Zorgprogramma beroertezorg met invasieve procedures

ASGB-BERICHT 2019.026

Geachte collega

In het BS van 6/2/2019 verscheen een KB i.v.m. de programmatie van het zorgprogramma beroertezorg met invasieve procedures, d.w.z. 15 voor het Rijk.

met collegiale groeten, het ASGB-bestuur

FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU

16 DECEMBER 2018. - Koninklijk besluit houdende vaststelling van het maximum aantal gespecialiseerde zorgprogramma's " acute beroertezorg met invasieve procedures"

VERSLAG AAN DE KONING
Sire,
Het besluit dat u ter goedkeuring wordt voorgelegd legt het maximum aantal gespecialiseerde zorgprogramma's "acute beroertezorg met invasieve procedures" op het niveau van het Rijk vast op 15, gelet op het feit dat er voldoende wetenschappelijke evidentie beschikbaar is die aantoont dat dit aantal in de lijn ligt van de nood, rekening houdend met een toenemend aantal indicaties zoals ook door de Federale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen werd aangegeven. Het voorstel komt ook overeen met gelijkaardige zorgmodellen voor acute beroertezorg in verschillende Europese landen.
Beroerte is een leidende oorzaak van afhankelijkheid en mortaliteit. Jaarlijks worden ongeveer 20.000 personen in België door een beroerte getroffen. Tot 60% van de personen met een acute beroerte overlijdt binnen het jaar of blijft zorgafhankelijk.
Georganiseerde zorg in een specifieke eenheid voor beroertezorg in een ziekenhuis (`Stroke Unit') aangeboden door multidisciplinaire teams die exclusief beroertepatiënten verzorgen in een specifieke patholologietoegewijde afdeling is geassocieerd met een betere zorgkwaliteit, zowel wat betreft het aanbod in acute behandeling, het voorkomen van complicaties en vroegtijdig herval, als wat de uitkomst op langere termijn betreft met verminderde mortaliteit en afhankelijkheid tot gevolg.
De kans op een goede uitkomst bij iemand die getroffen wordt door een ischemische beroerte wordt in eerste instantie bepaald door de snelle toegang tot een acute beroertebehandeling door middel van een intraveneuze trombolyse al dan niet gecombineerd met een endovasculaire mechanische verwijdering van een klonter in een slagader in de hersenen. De snelheid waarmee een acute beroertebehandeling kan worden toegepast bepaalt in belangrijk mate de kans op een goed herstel. Hoe sneller de behandeling kan worden gestart en voltooid, hoe groter de kans op een goede uitkomst en hoe korter de revalidatietijd. Het concept `Time is Brain' vat dit cruciale gegeven samen in acute beroertezorg.
In België werden in 2009 standaarden voor beroertezorg door de Belgian Stroke Council gepubliceerd.
Er ontbreekt echter tot op heden een nationaal of regionaal systeem voor de erkenning van deze beroertezorgeenheden of `stroke units' en er is geen door de overheid georganiseerde kwaliteitsregistratie. Bijgevolg is er in België een grote variabiliteit in de structuur, processen en kwaliteit van de geleverde acute beroertezorg.
Een studie van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg uit 2012 heeft de organisatie, efficiëntie en kwaliteitsindicatoren voor `stroke units' onderzocht in de beschikbare literatuur en in andere Europese landen. Op basis van deze bevindingen en de nood aan een optimale acute beroertezorg werden aanbevelingen geformuleerd. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten `stroke units' (hyper-acute zorg vs. post-acute zorg), en wordt gesteld dat het aantal hyperacute stroke Units moet gebaseerd zijn op de geschatte incidentie, sociodemografische gegevens, de geografisch bepaalde toegankelijkheid en de nood aan bereikbaarheid van een hyperacuut centrum op een zo kort mogelijke tijd.
Het KB van 19 april 2014 houdende vaststelling van de normen waaraan de zorgprogramma's "beroertezorg" moeten voldoen om erkend te worden legde de organisatie van de acute beroertezorg vast in zorgprogramma's met enerzijds een basiszorgprogramma "Acute Beroertezorg" dat zich richt op de diagnose, behandeling, opvolging en revalidatie van acute beroertepatiënten zonder nood aan invasieve procedures en anderzijds een gespecialiseerd zorgprogramma "Acute Beroertezorg met invasieve procedures" dat zich richt op de diagnose, behandeling, opvolging en revalidatie van acute beroertepatiënten met nood aan invasieve procedures bestaande uit endovasculaire en/of neurochirurgische procedures. De voorwaarden waaraan deze zorgprogramma's moeten voldoen op het vlak van infrastructuur, medische en niet-medische personeelsomkadering en deskundigheid en op het vlak van kwaliteitsopvolging werden in het KB eveneens vastgelegd.
In 2015 beantwoordde de toenmalige Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen een vraag van de Minister inzake programmatie `beroertezorg met invasieve procedures' waarbij een beperking van het aantal gespecialiseerd zorgprogramma's werd vooropgesteld (advies d.d. 30 maart 2015, NRZV/D/448-2).
Sinds begin 2015 nam de acute beroertezorg een hoge vlucht op het vlak van invasieve procedures in de hyperacute fase van een ischemische beroerte als gevolg van de publicatie van nieuwe wetenschappelijke evidentie.
Gelet op deze evolutie, adviseert de Federale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen in 2018 naar aanleiding van een vraag van de Minister opnieuw omtrent een maximum aantal gespecialiseerde zorgprogramma's voor beroertezorg met invasieve procedures (advies d.d. 14 juni 2018, FRZV/D/477-2).
In België is een endovasculaire behandeling voor acute ischemische beroerte op dit ogenblik beschikbaar in een aantal centra met variabele expertise wat het aantal uitgevoerde procedures per jaar betreft en wat de beschikbaarheid van personeel met specifieke bekwaamheid in elke fase van de zorg, betreft. De organisatie van een performant netwerk, enerzijds bestaande uit een aantal centra met voldoende kennis, expertise en capaciteit in interventionele beroertezorg, en anderzijds een uitgebouwd verwijzingssysteem voor centra die deze acute behandeling niet kunnen aanbieden, ontbreekt echter op dit ogenblik en is absoluut noodzakelijk om zoveel mogelijk beroertepatiënten deze nieuwe standaardbehandeling te kunnen aanbieden in acute fase indien zij daarvoor in aanmerking komen.
Dat met het huidige besluit het aantal gespecialiseerde zorgprogramma's "acute beroertezorg met invasieve procedures" op het niveau van het Rijk op maximum 15 is vastgesteld, wordt in het bijzonder ingegeven door het feit dat gecentraliseerde systemen met verwijzing van alle acute beroertepatiënten naar `stroke units' in een performant netwerk in samenwerking met interventionele centra, meer klinische interventies garanderen die gebaseerd zijn op klinisch-wetenschappelijke evidentie (o.a. intraveneuze trombolyse, trombectomie) en gepaard gaan met een betere uitkomst.
Een betere uitkomst werd ook aangetoond in ziekenhuizen die grotere aantallen patiënten behandelen.
Zowel "drip-and-ship"- (transfer van een basiszorgprogramma naar een gespecialiseerd zorgprogramma) als "mothership"-paradigmata (onmiddellijk opname in een gespecialiseerd interventioneel zorgprogramma met kortsluiting van een basiszorgprogramma) worden gebruikt in grotere netwerken. De aanrijtijden om een gespecialiseerd interventionele zorgprogramma te bereiken en de performantie van de basiszorgprogramma's zijn hierbij bepalend voor de uitkomst en dus de keuze van opname- en verwijzingsstrategie. Indien aangewezen, moet deacute beroertepatiënt hierbij op een zo kort mogelijke tijd in een ziekenhuis opgenomen kunnen worden dat een gespecialiseerde zorgprogramma "acute beroertezorg met invasieve procedures" aanbiedt, hetzij rechtstreeks, hetzij vanuit een verwijzend ziekenhuis met of zonder basiszorgprogramma "acute beroertezorg".
De gespecialiseerde zorgprogramma's moeten daarbij voldoen aan de minimale criteria zoals bepaald in het KB van 19 april 2014 houdende vaststelling van de normen waaraan de zorgprogramma's "beroertezorg" (basis en gespecialiseerd) moeten voldoen om erkend te worden en moeten voldoen aan volgende kenmerken eigen aan het zorgtraject:
1. Expertise (team/niet enkel procedure) verwerven en behouden;
1.1. Geïntegreerd team voor trombectomie binnen acuut beroertezorgtraject (24/7);
1.2. Opleiding en permanente navorming;
1.3. High-volume centra;
2. Kostenstructuur;
2.1. Aangetoonde kosteneffectiviteit;
2.2. Beperking van investeringen (personeel/materieel), niet ontdubbelen van activiteit (binnen één erkenning kan er geen uitbating op twee sites georganiseerd worden);
2.3. Correcte financiële regeling (componenten van het zorgtraject, materiaal, intellectuele insteek, organisatie, tele-activiteit, etc...);
3. Kwaliteitsgarantie;
3.1. Minimumaantal trombectomieën per interventionele radioloog;
3.2. Kwaliteitsparameters per netwerk;
3.3. Afspraken tussen netwerken binnen groter geheel (back-up functie gespecialiseerde zorgprogramma's);
De nabijheid van zorg dient verder te worden gegarandeerd door een systematisch snel heen- en terugverwijzen van patiënten binnen het netwerk, van een basiszorgprogramma naar het dichtstbij zijnde en beschikbare gespecialiseerd interventioneel zorgprogramma en vice versa na de hyperacute fase (24-72 uur na de acute interventie).
Uitgaande van een model van 20.000 ischemische beroertes per jaar in België, met daarbij 3.000 à 4.000 (15 à 20%) intraveneuze trombolyses en 1.000 à 1.500 (5 à 7,5%) trombectomieën per jaar, rekening houdend met een minimum van 60 (en in de toekomst bij voorkeur 100) trombectomieën per centrum - met oog op het behoud van de expertise per interventioneel radioloog, waarvan er per centrum minstens 2 nodig zijn om 24/7 permanentie te kunnen verzekeren- en rekening houdend met een toenemend aantal indicaties dient het maximum aantal gespecialiseerde zorgprogramma's te worden beperkt tot maximum 15 voor het Rijk.
Ik heb de eer te zijn,
Sire,
Van Uwe Majesteit,
de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar,
De Minister van Volksgezondheid,
M. DE BLOCK

Raad van State
afdeling Wetgeving
Advies 64.647/3 van 11 december 2018 over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende vaststelling van het maximum aantal gespecialiseerde zorgprogramma's 'acute beroertezorg met invasieve procedures''.
Op 9 november 2018 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende vaststelling van het maximum aantal gespecialiseerde zorgprogramma's 'acute beroertezorg met invasieve procedures''.
Het ontwerp is door de derde kamer onderzocht op 4 december 2018. De kamer was samengesteld uit Jo Baert, kamervoorzitter, Jeroen Van Nieuwenhove en Peter Sourbron, staatsraden, Jan Velaers en Bruno Peeters, assessoren, en Astrid Truyens, griffier.
Het verslag is uitgebracht door Tim Corthaut, auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Jeroen Van Nieuwenhove, staatsraad.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 11 december 2018.
Strekking van het ontwerp
1. Het voor advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt tot het vaststellen van het maximumaantal gespecialiseerde zorgprogramma's "acute beroertezorg met invasieve procedures" (1) die kunnen worden erkend, namelijk vijftien voor het hele Rijk (artikel 1 van het ontwerp). Dat maximumaantal wordt vijf jaar na de "maximale invulling" ervan geëvalueerd (artikel 2).
Rechtsgrond
2.1. Het ontworpen besluit vindt in beginsel rechtsgrond in artikel 60 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 `op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen' (hierna: de ziekenhuiswet), op grond waarvan de Koning het maximumaantal zorgprogramma's kan bepalen dat mag worden uitgebaat (eerste lid), alsook de termijn waarbinnen de programmatienorm moet worden geëvalueerd met het oog op een eventuele herziening (derde lid).
In zoverre in artikel 2 van het ontworpen besluit wordt bepaald dat de evaluatie moet gebeuren rekening houdend met de behoeften voor (lees: van) de bevolking, kan worden gesteund op de algemene uitvoeringsbevoegdheid van de Koning (artikel 108 van de Grondwet), gelezen in samenhang met het voormelde derde lid.
2.2. Artikel 60 van de ziekenhuiswet wordt van toepassing verklaard bij artikel 2sexies, § 2, van het koninklijk besluit van 15 februari 1999 `tot vaststelling van de lijst van zorgprogramma's zoals bedoeld in artikel 12 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen en tot aanduiding van de artikelen van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen die op hen van toepassing zijn', zoals het zal worden gewijzigd bij het ontwerp van koninklijk besluit (2) waarover de Raad van State advies 64.646/3 geeft op dezelfde dag als dit advies. Die laatste bepaling vormt bijgevolg eveneens rechtsgrond voor het ontworpen besluit.
Ten slotte vormt ook artikel 12, § 2, van de ziekenhuiswet, zijnde de rechtsgrond voor het voormelde artikel 2sexies, § 2, een noodzakelijk onderdeel van de rechtsgrond voor het ontworpen besluit.
Vormvereisten
3. Artikel 60, derde lid, van de ziekenhuiswet schrijft voor dat het toepasselijk verklaren van de artikelen 36 en 60 van dezelfde wet op zorgprogramma's enkel mogelijk is nadat de wetenschappelijke evidentie werd bekendgemaakt die aan de grondslag ligt van de vaststelling van de betrokken programmatiecriteria of de betrokken maximumaantallen voor zorgprogramma's (3)
Op de vraag of aan dat vormvereiste is voldaan, antwoordde de gemachtigde als volgt:
"De wetenschappelijke evidentie werd bekendgemaakt via [de] volgende voor het publiek toegankelijke internetpagina van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu:
https://www.health.belgium.be/nl/ziekenhuislandschap (nl)
https://www.health.belgium.be/nl/gezondheid/organisatie-van-de-gezondheidszorg/ziekenhuizen/organisatie-van-de-zorg-het-ziekenhuis (nl)
https://www.health.belgium.be/fr/paysage-hospitalier (fr)
https://www.health.belgium.be/fr/sante/organisation-des-soins-de-sante/hopitaux/organisation-des-soins-lhopital (fr)"
Het is raadzaam om in de aanhef of in het verslag aan de Koning bij het te nemen besluit melding te maken van die vindplaatsen, zodat duidelijk tot uiting komt dat voldaan is aan dit vormvereiste.
Algemene opmerking
4. Het maximumaantal gespecialiseerde zorgprogramma's "acute beroertezorg met invasieve procedures" wordt voor het hele Rijk vastgesteld. Overeenkomstig artikel 60, vijfde lid, van de ziekenhuiswet, moet dit maximumaantal "worden verdeeld onder de voor het gezondheidszorgbeleid bevoegde overheden op grond van de artikelen 128, 130 of 135 van de Grondwet, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, met inachtneming van de in artikel 36, § 2, [van de ziekenhuiswet] bedoelde overlegprocedure".
Op de vraag of deze verdeling al is uitgewerkt, antwoordde de gemachtigde het volgende:
"Zoals u aangeeft, zal in eerstvolgende fase in toepassing van artikel 60, vijfde lid, van de gecoördineerde wet op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen het bedoeld maximum aantal worden verdeeld onder de voor het gezondheidszorgbeleid bevoegde overheden op grond van de artikelen 128, 130 of 135 van de Grondwet, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. Hiertoe werd een eerste vergadering reeds ingepland."
