Riziv sociaal statuut 2018

ASGB-BERICHT 2018.130
Icoon thema staatsblad

In het BS van 30/11/2018 verscheen het KB i.v.m. de regeling van de Riziv sociale voordelen voor 2018.

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID

11 NOVEMBER 2018. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 6 maart 2007 tot instelling van een regeling van sociale voordelen voor sommige geneesheren

FILIP, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, inzonderheid op artikel 54, vervangen bij de programmawet van 22 december 2003;

Gelet op het koninklijk besluit van 6 maart 2007 tot instelling van een regeling van sociale voordelen voor sommige geneesheren, inzonderheid op het artikel 5bis, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 16 augustus 2016;

Gelet op het advies van de Nationale commissie artsen-ziekenfondsen, gegeven op 11 juni 2018;

Gelet op het advies van de Commissie voor begrotingscontrole, gegeven op 13 juni;

Gelet op het advies van het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, gegeven op 18 juni 2018;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 20 juli 2018;

Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 19 oktober 2018;

Gelet op het voorafgaand onderzoek van de noodzaak om een effectbeoordeling waarbij werd besloten dat geen effectbeoordeling is vereist;

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1. In artikel 5bis § 1 van het koninklijk besluit van 6 maart 2007 tot instelling van een regeling van sociale voordelen voor sommige geneesheren worden de volgende wijzigingen aangebracht:

a) In de bepaling onder 1° worden de woorden "4.790,23 EUR" vervangen door de woorden "4.870,71 EUR";

b) In de bepaling onder 2° worden de woorden "2.259,67 EUR" vervangen door de woorden "2.297,63 EUR".

Art. 2. Artikel 5bis § 3 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:

"De basisbedragen van het in artikel 4 bedoelde rustpensioen enerzijds en van het in artikel 5 van hetzelfde besluit bedoelde overlevingspensioen anderzijds zijn vanaf 1 januari 2017 vastgesteld op respectievelijk 5.733,51 EUR en 4.778,05 EUR per jaar en vanaf 1 januari 2018 op respectievelijk 5.829,83 EUR en 4.858,32 EUR per jaar. Deze bedragen worden toegekend volgens dezelfde voorwaarden dan die hierboven worden vermeld inzake de activiteitsdrempel."

Art. 3. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Art. 4. De minister die Sociale zaken onder haar bevoegdheid heeft is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 11 november 2018.

FILIP

Van Koningswege :

De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,

M. DE BLOCK

2026.044

Correcties op de nomenclatuur inzake rusthuisbezoeken gepubliceerd

 

Op 22 april 2026 zijn een aantal KB’s en een interpretatieregel gepubliceerd die de in 2024 nieuw ingevoerde nomenclatuur voor bezoeken in een WZC corrigeren. Het gaat m.a.w. om nomenclatuurnummer 106610 en aanverwanten.

Sommige aanpassingen betreffen eerder ‘teksttoilet’ van de in 2024 gepubliceerde KB’s (gebruik van de juiste terminologie) maar twee punten zijn dermate belangrijk dat we ze nog eens uitdrukkelijk vermelden.

Eén gaat over het GMD van een WZC-patiënt en het ander over het zgn. ongewoon bezoek.

 

2026.043

Nieuwe huisartsennomenclatuur voor palliatieve zorg vanaf 1 juni '26

 

Op 20 april 2026 zijn drie KB’s in het Staatsblad gepubliceerd over de ondersteuning van de huisarts m.b.t. palliatieve patiënten.

Er worden (vanaf 1 juni 2026) twee forfaitaire honoraria ingevoerd die het opstellen van een ACP (advanced care planning) aanvullen:

2026.042

Nog twee aanmeldmomenten in 2026 voor de New Deal

 

In 2024 startte een nieuw financieringsmodel voor de huisartsgeneeskunde, naast de betaling per prestatie en het forfaitaire systeem: de New Deal. Dit systeem houdt het midden tussen de twee bestaande systemen en bestaat uit drie financieringsstromen: betaling per prestatie, capitatiefinanciering en premies.

Indien u zich nog wil aanmelden in 2026 voor dit systeem, zijn er nog twee momenten waarop dat kan: