Aanpassing KB 21 april 1983 – erkenning HA en SPEC*

ASGB-BERICHT 2012.027

Bijlage: KB 21 april 1983 - erkenning gen_spec en ha.doc

Geachte Collega,



Aanpassing van het KB van 21  april 1983, dat de regels vastlegt inzake de erkenning van huisartsen en specialisten.



In het BS 2 februari 2012 verscheen een KB van 28 juni 2011, dat het basisbesluit  van 21 april 1983 dat de regels vastlegt inzake de erkenning van huisartsen en specialisten wijzigt.

Het besluit treedt in werking op 12 februari 2012.

De wijzigingen betreffen voornamelijk aanpassingen met betrekking tot samenstelling van de  erkenningscommissies van specialisten meer in het bijzonder wanneer het gaat om erkenningscommissies die belast worden met taken betreffende een of meerdere van de bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de houders van een master in de geneeskunde of van de academische graad van arts die reeds houder zijn van een bijzondere beroepstitel.



Er wordt een nieuw artikel 4 bis ingevoerd waarbij bepaald wordt dat ‘de Minister  bij de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu een erkenningscommissie van geneesheren-specialisten kan oprichten voor elk van de bijzondere beroepstitels, zoals door Ons bepaald, voorbehouden aan de houders van een master in de geneeskunde of van de academische graad van arts die reeds houder zijn van een bijzondere beroepstitel zoals bij KB bepaald. Indien er voor een van deze bijzondere beroepstitels geen specifieke erkenningscommissie wordt opgericht, worden de taken van deze commissie door de Minister aan een of meerdere in artikel 4, 2°, bedoelde erkenningscommissies toevertrouwd.



Wanneer deze  commissie ook door de Minister belast wordt met de taken betreffende een of meerdere van de bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de houders van een master in de geneeskunde of van de academische graad van arts die reeds houder zijn van een bijzondere beroepstitel, wordt de samenstelling van elke kamer van deze commissie verhoogd met ten minste drie leden houders van een master in de geneeskunde of van de academische graad van arts, die een academisch ambt bekleden of hebben bekleed, die erkend zijn voor de bijzondere beroepstitel, voorbehouden aan de houders van een master in de geneeskunde of van de academische graad van arts die reeds houder zijn van een bijzondere beroepstitel, in kwestie, en die te benoemen zijn uit een lijst van dubbeltallen voorgedragen door de faculteiten geneeskunde en met evenveel leden houders van een master in de geneeskunde of van de academische graad van arts, die erkend zijn voor de bijzondere beroepstitel, voorbehouden aan de houders van een master in de geneeskunde of van de academische graad van arts die reeds houder zijn van een bijzondere beroepstitel, in kwestie, en die te benoemen zijn uit een lijst van dubbeltallen voorgedragen door hun beroepsverenigingen.



Ingeval een commissie op die manier  wordt opgericht  voor een van de bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de houders van een master in de geneeskunde of van de academische graad van arts die reeds houder zijn van een bijzondere beroepstitel, kan de Minister specifieke criteria vastleggen voor de samenstelling van de kamers van deze erkenningscommissie. In afwijking van de bepalingen van artikel 7, §§ 2 en 3, kan de Minister, voor de erkenningscommissie bevoegd voor een nieuw bepaalde bijzondere beroepstitel of bij een met bijzondere redenen omklede beslissing, één of meerdere leden van een erkenningscommissie benoemen die niet erkend zijn in de bijzondere beroepstitel in kwestie maar van wie algemeen bekend is dat zij bevoegd zijn in deze discipline. Het mandaat van deze leden vervalt een jaar na hun benoeming, behalve indien zij inmiddels in deze bijzondere beroepstitel erkend zijn.



In bijlage vindt u de geïntegreerde versie van het KB.



met collegiale groeten, het ASGB-bestuur

2026.088

Nieuwe verstrekking voor expertise op afstand in de dermatologie en venerologie

 

Op 10 juli 2026 werd een KB gepubliceerd met nomenclatuur voor een nieuwe verstrekking voor expertise op afstand door een arts-specialist in de dermatologie en venerologie op vraag van de huisarts.

Het principe was al opgenomen in het akkoord 2022-2023 maar de uitwerking hiervan heeft heel wat voeten in de aarde gehad.

Het KB gaat in voege op 1 september 2026. 

Als bijlage bij dit bericht vindt u de integrale tekst ervan.

2026.086

Besparingsmaatregel inzake cardiale revalidatie vanaf 1 augustus 2026

 

Op 3 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat een besparingsmaatregel inzake cardiale revalidatie invoert vanaf 1 augustus 2026. Het gaat om een vermindering van de tarieven met 10%.

Deze maatregel werd niet besproken in de NCAZ of TGR maar werd ‘rechtstreeks’ beslist door het College van directeurs binnen het RIZIV.

De revalidatieverstrekkingen voor cardiale revalidatie die vóór 1 augustus 2026 verricht werden, kunnen evenwel nog aangerekend worden aan de tarieven die van toepassing zijn vóór 1 augustus 2026.

2026.085

Aanpassing patiëntengroepen laagvariabele zorg n.a.v. opsplitsing nomenclatuurnummer besnijdenis

 

Op 3 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat de patiëntengroepen voor de LVZ (laagvariabele zorg) wijzigt.

De aanleiding daartoe is het feit dat het nomenclatuurnummer voor de besnijdenis in twee afzonderlijke verstrekkingen werd opgesplitst sinds 1 juni 2026.

Als bijlage bij dit bericht vindt u de integrale tekst van het op 3 juli gepubliceerde KB.