Indien het aantal op het tijdstip van de inwerkingtreding van het te nemen besluit erkende gespecialiseerde zorgprogramma's "acute beroertezorg met invasieve procedures" niet gelijk is aan vijftien, en in afwachting van het door de gemachtigde in het vooruitzicht gestelde koninklijk besluit, zullen de voor de toepassing ervan bedoelde overheden, namelijk de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap (4), de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de Duitstalige Gemeenschap, noodzakelijk afspraken moeten maken, althans wat betreft de onderlinge verdeling tussen de eerste drie overheden voor het grondgebied van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en wat betreft de onderlinge verdeling tussen de Franse Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap voor het grondgebied van het Waalse Gewest (5). De vraag rijst dan ook of de inwerkingtreding van het te nemen besluit (6) niet het best wordt afgesteld op die van het in het vooruitzicht gestelde besluit (7).
Onderzoek van de tekst
5. Gelet op hetgeen is uiteengezet in de opmerkingen 2.1 en 2.2, moet voor het huidige eerste lid van de aanhef een nieuw eerste lid worden toegevoegd, waarin wordt verwezen naar artikel 108 van de Grondwet. Tevens moet in het huidige eerste lid eveneens worden verwezen naar artikel 12, § 2, van de ziekenhuiswet.
6. In het huidige vijfde lid van de aanhef ontbreekt de datum van het begrotingsakkoord (13 november 2018).
Artikel 2
7. Bij artikel 2 van het ontwerp wordt de termijn bedoeld in artikel 60, derde lid, van de ziekenhuiswet, waarbinnen het maximumaantal moet worden geëvalueerd met het oog op een eventuele herziening, vastgesteld op vijf jaar, en wordt eraan toegevoegd dat bij die evaluatie rekening moet worden gehouden met de behoeften voor (lees: van) de bevolking.
De Raad van State herinnert aan zijn opmerking in advies 61.459/2/3 van 9 juni 2017 over een voorontwerp dat onder meer heeft geleid tot de artikelen 12, § 3, tweede lid, en 60, derde lid, van de ziekenhuiswet (8), dat "het laten verstrijken van die termijn zonder dat een evaluatie of een herziening gebeurt, een onwettigheid kan inhouden die desgevallend in rechte kan worden aangevochten". Dat is ingevolge de voormelde toevoeging ook het geval indien bij de evaluatie geen rekening zou worden gehouden met de behoeften van de bevolking.
De griffier,
Astrid TRUYENS
De voorzitter,
Jo BAERT
_______
Nota's
(1) Het gaat om een deelprogramma van het overkoepelende zorgprogramma "beroertezorg" (overigens niet te verwarren met het netwerk "beroertezorg"), bedoeld in artikel 2sexies van het koninklijk besluit van 15 februari 1999 `tot vaststelling van de lijst van zorgprogramma's zoals bedoeld in artikel 12 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen en tot aanduiding van de artikelen van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen die op hen van toepassing zijn' en waarvan de erkenningsnormen zijn vastgesteld in het koninklijk besluit van 19 april 2014 `houdende vaststelling van de normen waaraan de zorgprogramma's "beroertezorg" moeten voldoen om erkend te worden'.
(2) Ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 februari 1999 tot vaststelling van de lijst van zorgprogramma's zoals bedoeld in artikel 12 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen en tot aanduiding van de artikelen van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen die op hen van toepassing zijn'.
(3) Zie ook het koninklijk besluit van 10 februari 2018 `houdende vaststelling van de nadere regels voor het vooraf bekend maken van de wetenschappelijke evidentie die aan de grondslag ligt van de vaststelling van programmatiecriteria of een maximum aantal', dat de bekendmaking voorschrijft op een voor het publiek toegankelijke internetpagina van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu in de vorm van een wetenschappelijke bronnenlijst.
(4) Onder voorbehoud van de overdracht van bevoegdheden van de Franse Gemeenschap aan het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie.
(5) Zie onder meer adv.RvS 55.638/3 van 4 april 2014 over een ontwerp dat heeft geleid tot het koninklijk besluit van 25 april 2014 `houdende vaststelling van het maximum aantal PET-scanners en diensten nucleaire geneeskunde waarin een PET-scanner wordt opgesteld, dat uitgebaat mag worden', opmerking 6.
(6) En eventueel dat van het te nemen besluit waarover advies 64.646/3 wordt uitgebracht.
(7) Eventueel kan de betrokken verdelingsregeling worden geïntegreerd in het te nemen besluit, dat dan uiteraard wel opnieuw om advies moet worden voorgelegd aan de Raad van State.
(8) Adv.RvS 61.459/2/3 over een voorontwerp dat heeft geleid tot de wet van 11 augustus 2017 `houdende diverse bepalingen inzake gezondheid', Parl. St. Kamer 2016-17, nr. 54-2599/001, 338-339.

16 DECEMBER 2018. - Koninklijk besluit houdende vaststelling van het maximum aantal gespecialiseerde zorgprogramma's "acute beroertezorg met invasieve procedures"
FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, artikel 12, § 3, gewijzigd bij de wet van 18 december 2016 en de wet van 11 augustus 2017, en artikel 60, gewijzigd bij de wet van 11 augustus 2017;
Gelet op het koninklijk besluit van 15 februari 1999 tot vaststelling van de lijst van zorgprogramma's zoals bedoeld in artikel 12 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen en tot aanduiding van de artikelen van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen die op hen van toepassing zijn, artikel 2sexies, § 2, gewijzigd bij het besluit van 16 december 2018;
Gelet op het advies van de Federale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen, gegeven op 14 juni 2018;
Gelet op het advies van de inspecteur van financiën, gegeven op 26 oktober 2018;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 13 november 2018;
Gelet op advies nr. 64.647/3 van de Raad van State, gegeven op 11 december 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Gelet op het feit dat de wetenschappelijke evidentie, zoals bedoeld in artikel 12, § 3, tweede lid, van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, werd bekendgemaakt via de volgende voor het publiek toegankelijke internetpagina van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu:
https://www.health.belgium.be/nl/ziekenhuislandschap,
https://www.health.belgium.be/nl/gezondheid/organisatie-van-de-gezondheidszorg/ziekenhuizen/organisatie-van-de-zorg-het-ziekenhuis;
Op voordracht van de Minister van Volksgezondheid,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Het aantal erkende gespecialiseerde zorgprogramma's "acute beroertezorg met invasieve procedures", zoals bedoeld in artikel 2sexies, § 1, 2°, van het koninklijk besluit van 15 februari 1999 tot vaststelling van de lijst van zorgprogramma's zoals bedoeld in artikel 12 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen en tot aanduiding van de artikelen van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen die op hen van toepassing zijn, wordt beperkt tot 15 voor het Rijk.
Art. 2. Dit besluit treedt in werking op 1 april 2019.
Art. 3. De minister bevoegd voor Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 16 december 2018.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid,
M. DE BLOCK

