Budgetvoorstel 2026 verworpen door het Verzekeringscomité

2025.102

 

Vandaag, 6 oktober 2025, werd in het Verzekeringscomité van het RIZIV gestemd over een budgetvoorstel gezondheidszorg voor 2026. Volgens dit voorstel moest er 900 milj bespaard worden waarvan 150 milj op de artsenhonoraria.

Het voorstel behaalde de vereiste meerderheid echter niet. Ook onze vertegenwoordigers van het Kartel (ASGB/GBO/MODES) hebben tegengestemd.

En de redenen daarvoor vatten we hierna duidelijk samen.

 

  1. 1. Aan de basis van dit budgetvoorstel lag een zgn. opdrachtenbrief van de regering. Deze opdrachtenbrief bevatte evenwel niet alleen het budgettaire kader maar ook al een concrete invulling van de besparingen, wat het eigenlijke overleg eigenlijk buitenspel zette. Bovendien, en dat is het toppunt, heeft deze opdrachtenbrief helemaal (nog) geen wettelijke basis.

    2. De gevraagde oefening van 150milj bij de artsen is volledig arbitrair, want niet gebaseerd op de veel kleinere overschrijding van ons budget. We hebben als artsen het grootste budget, dus men denkt dan maar ‘daar gaan we het halen’, zonder verder na te denken of dit ook daadwerkelijk steek houdt.

    3.  Onze vraag om remgeld/cofinanciering mee te nemen in de budgettaire oefening werd niet gehoord. Uiteraard bekeken we dit met sociale correcties en granulair, maar het was haast a priori nee voor de mutualiteiten. Last minute werd er weliswaar toch een opening gemaakt om vanaf 2027 remgelden te verhogen – dus niet in 2026 zoals we reeds sedert april vragen – en dit voor nieuwe initiatieven (waar we meestal weinig over te zeggen hebben leren ons de voorbije jaren). Voor ons moeten remgelden/eigen bijdragen echter nu reeds mee in het besparingsvoorstel om deze deels mee te realiseren, de rest dient dan om nieuwe initiatieven te financieren (voor artsen en ziekenhuizen, niet voor andere zorgverstrekkers zoals sommigen wensen). Uiteraard ook weer met sociale correcties. Sommige van onze leden zullen hier radicaal tegen zijn, maar een eerlijke discussie dringt zich op: met de harde besparingen die nu voorliggen gaan individuele patiënten een uiteindelijk hogere factuur krijgen, omdat men zorg gaat doorrekenen die niet door de ziekteverzekering gedekt wordt. Wat is socialer: gerichte verhogingen in het remgeld of individuele verhogingen van de zorgfactuur?

    4.  We vroegen maatregelen op volumes, hebben daar ook meerdere voorstellen voor gedaan, maar de mutualiteiten willen enkel lineair in de eerste fase met erna omzetten in volumemaatregelen via KB. Dat is voor hen natuurlijk het makkelijkst: het budget is zo op orde (daar worden zij op afgerekend) en voor de rest zullen de artsen het wel dragen, cfr. vorige besparingsrondes.

    5. De manier van werken, weeral, waarbij last minute snel-snel geld gezocht wordt en mutualiteiten de regie bepalen.

    6. De onbespreekbaarheid van besparingen in tal van andere posten in het Riziv-budget, zoals transversale zorg, new deal of medische huizen (procentueel grotere overschrijding), enz. De ‘chouchous’ van het kabinet en de ziekenfondsen zijn onaantastbaar, ondanks budgettaire overschrijding of praktische onuitvoerbaarheid, dat is duidelijk gebleken.

    7. Onder de noemer normbudget lazen we zelfs een pleidooi om belastingen op effectenrekeningen te verhogen om zo de sociale zekerheid aan te vullen. Dit is een politiek statement – men kan evengoed schrijven dat men veel minder moet investeren in defensie – maar politiek bedrijven is niet de rol van het Verzekeringsomité.

