Uw opmerkingen over de Kaderwet? Mail ze naar het RIZIV!

2025.112

 

In een bericht op de website van het RIZIV wordt er gevraagd om uw mening te geven over de Kaderwet van minister Vandenbroucke. Zie https://www.riziv.fgov.be/nl/riziv/onze-feedbackmogelijkheden.

Vanuit ASGB/Kartel willen u vragen om effectief van deze mogelijkheid gebruik te maken. 

Op basis van een Europese richtlijn is het weliswaar verplicht om feedback te vragen voor wetgeving ‘in wording’, we willen het belang dus niet overdrijven, maar alle beetjes kunnen wél helpen.

Zoals u weet hebben we vanuit ASGB/Kartel (samen met BVAS) tijdens de discussies rond de zgn. Kaderwet heel wat opmerkingen gemaakt. Daardoor werd er gelukkig al heel wat bijgestuurd. Toch blijven er ook in de huidige versie die de eerste lezing door de Ministerraad al gepasseerd is, nog meerdere problematische passages. Hierna vindt u onze actuele opmerkingen.

Als u het met deze reacties eens bent, vragen we u om deze tekst, al dan niet in zijn geheel afhankelijk van wat u het belangrijkste vindt, te kopiëren en zoals de instructies aangeven te versturen naar het mailadres jur_reg@riziv-inami.fgov.be

 

Het begrotingsproces en het bepalen van het budget

Het proces om de RIZIV-begroting te bepalen wordt in de Kaderwet helemaal hertekend. Zonder u lastig te vallen met allerhande details komt het erop neer men vele zaken voorstelt als ‘louter verduidelijken’ van de huidige wet en/of als gelijktrekken van de regeling voor alle sectoren (artsen, tandartsen, kiné, enz.). Het mag echter duidelijk zijn dat het ontwerp veel verder gaat dan dat: de facto komt het erop neer dat de overheid (lees: de minister) inbreekt in het overlegsysteem. 

Enkele voorbeelden:

  • * de overlegorganen worden soms gewoon gepasseerd, zie bv. de TGR in het kader van aanpassingen van de nomenclatuur;
  • * de mogelijkheden om maximumhonoraria op te leggen (bij gebreke aan een akkoord) worden enorm uitgebreid;
  • * er komt een automatisme waarbij we de index dreigen kwijt te spelen indien er geen akkoord komt of wordt goedgekeurd;
  • * de deadlines in het begrotingsproces worden wel heel erg strikt.

 

De slotsom is dat wij huiveren voor de gedachte dat er na het uitvoeren van de zgn. transversale projecten (vaak eerder prestigeprojecten) nog amper centen zullen overblijven om tot een deftig akkoord te komen.

Plafonneren van ereloonsupplementen

De maximumpercentages van 25% (ambulant) en 125% (gehospitaliseerd) zijn geschrapt uit het wetsontwerp, dankzij syndicale en politieke druk, maar ook vooral dankzij het protest van de basis. Het belang hiervan valt volgens ons moeilijk te overschatten, gezien de minister dit tot het allerlaatste moment in de Kaderwet wilde houden. We krijgen nu tot eind 2027 om vanuit de Medicomut een voorstel voor maximumpercentages op tafel te leggen, gebaseerd op objectieve data. Het zal aan ons zijn  – artsen en ook ziekenhuizen – om die data te leveren. 

Er werd op het overleg deze week gezegd dat de politieke vork tussen 25% (minimaal) en 175% (maximaal) ligt. Dit staat wat ons betreft uiteraard ter discussie, en we zullen er alles aan doen dat er finaal geen arbitraire percentages komen, maar een transparant systeem dat innovatie en ondernemerschap in de zorg blijft toelaten.

Opschorten van het RIZIV-nummer

Intussen is de tekst zo geëvolueerd dat het niet meer de leidend ambtenaar van het RIZIV is die de opschorting kan uitspreken maar wél de Kamer van Eerste aanleg en de Kamer van Beroep. De tekst vermeldt echter nog altijd niet dat de opschorting enkel gevorderd kan worden in geval van recidive en meer bepaald het niet-betalen van een (eerdere) administratieve geldboete. Nochtans zijn dát de gevallen waarvoor de DGEC altijd beweerd heeft dat een alternatieve sanctie (exclusief) nodig was. Dus vinden wij dat de tekst ook op die manier geformuleerd moet zijn. 

Het stimuleren (of doorduwen?) van de conventie

De bedoeling van de minister is om conventioneren aantrekkelijker te maken. Op zich zijn wij daar niet tegen maar het logische instrument daarvoor zou zijn om het RIZIV-sociaal statuut te verhogen. We betreuren dus dat men een andere weg kiest, met name het exclusief voorbehouden van bepaalde RIZIV-premies voor geconventioneerden. Gelukkig hebben we vanuit de zorgverleners wel al bekomen dat deze koppeling niet mag gelden voor premies die kwaliteit van de zorgverlening belonen. In dat opzicht dient volgens ons dus ook de geïntegreerde praktijkpremie voor huisartsen buiten de koppeling te vallen. 