ASGB-BERICHT 2019.062
Icoon thema staatsblad

 

Geachte collega

In het BS van 16/4/2019 verscheen een KB i.v.m. nomenclatuur voor klinische biologie.

Het is de  (en onze) bedoeling om voor een reeks repetitief aangevraagde verstrekkingen klinische biologie de terugbetalingsfrequentie te beperken.

De voorschrijvers wordt met aandrang gevraagd om hiermee rekening te houden anders dreigt de patiënt de dupe te worden.

met collegiale groeten, het ASGB-bestuur

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID

ASGB-BERICHT 2019.061
Icoon thema staatsblad

 

Geachte collega

In het BS van 11/4/2019 verscheen een Besluit i.v.m. het ziekenhuisnoodplan.

met collegiale groeten, het ASGB-bestuur

VLAAMSE OVERHEID

15 FEBRUARI 2019. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van de bijlage bij het koninklijk besluit van 23 oktober 1964 tot bepaling van de normen die door de ziekenhuizen en hun diensten moeten worden nageleefd, betreffende het ziekenhuisnoodplan

ASGB-BERICHT 2019.060
Icoon vergadering/medicomut

 

Geachte collega

Een werkgroep van de TGR kreeg als opdracht om in de loop van de volgende maanden de nomenclatuur voor het MOC te actualiseren, te verbeteren waar nodig.

Graag vernamen we uw suggesties ter zake voor einde mei.

In het bijzonder wordt gevraagd hoe de huisarts beter bij het MOC en het daaropvolgende beleid kan betrokken worden. Eerdere experimenten met telecommunicatie kenden bedroevend weinig succes.

Bijgevoegd vindt u de huidige tekst van de nomenclatuur van artikel 11 en de bijhorende interpretatieregels.