Overleg met Vandenbroucke op 11 juli: kleine vorderingen maar nog veel werk
Op 11 juli hebben de artsensyndicaten gedurende 3,5 uur overleg gehad met de minister over het voorontwerp van kaderwet. Vooreerst heeft hij de intentie uitgesproken om te willen blijven overleggen over dit voorontwerp. De wens van een eerste lezing door de Ministerraad op 21 juli suggereert echter ook dat er tegen de klok gespeeld zal worden.
Er zijn alvast een aantal vorderingen geboekt in vergelijking met het eerste voorontwerp.
- * Zo wordt partiële conventie opnieuw mogelijk, al is er nog discussie over de modaliteiten..
- * Inzake handhaving zal de wettekst herwerkt worden en zal er gespecifieerd worden dat het om “pure fraude”- en niet om “grijze zone”-gevallen gaat..
- * De strenge voorwaarden inzake de modaliteiten om een conventie op te zeggen (dubbele 3/4 meerderheid) wordt terug verlaten. Deze passage was in het voordeel van de mutualiteiten.
- * De financiering van de artsensyndicaten zal voor 20% afhankelijk zijn van de conventiegraad maar de modaliteiten daaromtrent kunnen door de Medicomut zelf bepaald worden.
Dit alles zijn, laat ons zeggen, kleine maar wel degelijk gunstige stappen.
Verlies index indien geen akkoord
Er is ook stevig gediscussieerd over het feit dat het voorontwerp bepaalt dat we de index kwijt zullen zijn indien er op 31 december geen nieuw akkoord artsen-ziekenfondsen tot stand is gekomen. Even verduidelijken: het gaat om een verlies van index op de erelonen, dus niet op het BFM, niet op de "toekomstige werkingskosten" (in het kader van de hervorming van de nomenclatuur) en … niet op de financiering van de ziekenfondsen, maar enkel op de bruto-vergoedingen vandaag en op de “zuivere” vergoedingen na de hervorming. Dit is en blijft een serieus struikelblok voor ons: artsen worden gestraft als er geen conventie komt, ziekenfondsen niet. Positief is dan weer wel dat het geïndexeerde budget in alle gevallen voor de betrokken sector wordt gereserveerd, hetzij uiterlijk eind februari als er een akkoord wordt bereikt, hetzij vanaf 1 maart als de overheid beslist om tarieven op te leggen. Maar ook hier zijn we er dus nog niet.
Beperking supplementen
Een ander heikel punt van discussie vormden uiteraard de ereloonsupplementen. De beperking daarop blijft (per 01/01/2028) vastgesteld op 125% voor ziekenhuizen en 25% voor ambulante patiënten. Ons compromisvoorstel om dit te schrappen en in afwachting een nieuwe "stand-stil" in te voeren tot de hervormingen nomenclatuur en ziekenhuisfinanciering rond zijn, werd door de minister van tafel geveegd. Pro memorie: die supplementen zullen gebaseerd zijn op zuivere vergoedingen die op dit moment nog niet bekend zijn. Het gaat ook niet om procedures die buiten de nomenclatuur of onder "bijzondere eisen" vallen.
De minister heeft wél de deur voor ons opengelaten om tegen 15 september 2025 aan te tonen of de toepassing van deze plafonds een bedreiging kan vormen voor de ziekenhuis- en ambulante praktijk. Wij nodigen u bijgevolg uit om ons uw praktische voorbeelden in dit verband toe te sturen (via e-mail naar info@asgb.be met in het onderwerp “voorbeeld supplementen”), zodat de minister kan beschikken over bewijsmateriaal over de kosten van praktijken, in het bijzonder poliklinische praktijken. Het doel van deze aanpak is om een "pax hospitalia" te bereiken, waarbij een budget beschikbaar wordt gesteld om de beperking van de supplementen te compenseren, hoewel we niet weten uit welke enveloppe.
