Nomenclatuur implantaten orthopedie en traumatologie*

ASGB-BERICHT 2011.171


Geachte Collega,



In het BS van 25/11/2011 verscheen een KB i.v.m. nieuwe nomenclatuur voor implantaten orthopedie-traumatologie.



met collegiale groeten, het ASGB-bestuur 

 


Publicatie: 2011-11-25



FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID



7 NOVEMBER 2011. - Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 35 van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen



ALBERT II, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, artikel 35, § 1, gewijzigd bij de wetten van 20 december 1995, 22 februari 1998, 24 december 1999, 10 augustus 2001, 22 augustus 2002, 5 augustus 2003, 22 december 2003, 9 juli 2004, 27 april 2005 en 27 december 2005, en § 2, gewijzigd bij de wet van 20 december 1995, bij het koninklijk besluit van 25 april 1997, bekrachtigd bij de wet van 12 december 1997, en bij de wet van 10 augustus 2001;

Gelet op de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;

Gelet op het voorstel van de Technische Raad voor Implantaten van 31 augustus 2010;

Overwegende dat door de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle geen advies is geformuleerd binnen de termijn van vijf dagen, vermeld in artikel 27, vierde lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, en dat het betrokken advies dienvolgens met de toepassing van die wetsbepaling wordt geacht te zijn gegeven;

Gelet op de beslissing van de Overeenkomstencommissie verstrekkers van implantaten-verzekeringsinstellingen van 31 augustus 2010;

Gelet op het advies van de Commissie voor begrotingscontrole, gegeven op 23 februari 2011;

Gelet op de beslissing van het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering van 21 maart 2011;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 1 juli 2011;

Gelet op de akkoordbevinding van Staatssecretaris voor Begroting, gegeven op 14 juli 2011;

Gelet op het advies 50.039/2 van de Raad van State, gegeven op 17 augustus 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;

Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1. In artikel 35 van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 24 augustus 1994 en laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 augustus 2011 worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° In § 1, A. ORTHOPEDIE EN TRAUMATOLOGIE, Categorie 2, opschrift "GEWRICHTSPROTHESEN :" worden het volgende opschrift en verstrekking toegevoegd :

« ALLERLEI :

701993-702004

Onderdeel van een gewrichtsprothese, gebruikt bij een revisie »;

2° Een § 5decies wordt ingevoegd :

« § 5decies. 

1° De onderdelen van een prothese bedoeld onder de verstrekking 701993-702004 zijn onderworpen aan de vergoedingscriteria van de implantaten van categorie 4.

2° Deze onderdelen dragen geen CE-markering, maar hebben het voorwerp uitgemaakt van een derogatie toegekend door de Minister die bevoegd is voor Volksgezondheid.

3° De verstrekking 701993-702004 kan alleen het voorwerp uitmaken van een verzekeringstegemoetkoming na akkoord van het College van geneesheren-directeurs, die het bedrag van de tegemoetkoming vaststelt op basis van een gemotiveerde aanvraag met :

-een omstandig medisch verslag dat het gebruik rechtvaardigt van onderdelen die geen CE-markering hebben;

- het voorschrift door de geneesheer gericht aan het bedrijf dat dit onderdeel zal leveren;

- een kopie van de derogatie toegekend door de Minister;

- een factuur van het bedrijf die het onderdeel heeft geleverd. »;

3° In § 16, opschrift « A. ORTHOPEDIE EN TRAUMATOLOGIE : », opschrift « Categorie 2 » worden het volgende opschrift en verstrekking toegevoegd :

« ALLERLEI :

701993-702004 ».

Art. 2. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Art. 3. De Minister bevoegd voor Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit. 

Gegeven te Brussel, 7 november 2011.

ALBERT

Van Koningswege :

De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie, 

Mevr. L. ONKELINX

2026.044

Correcties op de nomenclatuur inzake rusthuisbezoeken gepubliceerd

 

Op 22 april 2026 zijn een aantal KB’s en een interpretatieregel gepubliceerd die de in 2024 nieuw ingevoerde nomenclatuur voor bezoeken in een WZC corrigeren. Het gaat m.a.w. om nomenclatuurnummer 106610 en aanverwanten.

Sommige aanpassingen betreffen eerder ‘teksttoilet’ van de in 2024 gepubliceerde KB’s (gebruik van de juiste terminologie) maar twee punten zijn dermate belangrijk dat we ze nog eens uitdrukkelijk vermelden.

Eén gaat over het GMD van een WZC-patiënt en het ander over het zgn. ongewoon bezoek.

 

2026.043

Nieuwe huisartsennomenclatuur voor palliatieve zorg vanaf 1 juni '26

 

Op 20 april 2026 zijn drie KB’s in het Staatsblad gepubliceerd over de ondersteuning van de huisarts m.b.t. palliatieve patiënten.

Er worden (vanaf 1 juni 2026) twee forfaitaire honoraria ingevoerd die het opstellen van een ACP (advanced care planning) aanvullen:

2026.042

Nog twee aanmeldmomenten in 2026 voor de New Deal

 

In 2024 startte een nieuw financieringsmodel voor de huisartsgeneeskunde, naast de betaling per prestatie en het forfaitaire systeem: de New Deal. Dit systeem houdt het midden tussen de twee bestaande systemen en bestaat uit drie financieringsstromen: betaling per prestatie, capitatiefinanciering en premies.

Indien u zich nog wil aanmelden in 2026 voor dit systeem, zijn er nog twee momenten waarop dat kan: