Subsidiëring van dagverzorgingscentra voor palliatieve zorg

ASGB-BERICHT ASGB-BERICHT2017.012

Geachte collega

In het BS van 25/1/2017 verscheen een MB i.v.m. de subsidiëring van dagverzorgingscentra voor palliatieve zorg.

met collegiale groeten, het ASGB-bestuur


Publicatie: 2017-01-25

VLAAMSE OVERHEID

Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

22 APRIL 2015. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra voor palliatieve verzorging

De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
Gelet op het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009, artikel 60 en 62;
Gelet op bijlage XV, gevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, artikel 22;
Gelet op het ministerieel besluit van 4 december 2012 tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra voor palliatieve verzorging;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 26 maart 2015,
Besluit :
Artikel 1. Om voor subsidiëring in aanmerking te komen, moet een dagverzorgingscentrum voor palliatieve verzorging erkend zijn gedurende het werkingsjaar of het gedeelte ervan waarvoor de subsidies worden toegekend.
Art. 2. Het dagverzorgingscentrum voor palliatieve verzorging moet de bezettingsgegevens jaarlijks voor 1 april indienen bij het Agentschap Zorg en Gezondheid met het formulier dat op de website van het agentschap staat.
Art. 3. § 1. Het jaarlijkse subsidiebedrag wordt toegekend op basis van de erkenning op 1 januari van het desbetreffende werkingsjaar en op basis van het aantal openingsdagen van het werkingsjaar in kwestie. Maximaal 250 openingsdagen per kalenderjaar worden meegeteld.
Nieuwe dagverzorgingscentra voor palliatieve verzorging komen alleen in aanmerking als de erkenning vóór 1 januari van dat werkingsjaar is aangevraagd en als de erkenning uiterlijk op 1 januari van hetzelfde werkingsjaar ingaat.
§ 2. Om de continue werking van de centra te garanderen, wordt het toegekende subsidiebedrag uitbetaald als een voorschot dat hoogstens 90% van het totale subsidiebedrag kan bedragen. Dat voorschot wordt uitbetaald voor 1 juli van het werkingsjaar waarop de subsidie betrekking heeft.
§ 3. Als blijkt dat het dagverzorgingscentrum voor palliatieve verzorging een groter voorschot heeft ontvangen dan het definitieve subsidiebedrag, vordert het Agentschap Zorg en Gezondheid het verschil terug.
§ 4. Als op het ogenblik van de uitkering van de voorschotten, vermeld in paragraaf 2, het teruggevorderde bedrag van het voorgaande jaar nog niet is betaald, wordt dat bedrag in mindering gebracht op de uit te betalen voorschotten.
§ 5. Als gedurende drie opeenvolgende werkjaren de uitbetaalde voorschotten zijn teruggevorderd omdat het centrum niet voldeed aan de subsidiëringsvoorwaarden, vermeld in artikel 1 en 2, worden er geen voorschotten uitbetaald voor het werkingsjaar dat volgt op die drie werkingsjaren.
Art. 4. Het saldo wordt vereffend in de loop van het jaar dat volgt op het jaar van de uitbetaling van het voorschot, na goedkeuring door het Agentschap Zorg en Gezondheid van de bewijsvoering, vermeld in artikel 2.
Art. 5. Het ministerieel besluit van 4 december 2012 tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra voor palliatieve verzorging wordt opgeheven.
Art. 6. De subsidiedossiers over het werkingsjaar 2014 en de voorgaande jaren worden verder afgehandeld volgens de bepalingen van het ministerieel besluit van 4 december 2012 tot vaststelling van de subsidiëringswijze van de dagverzorgingscentra, zoals van kracht voor de inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 7. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2015.
Brussel, 22 april 2015.
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin,
J. VANDEURZEN

 

2026.044

Correcties op de nomenclatuur inzake rusthuisbezoeken gepubliceerd

 

Op 22 april 2026 zijn een aantal KB’s en een interpretatieregel gepubliceerd die de in 2024 nieuw ingevoerde nomenclatuur voor bezoeken in een WZC corrigeren. Het gaat m.a.w. om nomenclatuurnummer 106610 en aanverwanten.

Sommige aanpassingen betreffen eerder ‘teksttoilet’ van de in 2024 gepubliceerde KB’s (gebruik van de juiste terminologie) maar twee punten zijn dermate belangrijk dat we ze nog eens uitdrukkelijk vermelden.

Eén gaat over het GMD van een WZC-patiënt en het ander over het zgn. ongewoon bezoek.

 

2026.043

Nieuwe huisartsennomenclatuur voor palliatieve zorg vanaf 1 juni '26

 

Op 20 april 2026 zijn drie KB’s in het Staatsblad gepubliceerd over de ondersteuning van de huisarts m.b.t. palliatieve patiënten.

Er worden (vanaf 1 juni 2026) twee forfaitaire honoraria ingevoerd die het opstellen van een ACP (advanced care planning) aanvullen:

2026.042

Nog twee aanmeldmomenten in 2026 voor de New Deal

 

In 2024 startte een nieuw financieringsmodel voor de huisartsgeneeskunde, naast de betaling per prestatie en het forfaitaire systeem: de New Deal. Dit systeem houdt het midden tussen de twee bestaande systemen en bestaat uit drie financieringsstromen: betaling per prestatie, capitatiefinanciering en premies.

Indien u zich nog wil aanmelden in 2026 voor dit systeem, zijn er nog twee momenten waarop dat kan: