NR

ASGB-BERICHT

Coagulatiemeting in de ambulante praktijk
 
 
De monitoring van de anticoagulatiebehandeling met vitamine K-antagonisten is een belangrijke, delicate en complexe opdracht in de ambulante praktijk. De opvolging gebeurt via de gestandaardiseerde meetmethode INR (Intenational Normalised Ratio). Afhankelijk van de INR-waarde moet de dosis van het anticoagulans aangepast worden. De therapeutische marges zijn INR 2-3 bij VKF en 2,5-3,5 bij hartklepletsels. Subtherapeutische waarden verhogen het risico op thrombosis, supratherapeutische waarden verhogen het risico op (intracraniële) bloedingen.
 
Een precieze INR-meting is dus essentieel; even belangrijk is de interpretatie en het correcte en tijdige therapeutische gevolg dat hieraan gegeven wordt.
 
Iedere huisarts volgt zowat zijn eigen methode om de anticobehandeling op te volgen (maandelijks bij goed gestabiliseerde patiënten, frequenter bij de start of na dosisaanpassingen).
 
Ofwel doet de huisarts zelf de bloedafname en bezorgt hij het bloedstaal aan het labo. Het resultaat wordt dan telefonisch doorgegeven een de praktijk van de huisarts, die zelf het resultaat en de dosisaanpassing telefonisch meedeelt aan de patiënt.
 
Ofwel gaat de patiënt zelf naar het laboratorium, ofwel gebeurt de bloedafname, mits aanrekenen van extra kosten, door het labo bij de patiënt thuis. Het resultaat wordt dan ter gelegenheid van een raadpleging aan de patiënt meegedeeld en de eventuele dosisaanpassing wordt besproken.
 
Heel deze omslachtige procedure houdt een groot risico in op foute informatieoverdracht, met mogelijk noodlottige gevolgen voor de patiënt.
 
Naast deze communicatieproblemen zijn er nog talrijke aspecten die het huidige systeem moeilijk, onmogelijk of onbetrouwbaar maken.
 
-         bij sommige patiënten is een venapunctie zo moeilijk, dat regelmatige follow-up onmogelijk is
 
-         sommige patiënten worden beter niet geprikt om venen te sparen met het oog op het reserveren van het veneuze kapitaal (bv. AV-fistel)
 
-         sommige patiënten zijn absoluut niet in staat om een advies van dosisaanpassing adequaat op te volgen. Elke bijkomende tussenpersoon verhoogt het risico op foutieve informatieoverdracht
 
-         een minimaal afwijkende verhouding bloed/natriumcitraat heeft gevolgen voor het resultaat
 
-         de wijze  van bewaring en transport hebben een invloed op het meetresultaat
 
-         omstandigheden die een schommeling kunnen verklaren (vorige dosisaanpassing, gebrekkige therapietrouw, intercurrente ziekte, nieuw toegevoegde of gestopte medicatie, dieetveranderingen) kunnen onopgemerkt blijven indien de meting en het bespreken van het resultaat niet op hetzelfde ogenblik gebeurt
 
Het is duidelijk dat de adequate follow up van een anticoagulantiabehandeling zich niet beperkt tot een technisch bepalen van de INR. Deze meting is slechts een voorwaarde om het resultaat te interpreteren en er therapeutisch gevolg aan te geven.
 
Momenteel zijn er verschillende POC-toestellen beschikbaar die zeer betrouwbare resultaten leveren. (Roche-Coagucheck, ITC/ Hemochron, ITC Protime, Hemosense INRatio, Abbott/iSTAT).
 
Het gebruik ervan in de huisartsenpraktijk is vandaag zo goed als uitgesloten wegens de aankoopprijs van het toestel, de kostprijs van de teststroken en het gebrek aan terugbetaling.
Het Kartel wenst de terugbetaling hiervan op te nemen in het volgende nationaal akkoord.
 
Paul Putzeys, ASGB Kartel
10/05/2010
 
 
 
 
 
 
      

Reacties

Er bestaat nu ook een app, INR Dagboek, waarmee patiënten hun dosering en INR-waarde kunnen opvolgen. Het is in de app o.a. mogelijk om doses te registeren en herinneringen in te schakelen om deze niet vergeten in te nemen. De app is in België gemaakt en werkt voor alle soorten VKA-bloedverdunners.

Zie https://inrdiary.com voor meer informatie.

Peter Mesotten
2026.048

Nieuwe vergoedingsregels bij radiofrequente ablatie van schildklierpathologie

 

Op 4 mei 2026 werd een Ministerieel Besluit gepubliceerd i.v.m. de tegemoetkoming voor invasieve hulpmiddelen bij radiofrequente ablatie van schildklierpathologie.

Het besluit bevat criteria die gelden voor de verplegingsinrichting, voor de patiënt en voor het hulpmiddel zelf.

Daarnaast bevat het regels over de attestering en de aanvraagprocedure.

Het besluit is in voege getreden op 1 april 2026. 

In de pdf als bijlage bij dit bericht vindt u de tekst ervan. 

2026.047

Nieuwe nomenclatuur i.v.m. spirometrie en ergospirometrie vanaf 1 juni 2026

 

Op 30 april 2026 werd een KB met besparingsmaatregelen i.v.m. spirometrie en ergospirometrie gepubliceerd.

Aanleiding was de vaststelling door de DGEC van een reeks niet-conforme aanrekeningen en cumuls (waarover ook heel wat discussie bestond).

Het Kartel heeft de aandacht gevestigd op de onderwaardering van de ergospirometrie en vroeg daarvoor een beperkt bijkomend budget in de behoeftenfiches voor 2026 (zie wordfile als bijlage bij dit bericht). 

We werden daarin echter niet gevolgd door de andere partners.

 

2026.046

Gewijzigde toepassingsregel in de klinische biologie vanaf 1 juni 2026

 

Op 30 april 2026 werd een KB gepubliceerd over een gewijzigde toepassingsregel in de nomenclatuur klinische biologie die in voege zal treden op 1 juni 2026.

Het gaat om de schrapping van de verstrekking 552016-552020 uit het cumulverbod van de verstrekking 557314-557325.

  • * 552016 552020 Opzoeken van infectieuze agentia met een immunologische techniek
  • * 557314 557325 Opsporen van minstens het SARS-CoV-2 virus door middel van een techniek van moleculaire amplificatie