Kaderwet gestemd in de Kamer … maar het vuur blijft branden!

2026.052

 

Op 20 mei jl. werd de Kaderwet van minister Vandenbroucke goedgekeurd door de Kamer. Het is te zeggen, twee Kaderwetten want het deel over de opschorting van het RIZIV-nummer moest van de Raad van State in een aparte wet ondergebracht worden.

Deze goedkeuring is er gekomen ondanks het feit dat de minister niet de juiste ‘procedures’ gevolgd heeft bij het tot stand komen van de wet. Meer bepaald werden bepaalde verplichtingen inzake de zgn. evenredigheidsbeoordeling niet nageleefd zoals het hoort.

Het Kartel sluit juridische stappen dan ook niet uit. Sommige bepalingen, zoals die over de opschorting, zullen niettemin al op korte termijn in voege treden, voor vele andere bepalingen zal dat pas binnen enkele jaren zijn.

Verbeteringen tegenover in het begin

Wat de inhoud van de finale versie betreft, willen we er vooreerst op wijzen dat die er dankzij de inspanningen van twee artsensyndicaten (Kartel en BVAS) gelukkig toch al wat anders uitziet dan de eerste versie die we op ons bord kregen. De actiedag van 7 juli vorig jaar heeft daar ongetwijfeld zijn rol in gespeeld.

  • Zo werden de maxima van 125% en 25% inzake de ereloonsupplementen uit de tekst geschrapt. De invulling van concrete percentages wordt nu overgelaten aan het overlegmodel en gekoppeld aan de hervormingen van de ziekenhuisfinanciering en de nomenclatuur.
  • Zo werd het schrappen van de partiële conventie ongedaan gemaakt. Partieel conventioneren zal dus mogelijk blijven en de voorwaarden ervoor kunnen binnen de Medicomut bepaald worden.
  • Zo kunnen de syndicaten terug zelf voorwaarden in een akkoord opnemen om het op te zeggen. Bovendien werden de strenge modaliteiten voor een opzeg (twee keer 3/4 meerderheid) terug versoepeld.

Knelpunten die gebleven zijn

Maar de finale versie bevat zeker ook nog knelpunten waar we het zeer moeilijk mee blijven hebben. Tot het laatste moment hebben we geprobeerd om die eruit te krijgen maar het politieke spel (meerderheid tegen minderheid én meerderheidspartijen die mekaar geen pijn meer wilden doen) heeft succes op dat vlak in de weg gestaan.

  • De minister beschikt nog altijd over veel te ruime mogelijkheden om zelf tarieven op te leggen, als het niet tot een akkoord komt, niet alleen aan geconventioneerden maar ook aan artsen die (zouden) deconventioneren.
  • Bepaalde RIZIV-premies, zoals de geïntegreerde praktijkpremie voor huisartsen, worden gekoppeld aan de verplichting om te conventioneren.
  • Inzake het opschorten van het RIZIV-nummer is het toepassingsgebied nog altijd te ruim en niet in overeenstemming met wat de minister zegt dat de bedoeling is. Hij beweert (in de pers voortdurend ) alleen bedrog en recidive te viseren maar de wettekst vermeldt die voorwaarden niet (alleen of het betwist bedrag onder of boven 35.000 euro zit). En in tegenstelling met wat sommigen blijken te denken, doet er het niet toe wat er in het parlementair verslag staat, wanneer een wettekst niet voor interpretatie vatbaar is.
  • Het proces voor het opstellen van een RIZIV-begroting wordt aan veel te strikte voorwaarden onderworpen. Via het instrument van de opdrachtbrief wil de minister zich volop met de inhoud van eventuele (besparings)maatregelen moeien in plaats van enkel de budgettaire contouren mee te geven en de inhoud aan het overleg over te laten. Hij, maar ook toekomstige ministers, kunnen daarmee het overlegmodel binnen de akkoordencommissies passeren.
  • De financiering van de artsensyndicaten wordt voor een deel gekoppeld aan de conventiegraad. Dat brengt onze onafhankelijkheid in gevaar en zet de deur open voor inmenging en chantage.

En nu?

Zoals gezegd, zullen wij ons beraden over welke stappen nog mogelijk zijn. Het politieke spel heeft zich in de finale fase boven ons hoofd afgespeeld maar we rusten niet op onze lauweren. Alle artsen die het nog niet zijn, kunnen ons daarbij helpen door lid te worden. Hoe meer artsen lid zijn van een syndicaat, hoe meer we op het beleid kunnen wegen.

Reacties

Tijd om de rekening te maken. Wat levert het beleid van deze regering 'Vandenbroucke' – ons als (vooral dan gedeconventioneerde) (huis)arts vandaag op? Ik word er ronduit moedeloos van. Een pijnlijk overzicht:

-Verbod op supplementen bij verhoogde tegemoetkoming: Zelfs als gedeconventioneerde wordt je tariefvrijheid afgenomen. Een consultatie voor 1 euro remgeld... kan het even?

-Ondertussen ook zo goed als gratis je oor laten uitspuiten op de wachtpost zondagavond om 22u00.

-Fiscale afstraffing: De roerende voorheffing stijgt van 15% naar 18% (met 20% in de wandelgangen).

-Meerwaardebelasting op aandelen: Wie zelf het initiatief neemt om een pensioen op te bouwen – omdat we allemaal weten dat klassieke potjes zoals het VAPZ de inflatie amper kunnen bijhouden – wordt ook hier afgestraft.

-Gratis teleconsulten: De vergoeding is geschrapt. Nochtans is dit een dagelijkse realiteit en een enorme efficiëntiewinst voor arts én patiënt. Nu is het simpelweg onbetaald werk. Ik zwijg hier nog even over de stroom aan emails die patiënten dezer dagen sturen, ik begrijp ze wel, maar ja.

-Schrapping geïntegreerde praktijkpremie: Zo'n €6.000 dreigt te verdwijnen voor gedeconventioneerden, nadat eerder de telematicapremie al sneuvelde. Dit is altijd een kwaliteitspremie geweest. Sinds wanneer heeft de kwaliteit en de digitalisering van je praktijk te maken met je conventiestatus? Je geeft toch al een flinke premie van 7000 euro op voor die deconventie?

-Asymmetrische indexering: Onze kosten stijgen vrolijk mee met de reële inflatie, maar onze tarieven worden door de overheid structureel niet op dezelfde manier geïndexeerd. De huisartsenkneusjes op kop, wij slikken alles wel, want wij zijn wat sociaal voelender ingesteld blijkbaar, en ja waar, er zijn veel mensen die het moeilijker hebben, akkoord maar ja.

-Systeemchaos: Bovenop dit alles maken we het landschap onnodig complex met parallelle systemen zoals het forfaitaire model en de New Deal. Erg compatibel allemaal, om nog maar te zwijgen van de macht die je aan een overheid geeft door mee te doen aan die staatsgeneeskunde (pas op, kwaliteitsgewijs valt hier iets voor te zeggen, financieel is dat een ander paar mouwen op termijn)

Ondertussen draaien wij op volle toeren. We willen grondig en toegewijd werken. We willen ruimte en tijd maken voor steeds complexere medische en emotionele zorg, continuïteit bieden en onszelf permanent bijscholen. De job is immens intens. De dagelijkse realiteit? Tussen twee patiënten door snel een hap doorslikken, een lauwe slok koffie nemen, onbetaalde telefoons afhandelen en na de uren een berg mails wegwerken. En dan zwijg ik nog over de tergende administratie richting de mutualiteiten: wéér een Hoofdstuk 4-verlenging, wéér BMI’s en HbA1c’s doormailen. Waarom toch dat complete wantrouwen in ons klinisch oordeel? Nog wat artsen vroeger met pensioen, nog wat patiëntenstops bij?

