Zorgstrategische planning

ASGB-BERICHT 2019.102
Icoon thema staatsblad

 

Geachte collega

In het BS van 3/9/2019 verscheen een Besluit van de Vlaamse regering i.v.m. zorgstrategische planning.

met collegiale groeten, het ASGB-bestuur

VLAAMSE OVERHEID

26 APRIL 2019. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende zorgstrategische planning

DE VLAAMSE REGERING,
Gelet op het decreet van 20 maart 2009 houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, artikel 29, gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2018 en artikel 30, gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2018;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 18 februari 1997 tot vaststelling van de procedure voor het verkrijgen van een planningsvergunning en een exploitatievergunning voor intramurale en transmurale voorzieningen in de gezondheidszorg;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 25 april 2014 tot vaststelling van de procedures voor de gezondheidszorgvoorzieningen;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2017 betreffende thematische zorgstrategische planning;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 29 november 2018;
Gelet op het advies van de Strategische Adviesraad Welzijn, Gezondheid en Gezin dd. 26 december 2018;
Gelet op het verslag van het Rekenhof dd. 27 februari 2019;
Gelet op advies 65.600/3 van de Raad van State, gegeven op 3 april 2019 met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad Van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
Na beraadslaging,
Besluit :
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder :
1° agentschap : het agentschap Zorg en Gezondheid, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Zorg en Gezondheid";
2° locoregionaal samenwerkingsinitiatief : een samenwerking tussen minstens twee afzonderlijk erkende ziekenhuizen die zich binnen een geografisch aaneensluitend gebied bevinden en die complementair en rationeel locoregionale zorgopdrachten aanbieden;
3° locoregionale zorgopdrachten : de zorgopdrachten die elk locoregionaal samenwerkingsinitiatief aanbiedt;
4° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid;
5° supraregionale zorgopdrachten : de zorgopdrachten die niet elk locoregionaal samenwerkingsinitiatief aanbiedt;
6° ziekenhuis : een ziekenhuis als vermeld in artikel 2 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen of een revalidatieziekenhuis als vermeld in artikel 2, 17°, van het decreet van 6 juli 2018 betreffende de overname van de sectoren psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, revalidatieovereenkomsten, revalidatieziekenhuizen en multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging;
7° zorgopdracht : een activiteit van het ziekenhuis die verbonden is aan een zorgprogramma, ziekenhuisdienst, ziekenhuisafdeling, ziekenhuisfunctie, zwaar medisch apparaat, medische dienst of medisch-technische dienst;
8° zorgstrategisch plan : een plan voor het toekomstige zorgaanbod van de ziekenhuizen dat gebaseerd is op de reële zorgbehoefte, met aandacht voor taakafspraken en samenwerking en met respect voor de keuzevrijheid van de patiënt.
Art. 2. Elk zorgstrategisch plan beschrijft op basis van data en indicatoren de volgende aspecten :
1° de populatie en de zorgbehoefte van de populatie, ingeschat op basis van :
a) de toegankelijkheid en de kwaliteit van de gezondheidszorg;
b) het gezondheidsgedrag;
c) de demografische en sociaal-economische factoren;
d) de topografie en urbanistische ontwikkeling;
e) de morbiditeit;
f) de mortaliteit;
2° de toekomstige zorgbehoefte die gebaseerd is op onder meer gezondheidsindicatoren die een maat zijn voor de gezondheid van een populatie;
3° de huidige situatie op het gebied van zorgaanbod, geografische spreiding en samenwerkingsverbanden;
4° het gewenste zorgaanbod, afgestemd op de toekomstige zorgbehoeften van de bevolking en op de rol die de ziekenhuizen binnen het zorggebied daarin vervullen;
5° de kwaliteitsbewaking en de kwaliteitswinst op populatieniveau en op patiëntniveau;
6° verantwoording van het voorgestelde zorgaanbod op basis van een sterkte-zwakteanalyse die minstens de volgende elementen identificeert :
a) de voordelen van samenwerking op het vlak van kwaliteit en financiën, inclusief de allocatie van middelen;
b) de aandachtspunten en assumpties waaraan voldaan moet zijn opdat die voordelen gerealiseerd zouden kunnen worden;
c) de externe factoren die de samenwerking kunnen bevorderen dan wel belemmeren;
7° de huidige artsen- en personeelscapaciteit en competenties, alsook de planning voor de capaciteits- en competentieontwikkeling met het oog op het voorgestelde zorgstrategische plan;
8° de organisatiestructuur die op duurzame wijze zal instaan voor de ontwikkeling en uitvoering van het zorgstrategische plan.
Art. 3. De minister kan bepalen :
1° in welke vorm een zorgstrategisch plan moet worden opgemaakt;
2° aan welke kwaliteitsvereisten de gebruikte data en indicatoren moeten voldoen;
3° op welke wijze indieners van zorgstrategische plannen die complementariteit vereisen, de plannen bijkomend op elkaar moeten afstemmen.
Art. 4. Elk zorgstrategisch plan wordt beoordeeld op basis van :
1° de inschatting van de zorgbehoefte;
2° de aansluiting van het vooropgestelde zorgaanbod op de zorgbehoefte;
3° de efficiëntie, kwaliteit op patiëntniveau en op populatieniveau en personele competentie van het vooropgestelde zorgaanbod met bijzondere aandacht voor de voorgestelde taakafspraken en samenwerking tussen de verschillende ziekenhuizen.
De minister kan nadere modaliteiten van deze criteria bepalen.
HOOFDSTUK 2. - Regionaal zorgstrategisch plan
Art. 5. Elk locoregionaal samenwerkingsinitiatief stelt een regionaal zorgstrategisch plan op.
Art. 6. Het regionale zorgstrategische plan beschrijft de missie, visie en waarden van het samenwerkingsinitiatief met het oog op de volgende doelen :
1° het zorgaanbod beter afstemmen op de zorgbehoeften van de burgers in een bepaald zorggebied, gebaseerd op de reële zorgbehoefte;
2° de samenwerking en netwerking tussen ziekenhuizen stimuleren binnen een zorggebied. Het heeft tot doel om tot een efficiënte taakverdeling te komen;
3° afstemmen met relevante actoren inzake preventie, eerste lijn, revalidatie, palliatie en geestelijke gezondheid van het zorggebied in kwestie;
4° streven naar vlot toegankelijke basiszorg en een concentratie van expertise bij complexe pathologieën, rekening houden met een optimale regionale spreiding van technologisch aanbod en gespecialiseerde zorg.
Art. 7. Het regionale zorgstrategische plan omvat de aspecten, vermeld in artikel 2, over alle zorgopdrachten en de nodige informatie over :
1° de samenwerking met een of meer ziekenhuizen binnen of buiten het locoregionale samenwerkingsinitiatief voor de supraregionale zorgopdrachten die een ziekenhuis uit het locoregionale samenwerkingsinitiatief aanbiedt;
2° de samenwerking met een of meer ziekenhuizen buiten het locoregionale samenwerkingsinitiatief voor de supraregionale zorgopdrachten die een ziekenhuis uit het locoregionale samenwerkingsinitiatief niet aanbiedt.
Art. 8. Het locoregionale samenwerkingsinitiatief dient de volgende documenten in bij het agentschap om de goedkeuring van het regionale zorgstrategische plan te verkrijgen :
1° een aanvraag tot goedkeuring van het regionale zorgstrategische plan;
2° het regionale zorgstrategische plan;
3° van elk ziekenhuis van het locoregionale samenwerkingsinitiatief : het bewijs van goedkeuring van de aanvraag van het regionale zorgstrategische plan;
4° de bewijzen van afstemming met de relevante actoren over preventie, eerste lijn, revalidatie, palliatie en geestelijke gezondheid van het zorggebied in kwestie.
Art. 9. De goedkeuring van een regionaal zorgstrategisch plan is geldig voor zeven jaar, tenzij er voor het verstrijken van die periode een aangepast regionaal zorgstrategisch plan wordt goedgekeurd.
HOOFDSTUK 3. - Thematisch zorgstrategisch plan
Art. 10. De Vlaamse Regering kan zorgopdrachten selecteren waarvoor een thematisch zorgstrategisch plan moet worden uitgewerkt.
Art. 11. Een thematisch zorgstrategisch plan omvat per geselecteerde zorgopdracht de aspecten, vermeld in artikel 2, en :
1° de samenwerking met een of meer ziekenhuizen binnen of buiten het locoregionale samenwerkingsinitiatief voor een supraregionale zorgopdracht die een ziekenhuis uit het locoregionale samenwerkingsinitiatief aanbiedt;
2° de samenwerking met een of meer ziekenhuizen buiten het locoregionale samenwerkingsinitiatief voor een supraregionale zorgopdracht die een ziekenhuis uit het locoregionale samenwerkingsinitiatief niet aanbiedt.
Art. 12. Het thematische zorgstrategische plan kan worden opgesteld door een locoregionaal samenwerkingsinitiatief of een samenwerkingsverband rond een supraregionale zorgopdracht.
Art. 13. Het locoregionale samenwerkingsinitiatief of samenwerkingsverband rond een supraregionale zorgopdracht dient de volgende documenten in bij het agentschap om de goedkeuring van een thematisch zorgstrategisch plan te verkrijgen :
1° een aanvraag tot goedkeuring van een thematisch zorgstrategisch plan;
2° het thematische zorgstrategische plan;
3° de bewijzen van goedkeuring van de aanvraag van het thematische zorgstrategische plan door elk deelnemend ziekenhuis;
4° de bewijzen van afstemming met de relevante actoren over de zorgopdracht.
HOOFDSTUK 4. - Individueel zorgstrategisch plan
Art. 14. Het individuele zorgstrategische plan is het zorgstrategische plan van een individueel ziekenhuis, gebaseerd op het meest recente regionale zorgstrategische plan dat geldig goedgekeurd is, en de eventuele goedgekeurde thematische zorgstrategische plannen. Het omvat de aspecten, vermeld in artikel 2, voor het individuele ziekenhuis, aangevuld met de volgende aspecten :
1° de huidige situatie op het vlak van infrastructuur;
2° een beschrijving van de totaliteit van de investeringen die het ziekenhuis wil doen, met een omschrijving van de verschillende projecten die nodig zijn om die toekomstvisie te realiseren;
3° de argumenten die de wenselijkheid en haalbaarheid van die toekomstvisie en de infrastructuurwerken aantonen en een afweging maken van alternatieven in de eigen of een andere voorziening van het locoregionale samenwerkingsinitiatief.
Art. 15. Voor het zorgaanbod dat niet gedekt is door het regionale of thematische zorgstrategische plan bestaat het individuele zorgstrategische plan uit de volgende elementen :
1° de aspecten, vermeld in artikel 2, en de bijkomende aspecten, vermeld in artikel 14;
2° de huidige situatie op het gebied van zorgaanbod, geografische spreiding en samenwerkingsverbanden voor dat zorgaanbod;
3° de toekomstvisie van het ziekenhuis voor dat zorgaanbod;
4° een beschrijving van de totaliteit van de investeringen die het wil doen voor dat zorgaanbod met omschrijving van de verschillende projecten die nodig zijn om die toekomstvisie te realiseren;
5° de argumenten die de wenselijkheid en haalbaarheid van die toekomstvisie en de infrastructuurwerken aantonen en een afweging maken van alternatieven in de eigen of een andere voorziening op Vlaams niveau voor dat zorgaanbod.
Art. 16. Het ziekenhuis dient de volgende documenten in bij het agentschap om de goedkeuring van het individuele zorgstrategische plan te verkrijgen :
1° een aanvraag tot goedkeuring van een individueel zorgstrategisch plan;
2° het individuele zorgstrategische plan;
3° een advies van de ziekenhuizen die deel uitmaken van het locoregionale samenwerkingsinitiatief waartoe het behoort.
Art. 17. De goedkeuring van een individueel zorgstrategisch plan is geldig voor zeven jaar, tenzij voor het verstrijken van die periode een nieuw individueel zorgstrategisch plan wordt goedgekeurd, of een regionaal zorgstrategisch plan wordt goedgekeurd dat niet compatibel is met het eerder goedgekeurde individuele zorgstrategische plan.