    8.  De invulling van de gevraagde 50 milj voor ziekenhuizen werd te elfder ure drastisch gewijzigd van dagziekenhuis naar niet te besteden bedragen. Los van het feit dat dit legitiem lijkt, toont het nog maar eens de relativiteit van het overlegmodel aan. Gelijkaardige vragen vanuit de artsenbank worden meestal straal genegeerd.

    9.  Er is ook geen ruimte om een eerlijke discussie te hebben over ‘out-of-pocket bijdragen’ van de patiënt. De baseline is dat men nergens zoveel out-of-pocket betaalt voor zorg dan in België. Mocht dat kloppen, dan is dat een belangrijk element, maar wie de OECD cijfers over gezondheidszorguitgaven grondig bekijkt, ziet een genuanceerd beeld, met vergelijkbare uitgaven in de ons omliggende landen. 

Zorg is niet gratis – helaas – en het is onze rol in het overlegmodel om de lusten en lasten zo goed als mogelijk te verdelen tussen alle stakeholders met als oogmerk ons zorgsysteem duurzaam en betaalbaar te houden. 

Daar komt dit voorstel niet aan tegemoet. 

Meer nog: mutualiteiten zeggen vaak dat we aan hetzelfde zeel moeten trekken en het overlegmodel maximaal moeten beschermen, maar als je binnen dat overlegmodel natuurlijk disproportioneel veel te zeggen hebt t.o.v. de zorgverstrekkers, dan heb je alle belang bij het huidige status-quo.

Reacties

Wordt er hier al rekening gehouden met verlies aan indexatie voor de artsen of is dit nog een optie voor de onderhandelingen?
Volgens de cijfers zou een indexatiestop op de nomenclatuur en een toepassing van indexatie van alle remgelden die niet doorgestort wordt naar de artsen meer dan voldoende geld moeten opleveren.
Vervolgens afbouwen van de overheidsinstanties zoals Sciensano en de mutualiteiten en je hebt overschot.

BART LELIE

Reactie toevoegen

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
CAPTCHA
asgb omgekeerd
Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.
2026.037

Aanpassing erkenningsnormen oncologisch zorgprogramma borstkanker

 

Op 2 april 2026 is een BVR (Besluit Vlaamse Regering) gepubliceerd dat de erkenningsnormen voor oncologische zorgprogramma's voor borstkanker (het KB van 26 april 2007) wijzigt.

Het komt erop neer dat centra een aantal nieuwe diagnoses moeten aantonen en een minimale aanwezigheid en activiteit van arts-specialisten moeten waarborgen.

Hierna (klik op lees meer) vindt u de integrale tekst van het nieuwe BVR dat in voege treedt op 12 april 2026.

 

2026.036

De ACA-hervorming: een mooie, maar riskante gok...

 

Op maandag 30 maart 2026 werd het rapport van de zgn. ACA-werkgroep gepresenteerd op de Medicomut. ACA staat voor ‘actes de consultations et assimilés’. Het gaat m.a.w. om de raadplegingshonoraria, de toezichthonoraria en de permanentie.

De hervorming van de ACA past in de algemene hervorming van de nomenclatuur. Het Kartel (ASGB – GBO – MoDeS) heeft ingestemd met de principes die in het rapport worden uiteengezet.

Dat stelt een ambitieuze en grootschalige hervorming voor en weerspiegelt op coherente wijze de discussies die tot nu toe zijn gevoerd.

2026.035

Corrigendum tarieven deel 11

 

Deel 11 betreft J. Inwendige geneeskunde ; K. Dermato-venereologie ; L. Pathologische anatomie.

Ingevolge een beslissing van de NCAZ op 9 maart 2026 wordt de sleutelletterwaarde van het dagplafond voor de geëvoceerde potentialen in de tabel ‘J. 6. Neuropsychiatrie’ aangepast vanaf 1 april 2026.

In de file als bijlage vindt u de nieuwe tarieven (aanpassingen in het vet).