De minister zal echter ook een "pax medica" moeten afsluiten. De artsengroep als geheel hoeft niet verantwoordelijk te worden gehouden voor de artsen die misbruik maken van supplementen. Er moet nuance zijn. De minister moet zich richten op de probleemgevallen die hij zo vaak in de pers vernoemt in plaats van alle artsen over dezelfde kam te scheren. Veel collega’s in ziekenhuizen hebben ons geattendeerd op de noodzaak van ereloonsupplementen als flexibele financiering voor zorginnovatie waar de overheid niet in tussenkomt. Zoals robotchirurgie, digitale pathologie, elektronisch patiëntendossier, geavanceerde beeldvorming etc. Vele collega’s in de ambulante setting hebben ons gewezen op de nood aan ereloonsupplementen voor de financiering van talrijke niet- of ondergefinancierde intellectuele of technische prestaties, teveel om hier op te noemen. Lukrake harde plafonds van respectievelijk 125% en 25% zijn in deze gevallen ruim onvoldoende.
Nog essentiële knelpunten die blijven
Concluderend kunnen we stellen dat essentiële knelpunten op tafel blijven liggen. Het lijkt ons daarom verstandiger om de verdere discussies ten gronde uit te stellen tot na de zomer van 2025. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. De Minister zit nog altijd op zijn paard, maar wij nu ook. Een wijs man zet zijn koppigheid en ideologie opzij. Zeker een minister, die zonder steun van zijn sector “a dead man walking” zal zijn.
Reacties
Mooi werk,
Ik denk dat er twee principes moeten kunnen blijven bestaan:
1: Het moet toch ergens mogelijk blijven om privé-geld te kunnen blijven gebruiken voor financiering van ziekenhuizen. Er is niets meer solidair dan dat.
Bv: bijdragen in apart, ziekenhuisbreed investeringsfonds...
2: Op dit moment hebben artsen werkelijk iets te zeggen over het bestuur in een ziekenhuis, want ze staan in voor belangrijk deel van de financiering. Dit moet toch ook ergens blijven bestaan.
Voorbeelden zoals je die vraagt kan ik niet geven, wegens te weinig kennis. Maar ik denk dat je wel eens aan de medische raad van AZ Klina of medische raad van AZ Voorkempen kan vragen waar die 200% naartoe gaat --> zijnde respectievelijk HIX en nieuwe aanbouw. Wat Thomas Gevaert ongetwijfeld weet.
Daarnaast:
Als de ereloonsupplementen dalen, dan moeten de premies van de hospitalisatieverzekeringen ook dalen! Die voorwaarde moet er zijn. Anders blijft het geld bij de hospitalisatieverzekeringen hangen. En dan verliest zowel de arts, de patiënt als de overheid.
Niet plooien op de meest principiële zaken lijkt me cruciaal.
1. nee aan het intrekken van een RIZIV nummer door een ambtenaar. Er bestaat al een mechanisme hiervoor, er hoeft geen tweede. Voor een ambtenaar is het niet kunnen aantonen van waar die 5€ naar toe is gelijk aan fraude. Bovendien moeten we niet nog eens de kosten van ambtenarij gaan betalen in deze periode van geldgebrek.
2. nee aan het raken van de deconventiestatus. Deconventie is per definitie los van de conventie. Nu zeggen dat deconventie = conventie + 25% is een contradictie. Bovendien zeer gevaarlijk. Als de conventie naar het diepste punt getrokken wordt en iedereen zou willen deconventioneren dan kunnen we maar maximaal 25% extra loon krijgen. Principieel heel fout.
Een praktijkvoorbeeld voor ereloonsupplementen in een ziekenhuis.
Een elektronisch patiëntendossier (EPD) na aanbesteding komt uit op 12 milj €. Van de overheid krijg je 2 milj €, dus 10 milj € moet ergens anders gevonden worden. De begroting van het ziekenhuis is krap positief, dus daar ga je het niet kunnen halen.
Er komt een planning van ereloonsupplementen voor 125% en de rekening kan betaald worden. Na 2 jaar blijkt dit EPD niet te kunnen leveren wat verwacht wordt. Er moet geschakeld worden en uiteindelijk wordt gekozen om het meer gangbare maar duurdere EPD in huis te halen = 15 milj €. Financieringsplan komt te kort en we kunnen gelukkig nog naar 150% gaan.
Als minister VDB dit nu terugbrengt naar 125% hebben we een probleem.
Bovendien laat dit voorbeeld zien dat ziekenhuis enige fexibiliteit nodig hebben om calamiteiten financieel op te vangen.
Het random bedrag van 125% (zij het dat het een gemiddelde is) is nonsens. Het lijkt me meer evident dat het % in de tijd beperkt wordt en verantwoord moet worden. Laten we toch eens een volwassen beleid voeren.
Reactie toevoegen