Fonds medische ongevallen*

ASGB-BERICHT 2012.142

Geachte Collega,

In het BS van 23/11/2012 verscheen een KB i.v.m. de werking van het Fonds voor de medische ongevallen.

met collegiale groeten, het ASGB-bestuur

[divider line_color="#ddd"]  Publicatie: 2012-11-23

FEDERALE OVERHEIDSDIENST VOLKSGEZONDHEID, VEILIGHEID VAN DE VOEDSELKETEN EN LEEFMILIEU

5 NOVEMBER 2012. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de vergoedingen en het presentiegeld van de voorzitter, de ondervoorzitter en de leden van de raad van bestuur van het Fonds voor de medische ongevallen

ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 31 maart 2010 betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg, de artikelen 6, tweede lid en 7, § 3;
Gelet op het advies van de raad van bestuur van het Fonds voor de medische ongevallen gegeven op zijn zittingen van 16 januari 2012 en 27 februari 2012;
Gelet op de adviezen van de Inspecteurs van Financiën, gegeven op 6 april 2012;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 13 juli 2012;
Gelet op het voorafgaand onderzoek van de noodzaak om een effectbeoordeling uit te voeren, met toepassing van artikel 19/1 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling, waarbij werd besloten dat geen effectbeoordeling is vereist;
Gelet op het advies 51.860/3 van de Raad van State, gegeven op 18 september 2012, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op voordracht van de Minister van Sociale zaken en Volksgezondheid,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° « de wet » : de wet van 31 maart 2010 betreffende de vergoeding van schade als gevolg van de gezondheidszorg;
2° « het Fonds » : het Fonds voor de medische ongevallen, bedoeld in artikel 6 van de wet.
Art. 2. De voorzitter en de ondervoorzitter van het Fonds hebben elk recht op een jaarlijkse forfaitaire vergoeding van € 4.462,09.
Art. 3. Per zitting van de raad van bestuur of van een werkgroep opgericht door de raad van bestuur, wordt een presentiegeld ten bedrage van respectievelijk € 18,59 en € 4,96 toegekend respectievelijk aan de aanwezige leden en secretaris van de raad van bestuur. Het bedrag dat wordt toegekend aan een lid die de voorzitter vervangt, wordt verdubbeld.
De plaatsvervangende leden hebben alleen recht op een presentiegeld wanneer ze het effectief lid dat afwezig is vervangen.
Voor de werkgroepen kunnen maximaal twee leden per vertegenwoordigde groep een presentiegeld ontvangen.
Art. 4. De leden van de raad van bestuur, inbegrepen de voorzitter, de ondervoorzitter, en de plaatsvervangende leden hebben daarenboven recht op de terugbetaling van hun reis- en verblijfkosten onder de voorwaarden en volgens de bedragen bepaald voor het personeel van de ministeries. Zij worden hiertoe gelijkgesteld met ambtenaren van klasse A3.
Art. 5. De bepalingen van artikel 3 zijn niet van toepassing op de leden van de raad van bestuur die deel uitmaken van een Staatsdienst of van een openbare dienst, noch op de leden die de Overheid vertegenwoordigen, tenzij de zitting ten vroegste om 17 uur begint of indien ze plaatsvindt op een dag die geen werkdag is.
Art. 6. De bedragen vermeld in dit besluit zijn verbonden aan de spilindex 138,01 (basis 1981 = 100).
Art. 7. De presentiegelden en de vergoedingen van de leden van de raad van bestuur worden door het Fonds betaald.
Art. 8. Dit koninklijk besluit heeft uitwerking met ingang van 28 juli 2011.
Art. 9. De ministers bevoegd voor Sociale zaken en Volksgezondheid zijn belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Marseille, 5 november 2012.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale zaken en Volksgezondheid,
belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen,
Mevr. L. ONKELINX

 

2026.044

Correcties op de nomenclatuur inzake rusthuisbezoeken gepubliceerd

 

Op 22 april 2026 zijn een aantal KB’s en een interpretatieregel gepubliceerd die de in 2024 nieuw ingevoerde nomenclatuur voor bezoeken in een WZC corrigeren. Het gaat m.a.w. om nomenclatuurnummer 106610 en aanverwanten.

Sommige aanpassingen betreffen eerder ‘teksttoilet’ van de in 2024 gepubliceerde KB’s (gebruik van de juiste terminologie) maar twee punten zijn dermate belangrijk dat we ze nog eens uitdrukkelijk vermelden.

Eén gaat over het GMD van een WZC-patiënt en het ander over het zgn. ongewoon bezoek.

 

2026.043

Nieuwe huisartsennomenclatuur voor palliatieve zorg vanaf 1 juni '26

 

Op 20 april 2026 zijn drie KB’s in het Staatsblad gepubliceerd over de ondersteuning van de huisarts m.b.t. palliatieve patiënten.

Er worden (vanaf 1 juni 2026) twee forfaitaire honoraria ingevoerd die het opstellen van een ACP (advanced care planning) aanvullen:

2026.042

Nog twee aanmeldmomenten in 2026 voor de New Deal

 

In 2024 startte een nieuw financieringsmodel voor de huisartsgeneeskunde, naast de betaling per prestatie en het forfaitaire systeem: de New Deal. Dit systeem houdt het midden tussen de twee bestaande systemen en bestaat uit drie financieringsstromen: betaling per prestatie, capitatiefinanciering en premies.

Indien u zich nog wil aanmelden in 2026 voor dit systeem, zijn er nog twee momenten waarop dat kan: