Oprichting, organisatie, financiering van triage- en afnamecentra

ASGB-BERICHT ASGB-BERICHT 2020.134
Icoon thema staatsblad

 

Geachte collega

In het BS van 6/7/2020 verscheen een KB i.v.m. de triage- en afnamecentra.

met collegiale groeten, het ASGB-bestuur

FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU

Protocolakkoord gesloten tussen de federale regering en de in de artikelen 128, 130, 135 en 138 van de grondwet bedoelde autoriteiten betreffende de oprichting, de organisatie en de financiering van triage- en afnamecentra in het kader van het beheer van de COVID-19 gezondheidscrisis
Gelet op de respectieve bevoegdheden van de Federale Staat en van de overheden bedoeld in de artikelen 128, 130, 135 en 138 van de Grondwet - hierna de `Gemeenschappen en Gewesten' of de `deelentiteiten' genoemd - wat betreft het volksgezondheidsbeleid;
Gezien de respectieve bevoegdheden van de Federale Staat en van de deelentiteiten in de financiering en de organisatie van de eerstelijnsgezondheidszorg en de ziekenhuiszorg;
Gezien de dringende noodzaak om de zorgverlening in het kader van het beheer van de COVID-19-crisis aan te passen teneinde
-de verspreiding van de epidemie te beperken,
- ervoor te zorgen dat er voldoende zorg beschikbaar is om de nodige zorg te verlenen aan degenen die door de ziekte worden getroffen
- en de gezondheidswerkers zo goed mogelijk te beschermen tegen het risico om de ziekte op te lopen;
Komen de ministers bevoegd voor gezondheid op federaal niveau en binnen de Gemeenschappen en Gewesten, in het kader van de Interministeriële Conferentie voor Volksgezondheid, het volgende overeen.
Inleiding
Toen de eerste golf van de COVID-19 epidemie medio maart 2020 verscheen, hebben de federale overheid en overheden van de Gemeenschappen en Gewesten overleg gepleegd met vertegenwoordigers van huisartsen en ziekenhuizen om op zeer korte termijn 'triagecentra' op te richten om :
-een massale niet-georganiseerde instroom van patiënten, die verdacht worden ziek te zijn, naar de ziekenhuis-spoeddiensten te beperken, waarbij de triagecentra de taak hebben te beoordelen of deze patiënten al dan niet in het ziekenhuis moeten worden opgenomen (= "triagefunctie");
- aan huisartsen de mogelijkheid te bieden om het contact met hun patiënten, die verdacht worden het virus te dragen, te beperken tot telefonische contacten en hen door te verwijzen naar deze 'triagecentra' voor een face-to-face medisch onderzoek;
- in staat te zijn de beschikbare persoonlijke beschermingsmiddelen te concentreren op die plaatsen waar patiënten, die mogelijk door het virus besmet zijn, kunnen worden opgevangen.
Aan het einde van de acute fase van deze eerste golf van de epidemie, en op het moment dat de middelen die nodig waren om een grootschalig screeningsbeleid uit te voeren voldoende bleken te zijn, werden de triagecentra belast met een extra opdracht, namelijk het afnemen van stalen bij de te screenen personen (= `afnamefunctie').
Dit protocol heeft tot doel meer zichtbaarheid te geven aan de bepalingen die tussen de Federale Staat en de deelentiteiten zijn overeengekomen inzake de modaliteiten en voorwaarden omtrent de werking en de financiering van de "triage- en afnamecentra" en ook een aanzet te geven naar toekomstige afspraken rond de wijze waarop deze centra kunnen worden ingebed in een toekomstig regelgevend kader.
1. Twee functies die aan de triage- en afnamecentra zijn toevertrouwd.
A. De triagefunctie
De bedoeling van de triagefunctie is om te voorkomen dat patiënten, waarvan de toestand geen ziekenhuisopname vereist, zich aanmelden aan de ziekenhuisspoeddiensten.
Deze functie is bedoeld voor patiënten die zijn doorverwezen door een huisarts die geen fysiek klinisch onderzoek heeft uitgevoerd en die vermoedt dat de symptomen ernstig genoeg zijn om eventueel een ziekenhuisopname te verantwoorden.
Een klinisch onderzoek wordt uitgevoerd door een huisarts, eventueel bijgestaan door verplegend personeel.
De aanwezigheid van een arts is te allen tijde noodzakelijk wanneer de triagefunctie toegankelijk is.
Als de arts na een klinisch onderzoek van mening is dat een ziekenhuisopname niet noodzakelijk is, kan hij beslissen aan de patiënt een test voor te schrijven en deze in het triage- en afnamecentrum uit te voeren.
B. De afnamefunctie
De afnamefunctie heeft tot doel beter te voldoen aan de behoeften van de bevolkingsscreening en moet het mogelijk maken om de testvraag op te vangen voor elke persoon die voldoet aan de voor het testen gedefinieerde criteria (1) en die niet in een residentiële structuur is opgenomen.
De beslissing om een patiënt te testen wordt echter altijd genomen door de behandelende (huis)arts, die de test aan de patiënt moet voorschrijven voordat hij/zij naar het triagecentrum wordt doorverwezen. Voor burgers die niet over een huisarts beschikken, wordt door elke huisartsenkring een oplossing voorzien.
Op de afnamefunctie van de triage- en afnamecentra kan ook beroep worden gedaan om bepaalde testen uit te voeren op verzoek van de callcenters die zijn opgezet in het kader van de screening- en follow-upstrategie voor personen die in nauw contact zijn geweest met anderen die positief hebben getest. Deze verzoeken moeten voldoen aan de aanbevelingen die zijn goedgekeurd door de Risk Management Group. In sommige gevallen kunnen deze verzoeken betrekking hebben op asymptomatische personen, waaronder mensen die in quarantaine zijn geplaatst, die geen symptomen hebben ontwikkeld en die terugkeren naar hun werk, waardoor ze in nauw contact komen met risicogroepen.
Inzake de mate waarin ziekenhuizen (of residentiele structuren) bepaalde van hun te hospitaliseren (of te ontvangen) patiënten naar de triage- en afnamecentra kunnen verwijzen, zullen nog voorwaarden worden bepaald na overleg met de huisartsenverenigingen en de ziekenhuiskoepels (of andere koepelorganisaties).
De afname kan worden uitgevoerd :
- ofwel door verplegend personeel
- ofwel door een arts
- ofwel door andere bevoegde gezondheidszorgverstrekkers.
De fysieke aanwezigheid van een arts is niet verplicht, maar de coördinerende arts zal altijd oproepbaar zijn (bijvoorbeeld als een patiënt ernstigere symptomen heeft die een klinisch onderzoek vereisen om te beoordelen of een ziekenhuisopname nodig is).
2. Toegankelijkheid van de triage- en afnamefuncties
A. De triagefunctie
Elk triage- en afnamecentrum vestigt zijn triagefunctie op één enkele locatie.
Om voldoende toegankelijkheid van de triage-functies te garanderen, zullen de deelentiteiten ervoor zorgen dat het aantal centra dat overeenstemt met ten minste 1 centrum per begonnen schijf van 100.000 inwoners, behouden blijft (2). In regio's waar het aantal centra groter is dan 1 centrum per 100.000 inwoners, zullen de deelentiteiten de initiatieven nemen die zij nuttig achten om de centra die de minste inwoners tellen te fuseren met een naburig centrum.
Triagefuncties worden georganiseerd in nauwe samenwerking met de spoeddiensten van de ziekenhuizen. Zij maken daartoe de nodige afspraken, die opvraagbaar zijn voor de overheden.
Als de behoefte aan triage van patiënten voor wie een face-to-face klinisch onderzoek nodig is om de mogelijke behoefte aan ziekenhuisopname te beoordelen, sterk is verminderd en als de ziekenhuisspoeddienst deze functie zelf kan uitvoeren, mag de triagefunctie van het betrokken centrum tijdelijk `on hold' worden gezet op voorwaarde van :
- een expliciet schriftelijk akkoord van één of meer ziekenhuisspoeddienst(en) die de triagefunctie kan/kunnen overnemen
- een nauwkeurige omschrijving van de voorwaarden waaronder het triage- en afnamecentrum gevraagd zal worden zijn triagefunctie opnieuw te activeren.
Het triage- en afnamecentrum waarvan de triagefunctie `on hold' is gezet, moet deze op elk moment binnen 48 uur weer kunnen reactiveren.
Zolang de triagefunctie actief blijft, moet deze minstens 4 uren per dag en elke weekdag (werkdagen) toegankelijk zijn.
De uren van beschikbaarheid van de triagefunctie worden duidelijk vastgesteld en gecommuniceerd aan de huisartsen in het gebied dat valt onder de huisartsenkring(en) die de functie coördineren.
Er wordt een doorverwijzing georganiseerd (in een ziekenhuis, een wachtpost of een ander triagecentrum) wanneer de functie niet beschikbaar is.
B. De afnamefunctie
De afnamefunctie kan worden georganiseerd op verschillende locaties op het grondgebied van de kring(en) van huisartsen die de medische coördinatie van de triagepost organiseren, en dit om de toegankelijkheid van de afnamefunctie te vergroten.
Verschillende organisatiemodaliteiten zijn mogelijk (o.a. mobiele teams, drive-in, ...).