En dan zie ik de budgetten die naar apothekers vloeien. Zij krijgen een vergoeding – bijna gelijk aan wat wij voor een GMD krijgen – puur voor het opstellen van een medicatieschema. Een schema dat in de praktijk vaak ons zorgvuldig opgebouwde schema 'overridet', met de nodige fouten en verwarring van dien. Nadien volgt nog een 'medicatie-analyse' en wat commentaren. Alle respect voor de apotheker, maar draagt dit nu écht bij aan betere zorg, of is dit gewoon een scheve verdeling van middelen als je kijkt naar het totaaldossier dat een huisarts beheert? Zo kan ik nog wel een paar onnodige subsidiëringen oplijsten (...)

Er zijn immers talloze manieren om onze zorg efficiënter en goedkoper te maken. Maar in plaats van echte oplossingen te zoeken, wordt hier gemakshalve gewoon de portefeuille van de arts geplunderd, met de gedeconventioneerde arts als favoriete schietschijf. (Terwijl ook daar andere oplossingen voor zijn, zoals een simpele supplementbeperking i.p.v. een verbod bijvoorbeeld).

Ik overweeg soms cynisch genoeg om me maar gewoon te conventioneren. Maar dan betekent dat vanaf nu wel: 10 minuten per patiënt. Eén probleem per afspraak. Geen telefoons of mails meer. Een voorschrift of attest nodig? Maak een afspraak. Labo prikken? Afspraak. Labo bespreken? Nieuwe afspraak. Ik zou er financieel waarschijnlijk meer aan overhouden, maar wie is de dupe? De patiënt, want de kwaliteit en toewijding gaat erop achteruit. De arts, want het wordt bandwerk met minder tevreden patiënten en wellicht langere werkuren nog. En de overheid, want het systeem gaat uiteindelijk exponentieel meer kosten door de explosie aan prestaties.

Hoe is het mogelijk dat partij Vooruit en minister Vandenbroucke dit allemaal kunnen doordrukken? En nog onbegrijpelijker: hoe kunnen onze artsensyndicaten dit zomaar laten gebeuren in ruil voor aalmoezen?

Het voelt alsof we dit allemaal maar gelaten passeren. Zijn we collectief te moe en te overbevraagd om ons nog druk te maken? Ben ik dan echt de enige die hier zo ontzettend kwaad om is?

Dr. Ik-blijf-liever-anoniem

Reactie toevoegen

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
CAPTCHA
asgb omgekeerd
Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.
2026.051

Nieuwe nomenclatuur: percutane cerebrale embolisatie bij kinderen (< 6 maanden)

 

Op 20 mei 2026 is een KB verschenen met aangepaste nomenclatuur voor de percutane cerebrale embolisatie van arterioveneuze malformaties bij kinderen jonger dan 6 maanden.

Het KB treedt in werking op 1 juli 2026 en voert een nieuwe verstrekking met code 590354 – 590365 in.

2026.050

Nieuwe nomenclatuur: radiofrequente ablatie van het endometrium (d.m.v. NovaSure)

 

Op 20 mei  2026 is een KB verschenen dat vanaf 1 juli 2026 nieuwe nomenclatuur invoert voor de radiofrequente ablatie van het endometrium (d.m.v. NovaSure).

Het gaat betreft een nieuwe verstrekking 432854 – 432865. Het gaat om een laagrisico-ingreep waarvoor slechts een beperkte opleiding vereist is. Deze opleiding wordt voorzien door de fabrikant. Verder mag er geen operatieve hulp worden aangerekend en de verstrekking mag slechts één keer per patiënt worden aangerekend.

2026.049

Pijntherapie en rugchirurgie: reactie ASGB op de Pano-reportage

 

Als syndicaat betreuren we de commotie die vorige week ontstaan is n.a.v. verschillende persberichten en reportages over pijntherapie en rugchirurgie. Halsoverkop en emotioneel reageren helpt niemand vooruit, maar nu het stof weer is gaan liggen, is het wel tijd voor duidelijke en gedragen standpunten.