Voor de hypothese dat er geen nieuw akkoord zou komen, voorziet de tekst momenteel in een automatisme waarbij er maximumtarieven opgelegd worden door de Koning, ook aan wie normaal gezien deconventioneert. Dit impliceert dat als er geen akkoord is of als dat akkoord onvoldoende gevolgd wordt (bv. als veel artsen besluiten te deconventioneren bij de nomenclatuurhervorming), de index zeer onzeker wordt. Dit ondermijnt het ganse overlegmodel, want met het mes op de keel is het moeilijk onderhandelen.

 

Reacties

Geachte,

Ik mis in deze tekst het volgende. Graag uw advies of uw mening hieromtrent:

Het schrappen van artikel 43 in de voorgestelde wet lijkt mij ook problematisch (geen supplementen meer mogelijk voor ptn met verhoogde tegemoetkoming) gezien ook de gekende plannen van de minister om steeds meer ptn dit statuut te geven. Dit zal op termijn zorgen voor toename van de ongelijkheid zowel tussen ptn (bepaalde procedures enkel nog voor de happy few waardoor achteruitgang van de toegang tot goede vooruitstrevende gezondheidszorg voor het grote deel van de bevolking) en achteruitgang van het statuut van artsen (in strijd met standstill beginsel, artikel 23 van de grondwet, bevestigd door hof van cassatie, waarbij geen achteruitgang van de bescherming van een specifieke groep mensen mag getolereerd worden tenzij in het algemeen belang). Dit is niet in het belang van de artsen en (hoewel de minister het zo verkoopt) al helemaal niet in het belang van de bevolking.

Mvg en uitkijkend naar uw reactie,

Karen Vermeiren

Vermeiren Karen

Geachte

Vooreerst hartelijk dank voor het aanreiken van argumenten die kunnen worden opgenomen in de reactie aan het RIZIV omtrent de kaderwet.

Hierbij nog enkele argumenten die me belangrijk lijken om ook op te nemen in een standaartekst:

- Het opleggen van maxima aan ereloonsupplementen, zonder dat er vooraf duidelijkheid bestaat over wat de impact zal zijn van de hervorming van de nomenclatuur op die erelonen, is het omdraaien van de juiste volgorde. Hier kan op geen enkele manier mee akkoord worden gegaan. 

- Er heerst op dit ogenblik te veel onduidelijkheid over wat de impact zal zijn van het opsplitsen van het honorarium in een strikt intellectueel deel en in een kostendeel. De precieze vormgeving van de 'co-governance' is op dit moment te vaag, om niet te zeggen nog onbestaand. Voor alle artsen - en zeker voor medico-technische diensten - is zeggenschap over waarin, wanneer, waarom en hoeveel wordt geïnvesteerd een absolute voorwaarde. Ziekenhuisbeheerders en artsen hebben niet dezelfde insteek en prioriteiten. Die van artsen is goede zorg verlenen aan patiënten. Daarvoor moet het juiste materiaal ter beschikking zijn en moet de medische dienstverlening optimaal kunnen worden georganiseerd. Dit uit handen geven aan ziekenhuisbeheerders ontneemt artsen deze mogelijkheid en zal leiden tot onderinvestering, moeilijke organisatie en uiteindelijk minder kwalitatieve zorg. Geen geneeskunde zonder artsen. Toekennen van meer zeggenschap over investering aan niet-medicimensen, zonder duidelijkheid over de nodige 'checks and balances', is in strijd met de Europese evenredigheidsrichtlijn en kan derhalve niet worden aanvaard.

Laurens Claeys

Reactie toevoegen

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
CAPTCHA
asgb omgekeerd
Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.
2025.124

Nieuw akkoord 2026-2027: witte rook

 

Woensdagnacht 17 december werd in de Medicomut een akkoord bereikt tussen artsen en ziekenfondsen voor een nieuwe conventie van twee jaar (2026 en 2027).

In omstandigheden en tijden waarin er 0,0 budgettaire marge is, mag dat een heuse prestatie genoemd worden en vooral een bewijs dat het overleg in zijn huidige vorm wel degelijk nog werkt.

Hopelijk knoopt ook de minister dat laatste in zijn oren, nu hij de tekst van zijn Kader- of Hervormingswet aan het herschrijven is (na o.a. opmerkingen van de Raad van State en de Gegevensbeschermingsautoriteit). 

2025.129

Nieuwe tarieven 2026: fysiotherapie – fysische geneeskunde en revalidatie

 

In de file als bijlage vindt u de nieuwe tarieven die van toepassing zijn vanaf 1 januari 2026.

2025.128

Nieuwe tarieven 2026: klinische biologie

 

In de file als bijlage vindt u de nieuwe tarieven die van toepassing zijn vanaf 1 januari 2026.