Toepassingsregels bij aanvraag Spiriva periode 1/4/12 t.e.m. 30/9/12

ASGB-BERICHT 2012.058

Bijlage:

CIRCULAIRE SPIRIVA VI-12-XXX - SPIRIVA.pdf



Geachte Collega,



De hele heisa rond Spiriva ontstond doordat de fabrikant van dit veel te dure geneesmiddel  weigerde een prijsverlaging in België door te voeren. De fabrikant legt bovendien een grote minachting voor de patiënt en de voorschrijvers aan de dag door te blijven weigeren een grotere verpakking, aangepast aan de behandeling van een chronische aandoening, op de markt te brengen. De CTG of de regering kan een prijsverlaging of een verpakkingsgrootte niet afdwingen. Sommigen wilden daarom de verdere vergoeding van Spiriva volledig stopzetten, zoals ook het KCE in dat geval had aanbevolen in zijn rapport 108A, waarin overigens ook werd aangevoerd dat er minstens even goede en goedkopere alternatieven beschikbaar zijn.

Om de patiënten, die toch wel baat hebben bij een verdere behandeling met Spiriva niet volledig zelf voor de kosten te laten opdraaien, was het accepteren van een vergoeding in Hoofdstuk IV, met alle kwalijke gevolgen vandien, op dit moment de enige haalbare optie.

Volgens ons had deze ingewikkelde regelgeving in Hoofdstuk IV verder vermeden kunnen worden door de regels van Hoofdstuk II toe te passen en de grote outliers, die ten onrechte Spiriva ook voorschrijven aan COPDpatiënten in stadium I, aan te spreken op hun voorschrijfgedrag.

Om nu de behandeling van sommige patiënten niet in het gedrang te brengen en een hoop nutteloze nieuwe spirometrieën te vermijden, heeft de CTG op de zitting van 24 april 2012 beslist om de volgende toepassingsregels gedurende 6 maanden te laten gelden ( van 1 april t/m 30 september 2012) bij het invullen van het aanvraagformulier voor de vergoeding van Spiriva bij een patiënt, die vroeger al Spiriva gebruikte en vergoed kreeg in het kader van Hoofdstuk II:

·        Iedere arts die over een spirometrieprotocol beschikt van de patiënt waaruit blijkt dat die patiënt lijdt aan COPD, matig, ernstig of zeer ernstig (dus GOLD-stadium 2 t/m 4), kan de aanvraag doen, dus ook als men geen pneumoloog of huisarts met een bijkomende opleiding spirometrie is.

·        Men vinkt aan: “het betreft een eerste aanvraag”, want het gaat over een eerste aanvraag tot vergoeding in Hoofdstuk IV.

·        Het aanvinken van één van de kotjes “ik verklaar ofwel een geneesheer specialist in de pneumologie te zijn, ofwel een algemeen geneeskundige te zijn die een geattesteerde opleiding in spirometrie heeft gevolgd” is dus in deze overgangsperiode niet verplicht.



De omzendbrief hierover vindt u in bijlage.



Ander belangrijk punt:

Van een huisarts met opleiding spirometrie kan nooit door de adviseur worden gevraagd een kopie van een attest van opleiding op te sturen!Dit staat nergens in de reglementering en op ons uitdrukkelijk verzoek werd dit door de vertegenwoordigers van de mutualiteiten in de CTG bevestigd.



Met collegiale groeten, het ASGB-bestuur

 

2026.088

Nieuwe verstrekking voor expertise op afstand in de dermatologie en venerologie

 

Op 10 juli 2026 werd een KB gepubliceerd met nomenclatuur voor een nieuwe verstrekking voor expertise op afstand door een arts-specialist in de dermatologie en venerologie op vraag van de huisarts.

Het principe was al opgenomen in het akkoord 2022-2023 maar de uitwerking hiervan heeft heel wat voeten in de aarde gehad.

Het KB gaat in voege op 1 september 2026. 

Als bijlage bij dit bericht vindt u de integrale tekst ervan.

2026.086

Besparingsmaatregel inzake cardiale revalidatie vanaf 1 augustus 2026

 

Op 3 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat een besparingsmaatregel inzake cardiale revalidatie invoert vanaf 1 augustus 2026. Het gaat om een vermindering van de tarieven met 10%.

Deze maatregel werd niet besproken in de NCAZ of TGR maar werd ‘rechtstreeks’ beslist door het College van directeurs binnen het RIZIV.

De revalidatieverstrekkingen voor cardiale revalidatie die vóór 1 augustus 2026 verricht werden, kunnen evenwel nog aangerekend worden aan de tarieven die van toepassing zijn vóór 1 augustus 2026.

2026.085

Aanpassing patiëntengroepen laagvariabele zorg n.a.v. opsplitsing nomenclatuurnummer besnijdenis

 

Op 3 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat de patiëntengroepen voor de LVZ (laagvariabele zorg) wijzigt.

De aanleiding daartoe is het feit dat het nomenclatuurnummer voor de besnijdenis in twee afzonderlijke verstrekkingen werd opgesplitst sinds 1 juni 2026.

Als bijlage bij dit bericht vindt u de integrale tekst van het op 3 juli gepubliceerde KB.