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingsbepalingen
Art. 18. Aan artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 februari 1997 tot vaststelling van de procedure voor het verkrijgen van een planningsvergunning en een exploitatievergunning voor intramurale en transmurale voorzieningen in de gezondheidszorg wordt de volgende zin toegevoegd :
"De minister kan bepalen welke soort aanvragen gemotiveerd moeten worden als passend binnen een geldig regionaal of thematisch zorgstrategisch plan als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2019 betreffende zorgstrategische planning.".
Art. 19. Aan artikel 4, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 april 2014 tot vaststelling van de procedures voor de gezondheidszorgvoorzieningen wordt een punt 7° toegevoegd dat luidt als volgt :
"7° in de gevallen bepaald door de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid : een beschrijvende nota die vermeldt op welke wijze de aanvraag past binnen een geldig regionaal of thematisch zorgstrategisch plan als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2019 betreffende zorgstrategische planning."
Art. 20. Aan artikel 13, § 1, van hetzelfde besluit wordt de volgende zin toegevoegd :
"De Vlaamse minister, bevoegd voor gezondheidsbeleid, kan bepalen welke soort aanvragen gemotiveerd moeten worden als passend binnen een geldig regionaal of thematisch zorgstrategisch plan als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2019 betreffende zorgstrategische planning.".
Art. 21. Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2017 betreffende thematische zorgstrategische planning wordt opgeheven.
HOOFDSTUK 7. - Overgangs- en slotbepalingen
Art. 22. Een zorgstrategisch plan van een ziekenhuis dat op grond van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2011 tot regeling van de alternatieve investeringssubsidies, door het Vlaams Infrastructuurfonds Persoonsgebonden Aangelegenheden is goedgekeurd voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, is geldig als een goedgekeurd individueel zorgstrategisch plan tot vijf jaar na de datum van de goedkeuring van het zorgstrategische plan.
Na de goedkeuring van het regionale zorgstrategische plan van het locoregionale samenwerkingsinitiatief, waar het deel van uitmaakt, actualiseert het ziekenhuis, vermeld in het eerste lid, het zorgstrategische plan met het oog op compatibiliteit met het regionale zorgstrategische plan.
Art. 23. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2021.
Art. 24. De Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 26 april 2019.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
G. BOURGEOIS
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
J. VANDEURZEN

ASGB-BERICHT 2019.103
Icoon vergadering/medicomut

 

Geachte collega

Het ASGB zal op donderdag 26 september om 19:30u een delegatie van ASO ontvangen op de raad van bestuur.

De bedoeling is om na te gaan hoe we best kunnen tegemoet komen aan hun terechte wens tot verbetering van hun sociale bescherming en van hun werkomstandigheden.

Mogen we u vragen om deze uitnodiging breed te verspreiden bij de ASO die in uw ziekenhuis werkzaam zijn?

met collegiale groeten, het ASGB-bestuur

 

ASGB-BERICHT 2019.102
Icoon thema staatsblad

 

Geachte collega

In het BS van 3/9/2019 verscheen een Besluit van de Vlaamse regering i.v.m. zorgstrategische planning.

met collegiale groeten, het ASGB-bestuur

VLAAMSE OVERHEID

26 APRIL 2019. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende zorgstrategische planning

ASGB-BERICHT 2019.101
Icoon thema staatsblad

 

Geachte collega

In het BS van 29/8/2019 verscheen een interpretatieregel i.v.m. de tegemoetkoming voor implantaten.

met collegiale groeten, het ASGB-bestuur

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID