Interpretatieregel i.v.m. cochleaire implantaten

ASGB-BERICHT ASGB-BERICHT2017.020

Geachte collega

 

In het BS van 13/2/2017 verscheen een interpretatieregel i.v.m. cochleaire implantaten.

 

met collegiale groeten, het ASGB-bestuur


Publicatie: 2017-02-13

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID

Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering. - Interpretatieregels betreffende de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen
Op voorstel van de Commissie tegemoetkoming implantaten en medische hulpmiddelen van 31 maart 2016, en in uitvoering van artikel 22, 4° bis, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, heeft het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging op 27 oktober 2016 de hiernagaande interpretatieregel toegevoegd:
Interpretatieregel betreffende de lijst van verstrekkingen van vergoedbare implantaten en invasieve medische hulpmiddelen:
INTERPRETATIEREGEL 20
VRAAG
Een rechthebbende van minder dan 12 jaar ontving een cochleair implantaat omwille van asymmetrische doofheid in het slechtste oor (verstrekking 170811-170822 of 170833-170844). Het gehoor in het contralaterale oor verslechtert en het gehoorverlies bedraagt uiteindelijk ≥85 dB HL via audiometrie, ≥90 dB HL via BERA, en een foneemscore van ≤30% bij 70 dB SPL. Komt dit kind, dat nog steeds geen 12 jaar is, in aanmerking voor een contralateraal cochleair implantaat?
ANTWOORD
De verstrekkingen voor een contralateraal cochleair implantaat zijn:
152972 - 152983: Kit bestaande uit een tweede volledig gehoortoestel (de te implanteren en niet te implanteren delen) voor een elektrische intracochleaire stimulatie met behulp van multiple elektroden geplaatst bij patiënt simultaan of sequentieel met het plaatsen van het gehoortoestel beschreven onder verstrekking 152935-152946 voor rechthebbende van minder dan acht jaar
152994 - 153005: Kit bestaande uit een tweede volledig gehoortoestel (de te implanteren en niet te implanteren delen) voor een elektrische intracochleaire stimulatie met behulp van multiple elektroden geplaatst bij patiënt simultaan of sequentieel met het plaatsen van het gehoortoestel beschreven onder verstrekking 152935-152946 of 152950-152961 voor rechthebbenden vanaf hun achtste verjaardag
De vergoedingsvoorwaarde C- § 01 vermeldt verder:
2.2.1.2. Voor de verstrekkingen 152972-152983 en 152994-153005 :
Kinderen die reeds een gunstig advies hebben gekregen voor een eerste gehoortoestel onder de verstrekking 683690-683701, 152935-152946 of 152950-152961 en waarvoor de implantatie van het tweede volledig gehoortoestel gebeurt voor hun twaalfde verjaardag of voor hun achttiende verjaardag bij kinderen die lijden aan dreigende bilaterale ossificatie.
Voor de verstrekkingen 152935-152946 of 152950-152961 dienen beide oren een gehoorverlies te hebben van ≥85 dB HL via audiometrie, ≥90 dB HL via BERA, en moet er een foneemscore van ≤30% bij 70 dB SPL zijn (vergoedingsvoorwaarde C- § 01).
Indien verstrekking 170811-170822 of 170833-170844 reeds werd geattesteerd, dan had de rechthebbende op het moment van de verstrekking een foneemscore van ≤30% bij 70 dB SPL en voldeed het slechtste oor (dat geïmplanteerd werd) aan de criteria van ≥85 dB HL via audiometrie en ≥90 dB HL via BERA, aangezien dit vereist is in de vergoedingsvoorwaarde C- § 01 voor verstrekking 170811-170822 of 170833-170844.
Indien bij een later onderzoek blijkt dat het gehoor in het contralaterale oor verslechterd is en het gehoorverlies ook ≥85 dB HL via audiometrie en ≥90 dB HL via BERA bedraagt, dan voldoen beide oren aan de criteria zoals beschreven onder de verstrekkingen 152935-152946 of 152950-152961.
Indien de rechthebbende een cochleair implantaat bekwam omwille van asymmetrische doofheid (verstrekking 170811-170822 of 170833-170844) en daarna voldoet aan de criteria zoals beschreven onder de verstrekkingen 152935-152946 of 152950-152961 voor bilaterale doofheid, dan komt de rechthebbende in aanmerking voor een contralateraal cochleair implantaat beschreven onder verstrekking 152972 - 152983 (tot 8 jaar) of 152994 - 153005 (vanaf achtste tot twaalfde verjaardag).
De interpretatieregel 20 heeft uitwerking met ingang van 1 april 2015.
De Leidend ambtenaar,
H. DE RIDDER
De Voorzitter,
J. VERSTRAETEN

2026.044

Correcties op de nomenclatuur inzake rusthuisbezoeken gepubliceerd

 

Op 22 april 2026 zijn een aantal KB’s en een interpretatieregel gepubliceerd die de in 2024 nieuw ingevoerde nomenclatuur voor bezoeken in een WZC corrigeren. Het gaat m.a.w. om nomenclatuurnummer 106610 en aanverwanten.

Sommige aanpassingen betreffen eerder ‘teksttoilet’ van de in 2024 gepubliceerde KB’s (gebruik van de juiste terminologie) maar twee punten zijn dermate belangrijk dat we ze nog eens uitdrukkelijk vermelden.

Eén gaat over het GMD van een WZC-patiënt en het ander over het zgn. ongewoon bezoek.

 

2026.043

Nieuwe huisartsennomenclatuur voor palliatieve zorg vanaf 1 juni '26

 

Op 20 april 2026 zijn drie KB’s in het Staatsblad gepubliceerd over de ondersteuning van de huisarts m.b.t. palliatieve patiënten.

Er worden (vanaf 1 juni 2026) twee forfaitaire honoraria ingevoerd die het opstellen van een ACP (advanced care planning) aanvullen:

2026.042

Nog twee aanmeldmomenten in 2026 voor de New Deal

 

In 2024 startte een nieuw financieringsmodel voor de huisartsgeneeskunde, naast de betaling per prestatie en het forfaitaire systeem: de New Deal. Dit systeem houdt het midden tussen de twee bestaande systemen en bestaat uit drie financieringsstromen: betaling per prestatie, capitatiefinanciering en premies.

Indien u zich nog wil aanmelden in 2026 voor dit systeem, zijn er nog twee momenten waarop dat kan: