Bijzondere voeding bij kinderen met CNI*

ASGB-BERICHT 2009.126

Geachte Collega,



In het BS van 18/5/09 verscheen een KB i.v.m. tegemoetkoming in bijzondere voeding voor kinderen met chronische nierinsufficiëntie.



met collegiale groeten, het ASGB-bestuur


Publicatie: 2009-05-18

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID

 

4 MEI 2009. - Koninklijk besluit tot uitvoering van het artikel 37, § 16bis, eerste lid, 3°, en vierde lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wat de kinderen die lijden aan chronische nierinsufficiëntie betreft

 

ALBERT II, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, artikel 37, § 16bis, eerste lid, 3°, en vierde lid, ingevoegd bij de wet van 27 december 2006;

Gelet op het advies van de Commissie voor begrotingscontrole, gegeven op 9 april 2008;

Gelet op het advies van het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, gegeven op 28 juli 2008;

Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 18 september 2008;

Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting van 20 oktober 2008;

Gelet op het advies nr. 45.555 van de Raad van State, gegeven op 6 januari 2009, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1. Aan de rechthebbende, jonger dan achttien jaar waarbij is vastgesteld dat deze lijdt aan chronische nierinsufficiëntie onder dialyse of die lijdt aan tubulopathie, wordt een forfaitaire tegemoetkoming van 30 euro per maand toegekend. Deze tegemoetkoming dient om de kosten te dekken van producten voor bijzondere voeding die toegediend worden aan kinderen met chronische nierinsufficiëntie.

Art. 2. § 1. De diagnose van chronische nierinsufficiëntie wordt gesteld door een geneesheer-specialist voor kindergeneeskunde, werkzaam in een centrum voor pediatrische nefrologie.

§ 2. Om als centrum voor pediatrische nefrologie te worden beschouwd, dient het centrum te beschikken over kinderartsen ervaren in de kindernefrologie, over psychologen, verpleegkundigen, diëtisten en sociale werkers, allen met een opleiding en ervaring in het kader van chronische nierinsufficiëntie, in het bijzonder bij kinderen. Bovendien moeten voorzieningen inzake pediatrische dialyse aanwezig zijn.

§ 3. De in § 1 vermelde geneesheer-specialist notificeert, middels het model van notificatie opgenomen als bijlage, aan de adviserend geneesheer van de verzekeringsinstelling van de rechthebbende dat het gaat om een kind met chronische nierinsufficiëntie dat voldoet aan de voorwaarden van dit besluit.

§ 4. Deze eerste notificatie geeft gedurende één jaar het recht op het forfait zoals omschreven in artikel 1.

Art. 3. Deze forfaitaire tegemoetkoming gaat in vanaf de eerste dag van de maand van de notificatie.

De uitbetaling van deze forfaitaire tegemoetkoming wordt driemaandelijks door de verzekeringsinstelling van de rechthebbende uitgevoerd.

Art. 4. De chronische nierinsufficiëntie wordt na een jaar geëvalueerd door een geneesheer-specialist zoals bedoeld in artikel 2.

Indien uit deze evaluatie blijkt dat de toediening van producten voor bijzondere voeding verder dient te worden gezet, notificeert voornoemde geneesheer-specialist aan de adviserend geneesheer van de verzekeringsinstelling van de rechthebbende de verlenging, middels het model van notificatie van verlenging opgenomen als bijlage.

Deze verlenging heeft een geldigheidsduur van vijf jaar, en kan hernieuwd worden voor nieuwe periodes van vijf jaar, mits telkens een nieuwe evaluatie wordt gedaan door een geneesheer-specialist voor kindergeneeskunde, werkzaam in een centrum voor pediatrische nefrologie.

Art. 5. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een termijn van tien dagen die ingaat de dag na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

Art. 6. De Minister bevoegd voor Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 4 mei 2009.

ALBERT

Van Koningswege :

De Minister van Sociale Zaken,

Mevr. L. ONKELINX





Bijlage:

images/stories/Bijlage ASGB-bericht-126_BS 180509.pdf

2026.049

Pijntherapie en rugchirurgie: reactie ASGB op de Pano-reportage

 

Als syndicaat betreuren we de commotie die vorige week ontstaan is n.a.v. verschillende persberichten en reportages over pijntherapie en rugchirurgie. Halsoverkop en emotioneel reageren helpt niemand vooruit, maar nu het stof weer is gaan liggen, is het wel tijd voor duidelijke en gedragen standpunten.

2026.048

Nieuwe vergoedingsregels bij radiofrequente ablatie van schildklierpathologie

 

Op 4 mei 2026 werd een Ministerieel Besluit gepubliceerd i.v.m. de tegemoetkoming voor invasieve hulpmiddelen bij radiofrequente ablatie van schildklierpathologie.

Het besluit bevat criteria die gelden voor de verplegingsinrichting, voor de patiënt en voor het hulpmiddel zelf.

Daarnaast bevat het regels over de attestering en de aanvraagprocedure.

Het besluit is in voege getreden op 1 april 2026. 

In de pdf als bijlage bij dit bericht vindt u de tekst ervan. 

2026.047

Nieuwe nomenclatuur i.v.m. spirometrie en ergospirometrie vanaf 1 juni 2026

 

Op 30 april 2026 werd een KB met besparingsmaatregelen i.v.m. spirometrie en ergospirometrie gepubliceerd.

Aanleiding was de vaststelling door de DGEC van een reeks niet-conforme aanrekeningen en cumuls (waarover ook heel wat discussie bestond).

Het Kartel heeft de aandacht gevestigd op de onderwaardering van de ergospirometrie en vroeg daarvoor een beperkt bijkomend budget in de behoeftenfiches voor 2026 (zie wordfile als bijlage bij dit bericht). 

We werden daarin echter niet gevolgd door de andere partners.