Opiniestuk: bij financieel-ethische keuzes moet de overheid achter de arts staan
In De Tijd van 30 oktober jl. verscheen een artikel met als titel “Vooral de laatste levensmaanden wegen op het zorgbudget. (*) Een oplettende zorgverlener voelt dan de vraag al komen: kan/moet er op deze uitgaven niet doelmatig bespaard worden?
Waardoor we dus tot moeilijke, ethische vragen komen. Artsen willen daarin hun verantwoordelijkheid opnemen, zo stellen Dr. Cédric Van Dijck en Dr. Wout Van Oosterwyck, maar dan wel op voorwaarde ethiek en empathie primeert én dat de overheid back-up verleent.
Lees hierna (klik op ‘lees meer’) het volledige opiniestuk van deze twee jonge, geëngageerde ASGB-leden.
Het verleden leert ons dat we in België een performant zorgsysteem hebben. We hebben dit uitgebouwd dankzij de toewijding van onze zorgverleners, de financiële bijdrage van de burger en de samenleving, alsook iedereen die het kader steeds heeft geschept. Hierin kunnen deze empathische en onvermoeibare verpleegkundigen, therapeuten, artsen, ... zorg bieden aan onze samenleving.
De realiteit leert ons echter dat dit systeem kraakt. Er worden besparingen doorgevoerd en om deze zo min mogelijk impact te laten hebben op de effectieve zorg, worden er veel pistes onderzocht. Veel pistes, maar misschien niet genoeg. We willen immers ook een toekomst voor de gezondheidszorg in België, waar iedereen beroep kan blijven doen op die excellente zorg.
Het geciteerde artikel uit De Tijd behandelt een gevoelig thema. Het bespreekt het raakvlak tussen zorg, economie, betaalbaarheid en ethiek. De meerderheid van ons gezondheidszorgbudget wordt uitgegeven aan een kleine minderheid van patiënten en dit vooral in de laatste maanden van hun leven.
Zorgverleners voeren zo veel als mogelijk het gesprek met de patiënt en diens meest dierbaren over zorgplanning. Helaas gebeurt dit vaak pas in deze moeilijke laatste momenten, soms met het figuurlijke mes op de keel. Deze gesprekken verlopen met het meest empathische doel: de wensen van de patiënt inpassen in de realiteit van diens gezondheid. Maar er is een keerzijde: in tijden waarin de toekomst van ons zorgmodel steeds meer onder druk staat, moeten ook wij rationeel omspringen met dure therapie als goede medebeheerder van de budgetten in de zorg.
Hoever moeten we hier in gaan? Is de kost van therapie een valabel topic om te bespreken met de patiënt in deze gesprekken die al behoorlijk moeilijk zijn? Wordt de overheid een gesprekspartner die mee komt spreken over wat we überhaupt nog aan de patiënt mogen aanbieden? En zal die overheid dan ook verantwoordelijkheid opnemen wanneer bepaalde behandelingen beter niet meer aangeboden worden? Of blijven de zorgverleners de goede herders van het budget die evenwel door de overheid in een medicolegaal moeras geduwd worden wanneer "kostprijs” later geen juridisch valabel argument blijkt voor een bepaalde therapie of diagnostiek te beperken?
We moeten met alle stakeholders durven te discussiëren over oncomfortabele topics. Niet haastig aan een onderhandelingstafel onder druk, maar met visie voor de houdbaarheid van ons systeem. Als we moeilijke keuzes maken, moet de overheid achter de artsen staan die deze moeilijke keuzes zullen moeten kaderen aan elke individuele patiënt. Zonder dit breed maatschappelijk debat plaatsen we gewoon een nieuwe stelling rond een renovatie die uiteindelijk zal wegzinken in het moeras van de kortetermijnvisie en gebrekkige politieke moed.
(*) abonnees van De Tijd kunnen via de link hierna het artikel lezen http://bit.ly/47Je1u0
Reactie toevoegen