrempel bedraagt, worden geacht de verlaagde activiteitsdrempel zoals bepaald in artikel 5bis, § 1, 2° te hebben behaald.
§ 5/4. Artsen die zich voor de sociale voordelen voor de jaren 2017, 2018 en 2019 beroepen op het bepaalde in §§ 1-3 kunnen in uitzondering op artikel 2, § 5, de individuele aanvraag tot sociale voordelen aanvullen via het formulier daartoe ter beschikking gesteld door het Dienst voor geneeskundige verzorging, op straffe van verval binnen een termijn die eindigt op 31 december 2019. Deze aanvragen worden vrijgesteld van het bepaalde in artikel 2, § 6.
Art. 3. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2017.
Art. 4. De minister bevoegd voor Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 19 september 2019.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
M. DE BLOCK

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID

24 SEPTEMBER 2019. - Koninklijk besluit tot instelling van een regeling van voordelen aan zorgverleners die geacht worden te zijn toegetreden tot de hen betreffende akkoorden of overeenkomsten na opname van het wettelijk rustpensioen

FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, artikel 54, § 7, ingevoegd bij de wet van 11 augustus 2017, vervangen bij wet van 30 oktober 2018 en § 3 zoals gewijzigd door wet van 11 augustus 2017;
Gelet op het advies van de Nationale commissie artsen-ziekenfondsen, gegeven op 23 april 2018;
Gelet op het advies van de Nationale commissie tandheelkundigen-ziekenfondsen, gegeven op 14 juni 2018;
Gelet op het advies van de Nationale commissie apothekers-verzekeringsinstellingen, gegeven op 23 november 2018;
Gelet op het advies van de Overeenkomstencommissie kinesitherapeuten-verzekeringsinstellingen, gegeven op 22 mei 2018;
Gelet op het advies van de Overeenkomstencommissie logopedisten-verzekeringsinstellingen, gegeven op 31 mei 2018;
Gelet op het advies van de Overeenkomstencommissie verpleegkundigen-verzekeringsinstellingen, gegeven op 18 mei 2018;
Gelet op het advies van de Commissie voor begrotingscontrole, gegeven op 28 november 2018;
Gelet op het advies van het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, gegeven op 3 december 2018;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 1 maart 2019;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 17 juni 2019;
Gelet op de impactanalyse van de regelgeving, uitgevoerd overeenkomstig artikels 6 en 7 van de wet van 15 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;
Gelet op advies 66.475/2/V van de Raad van State, gegeven op 3 september 2019 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Er wordt een premie ingesteld voor sommige zorgverleners die het wettelijk rustpensioen hebben opgenomen en die geacht worden te zijn toegetreden tot de hen betreffende akkoorden of overeenkomsten gesloten door de organen zoals bedoeld in artikel 26 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.
Art. 2. Teneinde voor de premie in aanmerking te komen dient de zorgverlener:
1° te voldoen aan de respectievelijke voorwaarden van toepassing op zijn beroepsgroep zoals voorzien in artikel 4 van het koninklijk besluit van 18 maart 1971 tot instelling van een regeling van sociale voordelen voor sommige apothekers, artikel 4 het koninklijk besluit van 23 januari 2004 tot instelling van een regeling van sociale voordelen voor sommige kinesitherapeuten, artikel 2 van het koninklijk besluit van 6 maart 2007 tot instelling van een regeling van sociale voordelen voor sommige geneesheren, artikel 1 van het koninklijk besluit van 17 augustus 2007 tot instelling van een regeling van sociale voordelen voor sommige tandheelkundigen, artikel 4 van het koninklijk besluit van 27 november 2016 tot instelling van een regeling van sociale voordelen voor sommige logopedisten, artikel 4 van het koninklijk besluit van 21 december 2017 tot instelling van een regeling van sociale voordelen voor sommige verpleegkundigen, met dien verstande dat de voorwaarde van daadwerkelijke uitoefening van de beroepsactiviteit gedurende het gehele kalenderjaar vervalt voor het dienstjaar waarin de zorgverlener zijn professionele activiteit definitief stopt, onverminderd enige voorwaarden opgelegd inzake drempelactiviteit;
2° het wettelijk rustpensioen te hebben opgenomen;
3° geen sociaal voordeel te hebben ontvangen voor het desbetreffende dienstjaar op basis van de regelgeving aangehaald in 1° ;
4° tijdens het dienstjaar niet verkeren in de uitsluitingsgronden zoals die worden vermeld ten aanzien van de sociale voordelen in artikel 54, § 3 van de van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.
Art. 3. De premie dient te worden aangevraagd binnen de termijnen en overeenkomstig de modaliteiten die gelden voor de sociale voordelen zoals vastgesteld in de respectievelijke regelgeving aangehaald in artikel 2, 1°, met dien verstande dat geen gegevens dienen verstrekt te worden inzake een verzekeringscontract noch dienaangaande enige verklaring dient te worden afgelegd, en op straffe van onontvankelijkheid met opgave van het rekeningnummer waarop de premie dient gestort te worden en de titularis daarvan.
Onverminderd het eerste lid, kan het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering bepalen dat deze gegevens op een geïnformatiseerde manier worden aangeleverd.
Voor de dienstjaren 2016, 2017, 2018 en 2019 worden de aanvraagtermijnen verlengd met een periode van 3 maanden te rekenen vanaf de tweede maand die volgt op de maand van publicatie van dit koninklijk besluit in het Belgisch Staatsblad, voor zover de aanvraagtermijn voor de respectievelijke sector overeenkomstig artikel 3 voor deze datum afgelopen is.
Art. 4. De premie is gelijk aan het bedrag voor het desbetreffende dienstjaar vastgesteld in de respectievelijke regelgeving aangehaald in artikel 2, 1°, overeenkomstige de modaliteiten inzake activiteit, verstrekking en toetreding zoals die in de respectievelijke regelgeving worden gepreciseerd.
Art. 5. De voorwaarden voor de toekenning van de premie worden gecontroleerd door de Dienst voor Geneeskundige Verzorging van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering.
Indien ze niet zijn vervuld, wordt het bedrag van de premie niet toegekend of zal het worden teruggevorderd indien het reeds onterecht werd toegekend.
Art. 6. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van1 januari 2016.
Art. 7. De minister bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 24 september 2019.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,
M. DE BLOCK

 

ASGB-BERICHT 2019.120
Icoon thema staatsblad

 

Geachte collega

In het BS van 21/10/2019 verscheen eindelijk het KB i.v.m. het aanvragen van het sociaal statuut.

Ook de activiteitsdrempels en de assimilaties zijn toegevoegd.

Deze drempels gelden niet wanneer u minder dan 5 jaar actief bent of wanneer u ASO of HAIO bent.

Bijgevoegd vindt u de volledige procedure zoals die door het Riziv gepubliceerd werd, evenals de aanvraagformulieren.

ASGB-BERICHT 2019.130
Icoon thema telematica

 

In het kader van het plan eGezondheid 2019-2020 wordt de eHealthMonitor gelanceerd.

Dit is uw kans om te laten weten wat u denkt over de beschikbaarheid, het gebruik en uw verwachtingen van de Health-toepassingen.

Ga via deze link naar het onderzoek.

Hopelijk wordt met de uitkomsten van dit onderzoek rekening gehouden bij de toekomstige verdere ontwikkeling van eHealth.

ASGB-BERICHT 2019.129
Icoon thema financiering

 

Geachte collega

Bijgevoegd vindt u een ASGB-brief aan het Riziv i.v.m. het sociaal statuut van de collega’s hematologen.

met collegiale groeten, het ASGB-bestuur