De tijdstippen waarop de functie beschikbaar is op de verschillende plaatsen waar ze is georganiseerd, zullen duidelijk worden vastgesteld en bekend worden gemaakt aan de huisartsen in het gebied en aan het callcenter dat belast is met de contactopvolging.
Op elke locatie waar de functie wordt georganiseerd, zal deze elke dag van de week toegankelijk zijn, met de mogelijkheid om patiënten tijdens het weekend door te verwijzen naar een andere locatie (wachtpost, andere afnamefunctie).
De openingsuren kunnen worden aangepast aan de behoeften van de bevolking en de werklast, rekening houdende met de evolutie van de epidemie; zij zullen altijd minstens één week op voorhand bekend zijn.
3. Triage- en afnamecentra worden onder de medische coördinatie van de huisartsenkringen geplaatst
De medische coördinatie van de triage- en afnamecentra wordt toevertrouwd aan de huisartsenkringen die erkend zijn op basis van ofwel :
- het koninklijk besluit van 8 juli 2002 tot vaststelling van de opdrachten verleend aan huisartsenkringen
- het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 2015 betreffende de huisartsenkringen.
De medische coördinatie van een triage- en afnamecentrum kan worden verzekerd door één huisartsenkring of een groepering van kringen.
Deze kring (of groepering van kringen) zorgt voor :
- het coördineren, in samenwerking met de ziekenhuisspoeddiensten, van initiatieven om de triagefunctie te organiseren binnen het grondgebied dat het bestrijkt;
- het coördineren van initiatieven om de afnamefunctie te organiseren op verschillende locaties binnen het grondgebied dat het bestrijkt;
- het bepalen van de openingsuren van de verschillende plaatsen waar stalen kunnen worden genomen;
- het verder verdelen aan de verschillende locaties die de mogelijkheid bieden om stalen te nemen, van het beschermings- en testmateriaal dat door de federale overheid wordt ter beschikking gesteld;
- het coördineren van de toewijzing van personeel (artsen, verpleegkundigen, laboratorium technologen, administratieve ondersteuning, ...) aan de verschillende plaatsen van staalafname;
- het mee toezien op het verzekeren dat door de triage- en afnamecentra aan alle informatieverplichtingen aan de overheid voldaan wordt op kwalitatieve en tijdige wijze.
Deze opdrachten kunnen in samenwerking met een ziekenhuis worden uitgevoerd. In dit geval wordt in een schriftelijke overeenkomst tussen de kring(en) van huisartsen en het ziekenhuis tenminste vastgelegd wie de medische verantwoordelijkheid en de administratieve verantwoordelijkheid van het triage- en afnamecentrum draagt.
4. Samenwerking tussen triage- en afnamecentra en laboratoria voor klinische biologie
Om te voldoen aan de uitzonderlijk hoge behoefte aan testmateriaal en staalanalyse is er tijdelijk een federaal platform opgericht naast de traditionele analysecircuits van de klinische biologie.
De twee circuits zijn complementair, maar zijn volledig onafhankelijk van elkaar. Elk triage- en afnamecentrum wordt daarom gevraagd ofwel het ene, ofwel het andere circuit te kiezen. Een combinatie van beide is niet toegestaan om risico's op dubbele financiering te vermijden.
Als het federale platform wordt gekozen zal dat platform instaan voor de levering van testmateriaal aan het triage- en afnamecentrum, het verzamelen van de afgenomen testen, het vervoer ervan naar zijn laboratoria en het doorsturen van de analyseresultaten. Het testmateriaal dat door het federale platform ter beschikking wordt gesteld, kan in geen geval worden verspreid onder individuele artsen die deze testen daarna naar een privé- of ziekenhuislaboratorium zouden sturen.
Indien het triage- en afnamecentrum ervoor kiest om met een ziekenhuislabo of privé-laboratorium te werken, dan zal dit labo de organisatie op zich nemen voor de toelevering van het testmateriaal, voor de ophaling ervan en voor het doorsturen van de analyseresultaten. Indien op een bepaald moment blijkt dat het initiële laboratorium niet meer binnen de vereiste termijn aan de vraag naar analyse kan voldoen, met name omdat de vraag naar analyse te groot is kan het triage- en afnamecentrum echter vragen om over te schakelen naar het 'federale platform'.
De keuze voor het "federale platform" van bij het begin of op een later tijdstip impliceert dat het triage- en afnamecentrum vanop dat moment uitsluitend met het federale platform blijft werken zolang de totale vraag naar test- en laboratoriumanalysemateriaal de capaciteit die de traditionele (privé- of ziekenhuis-) laboratoria kunnen bieden, overschrijdt. Het Nationaal Referentiecentrum houdt toezicht op de parameters die nodig zijn om te meten of deze vraag al dan niet boven de reguliere capaciteiten uitkomt.
5. Bevoorrading en financiering van de triage- en afnamecentra (algemene regels)
A. Persoonlijke beschermingsmiddelen
Het voorzien van de triage- en afnamecentra van persoonlijke beschermingsmiddelen wordt georganiseerd en gefinancierd door de federale overheid. Bij de verdeling van de beschermingsmiddelen wordt rekening gehouden met het inwonersaantal dat door het triage- en afnamecentrum kan bediend worden. Een tussenkomst van het RIZIV wordt voorzien voor de kosten die de triage- en afnamecentra hebben gemaakt omdat bepaalde beschermingsmiddelen niet beschikbaar waren tussen 16 maart en 4 mei 2020.
De precieze organisatie binnen het triagecentrum (bv. het creëren van eventuele decentralisatie voor de afnamefunctie) heeft geen impact voor wat de aflevering van beschermingsmateriaal betreft. Het triage- en afnamecentrum wordt door de overheid als één geheel beschouwd en is het enige aanspreekpunt voor de afleveringen van materiaal. Het centrum staat zelf in voor de verdere verdeling naar zijn vestigingsplaatsen volgens de noden.
B. Afnamemateriaal
Het ter beschikking stellen van het afnamemateriaal aan de triage- en afnamecentra hangt af van het door het centrum gekozen 'laboratoriumcircuit' : ofwel via het federale platform ofwel via een privé- of ziekenhuislaboratorium.
De federale overheid financiert dit materiaal en de analyses van de testen in het kader van de overeenkomsten met het federale platform of via de klassieke terugbetalingsregels van de ziekte- en invaliditeitsverzekering.
C. Financiering van de opstartkost
Om de activiteit en de tijdsbesteding van de artsen die hebben deelgenomen aan de oprichting van het triage- en afnamecentrum tijdens de periode voorafgaand aan de opening ervan te vergoeden, rekening houdend met het verlies aan honoraria voor reguliere activiteit, ontvangt elk centrum een maximumbedrag van 7.230,60 EUR dat ten laste zal worden genomen door het RIZIV (opgenomen in het KB nr. 20).
Het te storten bedrag zal vastgelegd worden via koninklijk besluit en zal bepaald worden rekening houdende met het aantal inwoners en het aantal deelnemende huisartsen.
D. Financiering van de medische kost
De federale overheid komt via het RIZIV tussen in de financiering van de medische coördinatie van het triage- en afnamecentrum, de vergoeding van de artsen en verpleegkundigen en de kosten van het administratief ondersteunend personeel.
De financiering van de triagefunctie van de triage- en afnamecentra wordt geregeld in het KB nr 20 : financiering van de artsen (coördinatie en klinisch onderzoeken), van de verpleegkundigen en van de administratieve ondersteuning van deze activiteit.
Voor de periode vanaf 4 mei 2020 (datum waarop de afnamefunctie werd toegevoegd aan de opdrachten van de triage- en afnamecentra) zal een koninklijk besluit worden opgesteld dat uitvoering geeft aan artikel 51 van het KB nr. 20 dat een forfaitaire financiering zal voorzien van de afnamefunctie op basis van een quotum van maximum 36 uur/dag voor de organisatie van de medische activiteit door artsen en verpleegkundigen.
In functie van de noden van het centrum (coördinatie, onderzoeken en afnames) beoordeelt de medisch en administratieve verantwoordelijke de behoefte aan inzet van artsen en verpleegkundigen.
Voor het aantal uren arts, respectievelijk een verpleegkundige zal een forfaitaire tegemoetkoming vergoed worden aan een tarief van 80.34 euro of van 47.25 euro per uur. Daarnaast wordt een forfaitaire tegemoetkoming voor de administratieve ondersteuning van 34.96 euro per uur (max. 12 uur per dag) voorzien.
De prestaties van het ziekenhuispersoneel dat aan het triage- en afnamecentrum ter beschikking wordt gesteld, zullen niet worden vergoed omwille ven de dubbele financiering die daaruit voortvloeit.
De precieze organisatie binnen het triage- en afnamecentrum (bv. het creëren van eventuele decentralisatie voor de afnamefunctie) heeft geen impact voor wat de financiering door de ziekteverzekering betreft. Het centrum wordt als één geheel beschouwd en is het enige aanspreekpunt voor het RIZIV.
Dit centrum zal duidelijk moeten aangeven welk de erkende zorgorganisatie is dat verantwoordelijk is voor de werking van het centrum, alsook de huisartsenkring(en) die het centrum coördineert en het aantal inwoners binnen de regio die het centrum dekt.
E. Tussenkomst voor de werkingskosten
Wat de vergoeding van de werkingskosten betreft : elke deelentiteit legt de voorwaarden vast waaronder het tegemoetkomt in de werkingskosten van deze centra.
Daarbij worden de volgende algemene principes toegepast :
- kosten die reeds vergoed worden door een overheid kunnen niet ten laste worden genomen; dit geldt bijvoorbeeld voor een aantal werkingskosten van wachtposten en ziekenhuizen indien ze infrastructuur of uitrustingen ter beschikking stellen van de triage- en afnamecentra;
- kost voor beschermingsmateriaal kan niet ten laste worden genomen, want wordt door de federale overheid ter beschikking gesteld;
- er mogen geen kosten voor informatica-licenties worden opgelegd aan de triage- en afnamecentra in het kader van hun verplichtingen om gegevens te registreren en om te communiceren met de klinische biologielaboratoria; om hen in staat te stellen aan deze verplichtingen te voldoen, zullen daarom gratis IT-oplossingen ter beschikking worden gesteld;
- kosten voor gebruik en onderhoud van gebouwen van lokale openbare besturen zullen ten laste worden gelegd van deze openbare besturen op basis van ad hoc overleg;
Op basis van deze principes zal elke deelentiteit de regels bepalen volgens dewelke zij tussenkomt in de werkingskosten van de triage- en afnamecentra. In voorkomend geval wordt een onderscheid gemaakt tussen de periode van 16 maart tot 3 mei 2020 en de periode die begint op 4 mei, datum waarop de afnamefunctie in de centra van start ging.
De principes en oriëntaties die door de verschillende deel entiteiten zijn aangenomen, worden hieronder beschreven.
6. Bevoorrading en financiering van de triage- en afnamecentra (specifieke regels per deelentiteit)
A. In Vlaanderen
De Vlaamse overheid wil zich engageren zowel voor de kosten voor de infrastructuur, energie en nutsvoorziening en de niet-medische uitbatingskosten via een forfait.
Dit pakket zal echter geen dekking bieden van :
- de door het RIZIV gedekte personeelskosten
- persoonlijke beschermingsmiddelen waarvoor de federale overheid verantwoordelijk is
- bedragen die vóór 4 mei 2020 door de lokale overheden zijn vastgelegd
- eventuele kosten in verband met IT-licenties voor de verwerking van de gegevens in verband met afname en laboratoriumanalyses.
De forfaitaire tussenkomst van de Vlaamse overheid zal gepaard gaan met maatregelen om aan de volgende principes te voldoen
- vermindering van het aantal triagefuncties door sluiting of fusie tot 1/100.000 (ongeveer één per eerstelijnszone)
- installatie van de centra in duurzame locaties door het bewerkstellingen van synergiën tussen ziekenhuizen, wachtposten, lokale besturen en provincies
- organisatie van de centra is goedgekeurd door de organiserende huisartsenkring
- de Vlaamse overheid keurt steeds de locaties goed m.b.t. de opening en sluiting en wordt op de hoogte gehouden i.v.m. de satellieten
- geen dubbele financiering voorzien (als er al federaal financiering is voorzien voor infrastructuur, bv. via ziekenhuis of wachtpostfinanciering, dan zal er geen financiering voorzien worden vanuit Vlaanderen).
B. In Wallonië
De Waalse regering verbindt zich ertoe de organisatie van de centra te ondersteunen door in te grijpen in de kosten die niet door andere instanties of met andere middelen worden gedekt, op het vlak van infrastructuur, energie, openbare nutsvoorzieningen en niet-medische werkingskosten.
Dit forfait zal echter geen betrekking hebben op :
- de door het RIZIV gedekte personeelskosten
- persoonlijke beschermingsmiddelen waarvoor de federale overheid verantwoordelijk is
- bedragen die vóór 4 mei 2020 door de lokale autoriteiten zijn vastgelegd
- eventuele kosten in verband met software licenties voor de verwerking van gegevens in verband met het afnemen vaan stalen en analyseresultaat.
De tussenkomst van Wallonië zal gepaard gaan met maatregelen om aan de volgende principes te voldoen :
- de vestiging van de centra op duurzame locaties door het creëren van synergieën tussen ziekenhuizen, wachtposten, lokale overheden en provincies
- een goedkeuring door de huisartsenkring(en) over de organisatie van de centra
- voorafgaande goedkeuring door de Waalse overheid van de beslissing om sites te openen en te sluiten en informatie over wat er met betrekking tot de antennes zal gebeuren
- geen dubbele financiering gepland (als er al een federale financiering is gepland voor infrastructuur, bijvoorbeeld via ziekenhuis- of wachtpostfinanciering, zal er geen financiering uit Wallonië zijn).
C. In Brussel
Wat de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreft, zullen de middelen die nodig zijn om de werkingskosten van de triage- en afnalecentra te dekken, worden vastgesteld op basis van het algemene plan "test- en triagestrategie" dat door COCOM in overleg met het FAMGB/FBHAV en de ziekenhuiskoepels is opgesteld.
Er zal rekening worden gehouden met een verdeling die voldoende toegankelijkheid biedt en een passende oplossing op middellange termijn.
In de tussentijd zullen alleen de bestaande triage- en afnamecentra de afnamefunctie kunnen uitvoeren.
D. In de Duitstalige Gemeenschap
De Duitstalige Gemeenschap ondersteunt triage- en afnamecentra en ziekenhuizen door het subsidiëren van infrastructuurprojecten en rehabilitatiewerken en door het ondersteunen van de aankoop van medisch en niet-medisch materiaal.
De triage- en afnamecentra staan wekelijks in contact met vertegenwoordigers van de Duitstalige Gemeenschap. Op deze manier kunnen hun vragen en behoeften snel worden behandeld.
De Duitstalige Gemeenschap reageert ook op eventuele dringende verzoeken om materiaal van de triage- en afnamecentra (in aanvulling op de steun van de federale overheid).
Voor afname die in het triage- en afnamecentrum of thuis worden genomen, biedt de Duitstalige Gemeenschap logistieke ondersteuning aan de centra. Het personeel van verschillende instellingen van de Duitstalige Gemeenschap ondersteunt tijdelijk het personeel van de centra.
7. Monitoring van de triage- en afnamecentra
De rol van de triage- en afnamecentra maakt deel uit van een keten van acties die zowel het curatieve aspect (zorg voor geïnfecteerde patiënten) als het preventieve aspect (detectie van mensen die nauw contact hebben gehad met geïnfecteerde patiënten, etc.) omvat.
Om het systeem als geheel goed te laten draaien, maar ook om het administratieve werk op het niveau van de triage- en afnamecentra te vergemakkelijken, zal alle informatie die nodig is voor de financiering van de triagecentra, voor de levering van beschermings- of testmateriaal of informatie over de toegankelijkheid van de centra, die beschikbaar moet zijn voor de verwijzende huisartsen en het callcenter dat verantwoordelijk is voor de opsporing van contacten, worden gecentraliseerd in een unieke gegevensbank die door de federale overheid ter beschikking wordt gesteld.
De triage- en afnamecentra zijn verantwoordelijk voor het tijdig en kwalitatief meedelen van gegevens in deze databank, met betrekking tot :
- de huisartsenkring(en) die de medische coördinatie van het centrum verzorgt (verzorgen)
- de personen die verantwoordelijk zijn voor het centrum op medische en administratieve vlak en voor de levering van materiaal;
- de keuzes die gemaakt zijn met betrekking tot de locatie van hun triage- en afnamefuncties en hun openingstijden;
- hun keuze inzake de samenwerking met een laboratorium voor klinische biologie;
- de medische, verpleegkundige en administratieve prestaties die dagelijks worden geleverd;
- de dagelijkse triage- en afnameactiviteit, met uitzondering van gegevens met betrekking tot de afnamefunctie die elders al beschikbaar zouden zijn (o.a. in de gegevensbank van Sciensano).
De afwezigheid van voldoende informatie in de centrale databank zal leiden tot een onderbreking van de leveringen van (beschermings- of afname) materiaal aan de betrokken centra en tot een onderbreking van de financiering ervan door het RIZIV.
De beslissingen van de centra om een locatie te openen of te sluiten die aan de afnamefunctie is toegewezen (met dien verstande dat de afnamefunctie wel minstens op één locatie steeds operationeel blijft), alsook de beslissing om hun triagefunctie `on hold' te zetten of te reactiveren, dienen het voorwerp uit te maken van een voorafgaand overleg met de deelentiteit waartoe het centrum behoort.
