P4Q

ASGB-BERICHT 2017.170

07 12 2017 - adviesvraag over het advies P4Q

Nota_FRZV_P4Q_2017-12-07

Geachte collega

 

In de ziekenhuishervorming is ook een luik pay for quality voorzien.

Bijgevoegde nota werd voor advies voorgelegd aan de Federale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen en zal verder behandeld worden in een werkgroep.

Graag nodigen we u uit om hiervoor suggesties/opmerkingen in te dienen.

 

In een eerste reactie hebben we in het Overlegcomité zelf al volgende opmerkingen geformuleerd (of herhaald):

-wij hebben al tot in den treure betoogd dat we het principe op zich wel genegen zijn maar dat eens te meer alles staat of valt met de technische uitwerking. Het is niet omdat een indicator op zich interessant is dat hij ook bruikbaar is in een financieringssysteem. Daarvoor moet een indicator ook controleerbaar, transparant, niet-manipuleerbaar zijn.

-de indicator patiëntentevredenheid voldoet daaraan geenszins. Dit is een ‘politiek correcte’ indicator die vermoedelijk door iedereen die het wil kan gemanipuleerd worden. De verschillende methodologie in de beide landsgedeelten is ook al niet erg geruststellend.

-idem met de incidentmeldingen.

-er rees al heel wat kritiek op de indicator ISQua-ziekenhuisaccreditatie vanwege de Franstalige ziekenhuisbeheerders. Zij vinden dat er een onaanvaardbaar voordeel gegeven wordt aan de Vlaamse ziekenhuizen waarvan er al veel meer geaccrediteerd zijn dan in Brussel en Wallonië. Wij vinden het eerder onbegrijpelijk dat er nog 10 tot 15 punten worden toegekend aan ziekenhuizen die nog geen enkele inspanning ter zake hebben geleverd of nog geen resultaat hebben behaald. De minimale vergoeding die in deze oefening voorzien wordt weegt in de verste verte niet op tegen de kosten die ziekenhuizen al gemaakt hebben om zich te accrediteren (waarbij dan nog abstractie gemaakt wordt van de talloze uren die de ziekenhuisartsen hieraan gratis besteed hebben).

-bij de evaluatie van het profylactisch gebruik van antibiotica in de heelkunde zijn de timing, dosering en duur even belangrijk als het gebruikte geneesmiddel. Indien men alleen het antibioticagebruik tijdens het ziekenhuisverblijf evalueert dan dreigt men de therapeutische toediening (bv. voor wondinfectie na onoordeelkundige profylaxie) te belonen i.p.v. te bestraffen.

-het louter deelnemen aan een klinische registratie lijkt ook maar een zwakke indicator. Hoe betrouwbaar blijft zelfregistratie in het kader van P4Q?

-indien de MZG-data onvoldoende valide zijn voor de P4Q-financiering zijn ze het dan wel voor het BFM?
-het is moeilijk te begrijpen dat de indicator mortaliteit (uiteindelijk de belangrijkste, harde, niet-manipuleerbare) niet op een betrouwbare manier zou kunnen worden gebruikt. De ziekenhuizen wensten deze ‘gevoelige’ indicator niet op een retroactieve wijze toe te passen. We dringen er op aan dat deze dan vanaf nu wel prospectief zal gebruikt worden. We stellen daarbij bv. de gestandaardiseerde perioperatieve mortaliteit (bij ontslag, na 30 dagen en na 6 maanden) voor. De indicator is zeer relevant, ziekenhuisbreed, multidisciplinair, goed controleerbaar, niet-manipuleerbaar. Uit de studie van Pearse et.al. (Mortality after surgery in Europe: a 7 day cohort study; Lancet, 380, 9847:1059–1065, 22 September 2012) blijkt dat we op dit gebied nog wel enige vooruitgang kunnen boeken.

http://www.thelancet.com/journals/lancet/article/PIIS0140-6736(12)61148-9/fulltext

-naast outcome-indicatoren is ook het rationeel gebruik van middelen een te weerhouden parameter. Zo kan in de oncologie bv. worden opgevolgd hoeveel PET-scans gebeuren bij patiënten met stadium I-II-III borstkanker? Hoeveel patiënten krijgen een mammografie, echografie én een MRI. Hoeveel patiënten krijgen geen radiotherapie na borstsparende heelkunde?

-het lijkt ons logisch dat de evaluatie ziekenhuisbreed en niet per campus gebeurt.

-in deze eerste fase in het te verdelen budget erg klein en niet de 1-2% van het BFM die initieel door de minister werd aangekondigd. Zolang er geen eensgezindheid is over de robuustheid van de indicatoren is dit wellicht ook het verstandigst. Maar het staat zo goed als vast dat de financiële impact in de loop van de volgende jaren zal toenemen.

 

met collegiale groeten, het ASGB-bestuur

 

Reacties

Geachte
Nog steeds zie men dat er problemen zijn,betreffend data omwisseling tussen eerste- en tweede lijn gezondheidscentra. Bij voorbeeld , wanneer patiënt veranderd van de huisarts , moet men de naam van nieuwe huisarts telkens één voor één aan alle afdelingen van de ziekenhuis vermelden. of als het adres van huisarts veranderd moet men deze verandering aan alle afdelingen één voor één laten vermelden. Ik denk dat elke ziekenhuis of zelfs alle ziekenhuizen verbinden moeten zijn aan een unieke databank en die soort veranderingen moet éénmalig bij deze databank aangepast worden. Dat bespaard natuurlijk veel waarde volle tijd van de collega's en helpt voor juiste en op tijde data verwisseling en beter opvolging en samenwerking tussen eerste - en tweede lijn.

KASHEFI MASOUD
2026.044

Correcties op de nomenclatuur inzake rusthuisbezoeken gepubliceerd

 

Op 22 april 2026 zijn een aantal KB’s en een interpretatieregel gepubliceerd die de in 2024 nieuw ingevoerde nomenclatuur voor bezoeken in een WZC corrigeren. Het gaat m.a.w. om nomenclatuurnummer 106610 en aanverwanten.

Sommige aanpassingen betreffen eerder ‘teksttoilet’ van de in 2024 gepubliceerde KB’s (gebruik van de juiste terminologie) maar twee punten zijn dermate belangrijk dat we ze nog eens uitdrukkelijk vermelden.

Eén gaat over het GMD van een WZC-patiënt en het ander over het zgn. ongewoon bezoek.

 

2026.043

Nieuwe huisartsennomenclatuur voor palliatieve zorg vanaf 1 juni '26

 

Op 20 april 2026 zijn drie KB’s in het Staatsblad gepubliceerd over de ondersteuning van de huisarts m.b.t. palliatieve patiënten.

Er worden (vanaf 1 juni 2026) twee forfaitaire honoraria ingevoerd die het opstellen van een ACP (advanced care planning) aanvullen:

2026.042

Nog twee aanmeldmomenten in 2026 voor de New Deal

 

In 2024 startte een nieuw financieringsmodel voor de huisartsgeneeskunde, naast de betaling per prestatie en het forfaitaire systeem: de New Deal. Dit systeem houdt het midden tussen de twee bestaande systemen en bestaat uit drie financieringsstromen: betaling per prestatie, capitatiefinanciering en premies.

Indien u zich nog wil aanmelden in 2026 voor dit systeem, zijn er nog twee momenten waarop dat kan: