edische verkiezingen 2010.15. Contingentering

ASGB-BERICHT

Medische verkiezingen 2010.15 KARTEL (ASGB/GBO)

Contingentering
Hoewel vrijheid van onderwijs belangrijk is zijn de nefaste gevolgen van de Belgische artsenplethora op de volksgezondheid en de ontsporing van de gezondheidsuitgaven dat evenzeer.
Samen met Italië en Griekenland is België wereldkampioen in het aantal artsen per aantal inwoners. Veel artsen hebben niet meer de kans om voldoende ervaring op te doen en om hun kennis en kunde te onderhouden.
Voorbeeld: meerdere algemeen chirurgen zijn al jaren tevergeefs op zoek naar een betrekking in een ziekenhuis. Vele gynecologen bereiken de activiteitsdrempel voor hun discipline niet en kunnen niet geaccrediteerd worden. Indien accreditering werkelijk een kwaliteitslabel is dan betekent dit dat deze artsen ook geen kwaliteitsvolle zorg meer kunnen leveren. Hun inkomen uit bevallingen is nauwelijks voldoende om er de premie beroepsaansprakelijkheid mee te betalen. Een aantal specialisten tracht dit te compenseren door eerstelijnsgeneeskunde te beoefenen waardoor de relaties met de huisartsen vertroebeld worden. Een te hoog aanbod van zorgverstrekkers leidt tot ontsporing van de uitgaven met daarna lineaire correctiemaatregelen die door iedereen gevoeld worden.
Om al deze redenen heeft het ASGB het invoeren van de contingentering met een beperking aan de instroom, steeds verdedigd.
Het is een schande dat de Franstalige Gemeenschap en de Franstalige universiteiten zich nooit aan de afspraken gehouden hebben en de studenten zelfs als chantagemiddel gebruikt hebben om hogere quota af te dwingen. Het is al even schandalig dat de minister daarvoor ook gezwicht is en het contingent, nauwelijks een goed jaar nadat het systeem moest van start gaan, al heeft aangepast.
In tegenstelling tot wat recent vaak beweerd wordt is er o.i. geen globaal tekort aan artsen, en ook niet aan het ontstaan. Het corps groeit nog jaar na jaar verder aan. De Planningscommissie heeft wel degelijk rekening gehouden met de vervrouwelijking van het beroep en het feit dat jongere artsen niet meer bereid zijn om evenveel te werken als vroegere generaties. Waar de Planningscommissie weliswaar geen rekening mee gehouden heeft is de grotere uitstroom die in een aantal disciplines, vnl. in de huisartsgeneeskunde, ontstaan is. Na 5 jaar bleken heel wat afgestudeerden uit het beroep te zijn verdwenen, of uitgeweken naar het buitenland. Deze cijfers zijn echter al wel 10-15 jaar oud en het zou ons verbazen indien de uitstroom vandaag nog even groot zou zijn.

Er is dus wel een selectief tekort in sommige disciplines. Zowat een kwart van de Vlaamse kinderpsychiaters is uitgeweken naar Nederland terwijl bij ons wachtlijsten ontstaan. De wachtbelasting zorgt ervoor dat er een groot tekort is aan urgentisten. Ook geriaters en zieknhuispediaters zijn sterk in vraag.

Dit alles is echter te wijten aan de slechte verloning en de slechte werkomstandigheden van sommige disciplines. Dit lost men natuurlijk niet op door meer artsen te 'produceren', wel door hun werkomstandigheden te verbeteren. Het is dus even belangrijk om praktiserende artsen in het beroep te houden als om er nieuwe op te leiden.
Ziekenhuizen doen graag beroep op assistenten om de wachtdiensten te verzekeren. Ook al een fout argument om meer specialisten op te leiden. Wat er na de opleiding met hen gebeurt lijkt minder belangrijk. Wij pleiten voor een verhoging van de intramurale permanentiehonoraria zodat daarvoor gekwalificeerde specialisten kunnen aangetrokken worden i.p.v. assistenten of huisartsen. Nog vóór een eventuele latere daling van het aantal artsen zal hierdoor werk voor jonge specialisten vrijkomen. Dit zal bovendien de kwaliteit van de acute zorg ten goede komen. Indien meer en meer specialisten het accent van hun praktijk buiten het ziekenhuis leggen dan levert dit continuïteits- en performantieproblemen op in het ziekenhuis. Daardoor kan de werkbelasting voor ASO dan weer onbehoorlijk toenemen.



Dat gezegd zijnde moet er nog een oplossing gezocht worden voor de instroom van buitenlandse artsen op de Belgische markt. Het heeft geen zin om onze eigen studenten de toegang tot de studies te ontzeggen en eventuele hiaten dan op te vullen met buitenlanders.



                                                      stem KARTEL (ASGB/GBO)

2026.048

Nieuwe vergoedingsregels bij radiofrequente ablatie van schildklierpathologie

 

Op 4 mei 2026 werd een Ministerieel Besluit gepubliceerd i.v.m. de tegemoetkoming voor invasieve hulpmiddelen bij radiofrequente ablatie van schildklierpathologie.

Het besluit bevat criteria die gelden voor de verplegingsinrichting, voor de patiënt en voor het hulpmiddel zelf.

Daarnaast bevat het regels over de attestering en de aanvraagprocedure.

Het besluit is in voege getreden op 1 april 2026. 

In de pdf als bijlage bij dit bericht vindt u de tekst ervan. 

2026.047

Nieuwe nomenclatuur i.v.m. spirometrie en ergospirometrie vanaf 1 juni 2026

 

Op 30 april 2026 werd een KB met besparingsmaatregelen i.v.m. spirometrie en ergospirometrie gepubliceerd.

Aanleiding was de vaststelling door de DGEC van een reeks niet-conforme aanrekeningen en cumuls (waarover ook heel wat discussie bestond).

Het Kartel heeft de aandacht gevestigd op de onderwaardering van de ergospirometrie en vroeg daarvoor een beperkt bijkomend budget in de behoeftenfiches voor 2026 (zie wordfile als bijlage bij dit bericht). 

We werden daarin echter niet gevolgd door de andere partners.

 

2026.046

Gewijzigde toepassingsregel in de klinische biologie vanaf 1 juni 2026

 

Op 30 april 2026 werd een KB gepubliceerd over een gewijzigde toepassingsregel in de nomenclatuur klinische biologie die in voege zal treden op 1 juni 2026.

Het gaat om de schrapping van de verstrekking 552016-552020 uit het cumulverbod van de verstrekking 557314-557325.

  • * 552016 552020 Opzoeken van infectieuze agentia met een immunologische techniek
  • * 557314 557325 Opsporen van minstens het SARS-CoV-2 virus door middel van een techniek van moleculaire amplificatie