Dit overleg moet de deelentiteit in staat stellen om zijn engagementen inzake de financiering van de werkingskosten van de triage- en afnamecentra na te komen, maar ook om zijn rol te vervullen bij het waarborgen van de toegankelijkheid van de triage- en afnamefuncties op zijn hele grondgebied.
Alle informatie die in de centrale databank wordt verzameld, zal toegankelijk zijn voor zowel de federale overheid als de deelentiteiten.
Alle verzamelde gegevens - met inbegrip van die welke betrekking hebben op het testcircuit en die zijn geregistreerd bij Sciensano - moeten de federale overheid en overheden van de deelentiteiten in staat stellen de patiëntenstromen te volgen in het kader van de twee functies die aan de triage- en afnamecentra zijn toevertrouwd in verhouding tot de activiteit binnen de ziekenhuizen en de activiteit van andere eerstelijnszorgverstrekkers.
8. Toekomstig regelgevend kader voor de organisatie van ondersteunende structuren en van de triage- en afnamecentra
De federale overheid en de deelentiteiten engageren zich ertoe om tegen 30 juni 2020 samen de elementen uit te werken van een passend regelgevend kader voor een gestandaardiseerde aanpak met betrekking tot ondersteunende structuren in het kader van een pandemie of een situatie met een gelijkaardig impact op het vlak van de zorgverlening en het beheersen van de crisis.
In dit kader zal worden bepaald - vanzelfsprekend voortbouwend en in lijn met de modaliteiten in dit protocol - op welke wijze deze tijdelijke structuren worden geactiveerd en erkend, wie op het terrein verantwoordelijk zal zijn voor de uitrol van dergelijke tijdelijke structuren (huisartsenkringen), welk geografisch gebied de structuur zal bedienen, welke functies zullen worden aangeboden, hoe de gegevensstromen zullen verlopen, welke tegemoetkomingen zullen kunnen worden verleend, aan welke kwaliteitsvereisten de betrokken structuren moeten voldoen.
Eveneens moet een regeling worden uitgewerkt opdat de uitvoering van de functies binnen deze structuren afdwingbaar kunnen worden gemaakt, ook wat de beschikbaarheid van personeel betreft.
Hierbij zullen de rollen van de federale overheid en de gefedereerde entiteiten duidelijk worden geïdentificeerd, met respect van de geldende bevoegdheidsverdeling.
Inwerkingstreding
Deze regeling treedt in werking op 20 mei 2020, datum waarop de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid voorliggend protocolakkoord heeft goedgekeurd.
Voor de Federale Staat :
M. DE BLOCK,
Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, en van Asiel en Migratie
Voor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaams Gewest :
W. BEKE,
Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding.
Pour la Région Wallonne :
C. MORREALE,
Vice-Présidente et Ministre de l'Emploi, de la Formation, de la Santé, de l'Action sociale, de l'Egalité des chances et des Droits des femmes
Pour la communauté française :
B. LINARD,
Vice-Présidente et Ministre de l'Enfance, de la Santé, de la Culture, des Médias et des Droits des Femmes
V. GLATIGNY,
Ministre de l'Enseignement supérieur, de l'Enseignement de la Promotion sociale, des Hôpitaux universitaires, de l'Aide à la jeunesse, des Maisons de Justice, de la Jeunesse, des Sports et de la Promotion de Bruxelles
Voor de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad :
A. MARON,
Membre du Collège réuni de la Commission communautaire commune, chargé de la Santé et Action sociale
E. VAN DEN BRANDT,
Lid van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, belast met Gezondheid en Welzijn
Pour le collège de la Commission Communautaire Française de Bruxelles-Capitale :
A. MARON,
Membre du Collège de la Commission communautaire française chargé de la Santé et de l'Action sociale
Für die Deutschsprachige Gemeinschaft :
A. ANTONIADIS,
Vize-Ministerpräsident und Minister für Gesundheit und Soziales, Raumordnung und Wohnungswesen
_______
Nota's
1 Zie https ://covid-19.sciensano.be/sites/default/files/ Covid19/COVID-19_Case%20definition_Testing_NL.pdf
2 In maart 2020 werden 152 centra geregistreerd door het RIZIV : 12 in Brussel, 94 in Vlaanderen, 44 in Wallonië en 2 in de Duitstalige Gemeenschap.

