Cumul toezicht en urgentieverstrekking art. 25*

ASGB-BERICHT 2011.015

Bijlage: eindrapport WG 28062004.doc

v:* {behavior:url(#default#VML);}
o:* {behavior:url(#default#VML);}
w:* {behavior:url(#default#VML);}
.shape {behavior:url(#default#VML);}

/* Style Definitions */
table.MsoNormalTable
{mso-style-name:Standaardtabel;
mso-tstyle-rowband-size:0;
mso-tstyle-colband-size:0;
mso-style-noshow:yes;
mso-style-priority:99;
mso-style-qformat:yes;
mso-style-parent:"";
mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt;
mso-para-margin:0cm;
mso-para-margin-bottom:.0001pt;
mso-pagination:widow-orphan;
font-size:11.0pt;
font-family:"Calibri","sans-serif";
mso-ascii-font-family:Calibri;
mso-ascii-theme-font:minor-latin;
mso-fareast-font-family:"Times New Roman";
mso-fareast-theme-font:minor-fareast;
mso-hansi-font-family:Calibri;
mso-hansi-theme-font:minor-latin;
mso-bidi-font-family:"Times New Roman";
mso-bidi-theme-font:minor-bidi;}

Geachte Collega,



We kregen al verscheidene vragen, met name van geriaters,  i.v.m. punt 4.4.2 van het akkoord 2011:

11/13 Toezichtshonoraria volwassen patiënten

Verbod cumul toezichtshonorarium van de dag van opname met  de urgentieverstrekkingen bedoeld in artikel 25, § 3bis, voor volwassen patiënten  



1.500.000 EUR

Zij vreesden -en de tekst laat die interpretatie inderdaad toe- dat elke A-raadpleging ertoe zou leiden dat het verhoogde toezichthonorarium van dag 1 zou vervallen.

Ik had dit al (opnieuw) voorgelegd aan de Algemene Werkgroep van de TGR (cfr. infra) en die heeft mijn voorstel in zijn vergadering van 11/1/2011 goedgekeurd, onder voorbehoud van nog een laatste check door het actuariaat.

Op het zicht kan men m.i. echter al vaststellen dat een cumulverbod tussen zowel een C- als een A-honorarium met het toezichthonorarium in een veel grotere besparing zou resulteren dan gevraagd werd.

Bij de initiële berekening is het Riziv er ook van uitgegaan dat niet de eerste dag toezicht vervalt maar de laatste, m.a.w. dag 1 wordt pas aangerekend op dag 2. Alleen het lagere toezichthonorarium van de laatste dag opneming zou dan verloren gaan.



We houden u op de hoogte van het verdere verloop van dit dossier: TGR-plenaire, NCGZ, Verzekeringscomité, enz.



met vriendelijke groet, Dr. Robert Rutsaert


 

Van: Robert.Rutsaert

Verzonden: vrijdag 7 januari 2011 11:57

Aan: ctm-tgr

Onderwerp: Betr: Groupe Général / CTM - Algemene Werkgroep / TGR : 11-01-2011

 

Geachte Collega,



In verband met punt 3 van de agenda volgende opmerkingen:



Tijdens de voorbesprekingen van het akkoord ben ik er steeds van uitgegaan dat dit cumulverbod de C-honoraria betrof. Ik had dit voordien in de werkgroep ad hoc ook al meermaals vermeld (cfr. nota 5.1.10).

Omdat dit in de ontwerpteksten onvoldoende gepreciseerd werd heb ik bij de eindbespreking gevraagd om dit te corrigeren.

In de tekst die voorlag op de ultieme vergadering was deze correctie ook aangebracht. Door autopech kwam ik ruim te laat op deze vergadering toe. Omdat de tekst in orde leek heb ik er ook geen verdere opmerkingen over gemaakt. Groot was dan ook mijn verbazing toen ik vaststelde dat 's anderendaags in de te ondertekenen en definitieve versie opnieuw sprake is van "de verstrekkingen onder art. 25 bis"  waarmee dus zowel de A- als de C-honoraria kunnen gevat worden. Na contact met Dr. Moens blijkt dit inderdaad zo voor mijn aankomst te zijn besproken, de rationale was niet duidelijk.



Het zou echter volstrekt onlogisch zijn om -opnieuw- een cumulverbod in te voeren tussen de A- honoraria en het toezichthonorarium. Waarom zou de opvang door een urgentist of andere spoedarts de orgaanspecialist moeten verhinderen om een toezichthonorarium aan te rekenen. Of moet, omgekeerd, bij het aanrekenen van een toezichthonorarium de urgentist opnieuw zowat 35% van zijn werk gratis  verrichten? In het eindrapport van de werkgroep spoed-urgentiegeneeskunde dat op 28/6/2004 door de NCGZ werd goedgekeurd, was dit net een van de aangehaalde knelpunten. Dat nadien ook werd opgelost, we kunnen dit nu moeilijk terugdraaien.



Logischer is wel dat wanneer een bijgeroepen specialist een C-honorarium heeft aangerekend (ev. met de terug ingevoerde en opgewaardeerde urgentietoeslag) dat hij dan dezelfde dag niet nog eens een toezichthonorarium kan aanrekenen.

De tekst van het akkoord laat deze mogelijkheid m.i. ook toe.



met vriendelijke groet, Dr Robert Rutsaert


2026.048

Nieuwe vergoedingsregels bij radiofrequente ablatie van schildklierpathologie

 

Op 4 mei 2026 werd een Ministerieel Besluit gepubliceerd i.v.m. de tegemoetkoming voor invasieve hulpmiddelen bij radiofrequente ablatie van schildklierpathologie.

Het besluit bevat criteria die gelden voor de verplegingsinrichting, voor de patiënt en voor het hulpmiddel zelf.

Daarnaast bevat het regels over de attestering en de aanvraagprocedure.

Het besluit is in voege getreden op 1 april 2026. 

In de pdf als bijlage bij dit bericht vindt u de tekst ervan. 

2026.047

Nieuwe nomenclatuur i.v.m. spirometrie en ergospirometrie vanaf 1 juni 2026

 

Op 30 april 2026 werd een KB met besparingsmaatregelen i.v.m. spirometrie en ergospirometrie gepubliceerd.

Aanleiding was de vaststelling door de DGEC van een reeks niet-conforme aanrekeningen en cumuls (waarover ook heel wat discussie bestond).

Het Kartel heeft de aandacht gevestigd op de onderwaardering van de ergospirometrie en vroeg daarvoor een beperkt bijkomend budget in de behoeftenfiches voor 2026 (zie wordfile als bijlage bij dit bericht). 

We werden daarin echter niet gevolgd door de andere partners.

 

2026.046

Gewijzigde toepassingsregel in de klinische biologie vanaf 1 juni 2026

 

Op 30 april 2026 werd een KB gepubliceerd over een gewijzigde toepassingsregel in de nomenclatuur klinische biologie die in voege zal treden op 1 juni 2026.

Het gaat om de schrapping van de verstrekking 552016-552020 uit het cumulverbod van de verstrekking 557314-557325.

  • * 552016 552020 Opzoeken van infectieuze agentia met een immunologische techniek
  • * 557314 557325 Opsporen van minstens het SARS-CoV-2 virus door middel van een techniek van moleculaire amplificatie