ASGB-BERICHT

2020.146

 

 

Morgen nemen we afscheid van mevrouw Rita Cuypers, onze juriste die sedert 1978 onafgebroken in dienst was van het ASGB.

 

Ook tijdens onze beginjaren, toen ons ledenaantal en onze financiële situatie niet waren wat ze nu zijn, is zij steeds trouw op post gebleven.

 

In de loop der jaren heeft zij in gans Vlaanderen ontelbare associatiecontracten en Impulseodossiers begeleid. 

 

Onze Algemene Vergadering en Raad van Bestuur zijn haar erkentelijk voor haar jarenlange inzet voor onze vereniging.

 

1
ASGB-BERICHT

2020.127

 

Tijdens de vergadering van de medicomut op 6 juli 2020 stond opnieuw ter discussie of de wachtposten, die gestart waren met het organiseren van een weekwacht tijdens de coronapiek, daarmee verder konden gaan.

0
ASGB-BERICHT

2020.119

 

Tijdens de vergadering van het Verzekeringscomité van maandag 15 juni 2020 werden de grote lijnen uitgewerkt van een systeem voor financiële tussenkomst voor het beschermingsmateriaal en op 29 juni 2020 werd het ontwerp KB goedgekeurd.

Het KB 2O had uitdrukkelijk gesteld dat er geen extra kosten aan de patiënt hiervoor mogen worden aangerekend, maar dat een regeling zou worden uitgewerkt. Er werd daarom een werkgroep opgericht door het Verzekeringscomité en de zaak is ook besproken tijdens de medicomut van 8 juni.

Voor de artsen komt de regeling hierop neer:

4