Inkomen huisarts

ASGB-BERICHT 2009.046





Geachte Collega,

 

Er is de laatste weken heel wat media-aandacht geweest voor het huisartseninkomen.

Aanleiding was een vergelijkende studie over het inkomen van Europese huisartsen waarbij de Belgische de slechtst verdienenden zouden zijn. Met redelijk ongeloofwaardige cijfers. Deze studie was voor België gebaseerd op een simulatie die het ASGB  hierover in 2002 maakte. Eens te meer werd dit aangegrepen om de slechte verdediging van de huisarts door de representatieve syndicaten aan de kaak te stellen.

We hebben een aantal gegevens geactualiseerd en u kan er dan zelf uw besluit uit trekken.

 

met collegiale groeten, het ASGB-bestuur

 


 

De NIVEL-studie, die concludeert dat de Belgische huisarts (in 2005) de slechtst betaalde is in Europa, is o.m. gebaseerd op een simulatie die het ASGB in 2002 (!) maakte, en die we op 26/1/2002 op overtuigende wijze konden presenteren aan de toenmalige ministers van Volksgezondheid en Sociale Zaken. Overigens in aanwezigheid van de uitgenodigde medische pers die er toen ook uitgebreid over bericht heeft.

 

We blijven achter onze cijfers van 2002 staan, ze werden trouwens later bevestigd door andere bronnen. NIVEL heeft onze cijfers van 2002 gewoon aangepast met de inflatie zonder rekening te houden met de opwaarderingen die in 2005 al in voege waren, laat staan met die van vandaag.

 

Onze nota begon met de vaststelling dat “zeggen dat de huisarts onderbetaald is, een open deur instampen is”. Voordien had het ASGB in een ‘Beleidsvisie’ de noden in de huisartsgeneeskunde omschreven, en daaropvolgend in een ambitieus ‘Herstelplan 2001’ een kader voorgesteld om de noodzakelijke herwaardering van de huisarts vorm te geven. Dat plan werd tijdens dezelfde zitting aan de ministers toegelicht en is sindsdien onze leidraad bij de opeenvolgende akkoordonderhandelingen gebleven. De conclusie van deze simulatie was toen dat het inkomen van de huisarts met 40% moest verhogen om vergelijkbaar te zijn met dat van een adviserend geneesheer. We besloten toen ook dat een verhoging van de prestatiegebonden honoraria weliswaar noodzakelijk was maar onvoldoende om dit doel te bereiken.

 

De resultaten van deze NIVEL-studie zijn een goede gelegenheid om te evalueren wat het ASGB/Kartel van dit Herstelplan heeft kunnen realiseren.

In de periode 2002-2009 zijn er belangrijke stappen voorwaarts gezet: de honoraria van raadplegingen en huisbezoeken zijn dikwijls meer dan geïndexeerd, het GMD is veralgemeend en meermaals opgewaardeerd, de betaling volgens de pijlers P1, P2 en P3 is een feit; de wachtvergoedingen, het EMD-forfait, de praktijkvergoeding, Impulseo I, II zijn -soms

onvolmaakt- ingeburgerd.

Een nieuwe berekening uitgaande van zoveel mogelijk identieke parameters en met een gelijke werkload (8 uur/dag waarvan 1,5 uur niet-patiëntgebonden; 5d/week; 11m/jaar), toont aan dat het inkomen van de huisarts in die periode met 75%  is gestegen.

 

Idealiter zou men moeten uitgaan van het effectief aangegeven belastbaar inkomen maar die gegevens zijn nu eenmaal niet ter beschikking.

 

Een andere vertrekbasis zijn de Riziv-uitgaven voor huisartsgeneeskunde.

Die bedroegen in 2002 716.995duizend euro en in 2007, nominaal, 1.019.765 duizend euro, d.w.z. + 47%.

Sedert 2007 zijn daar bijgekomen: de index (1,62% = 17.135,4duizend) en de bijkomende budgetten voor 2008 (18.743,5duizend +543.000) en voor 2009 (4,32% = 49.411duizend, resp. 21.873duizend +8.050duizend).

Wanneer we de uitgaven t/m 2007 aanvullen met de herziene technische raming

2008 (nu inclusief zelfstandigen) en met de doelstelling 2009 komen we op 1.267.940duizend euro. Samen met ongeveer 20% remgeld geeft dit 1.521.528 duizend euro (inclusief accreditering, gezondheidscentra en technische vertrekkingen).

 

Dit bedrag gedeeld door het aantal FTE-huisartsen geeft dan een redelijke schatting van het actuele gemiddelde bruto-inkomen, met die reserve dat als in 2009 het aantal verstrekkingen spectaculair zou dalen dat de doelstelling dan niet hetzelfde is als verworven inkomen. Er zijn +/- 10.

000 geaccrediteerde huisartsen; en mogelijk +/- 9.000FTE.

Resultaat nog te verhogen met het sociaal statuut, van 2.000 euro in 2002 tot  4.103 euro -netto- in 2009.

 

Mogelijk zou een nieuwe NIVEL-vergelijking, uitgaande van deze recentere gegevens, dus tot andere conclusies leiden. Dit belet niet dat ook nu de Belgische huisarts mogelijk nog in de staart van het peloton hangt. Wat dan nog sterker aantoont hoe erbarmelijk de honorering van de huisarts wel was, en welke weg er nog moet afgelegd worden. Er is immers geen enkele reden om de inkomenskloof tussen sommige specialistische disciplines enerzijds en huisartsen en specialisten zonder technische prestaties anderzijds, niet verder te dichten. Want voor meerdere specialistische disciplines zijn de noden vandaag wellicht nog groter dan voor de huisartsen.

 

Van een dreigende ‘shortage of GP’s’ is o.i. nog lang geen sprake.

Integendeel, het gebrek aan voldoende werk is een van de belangrijke redenen dat een aantal huisartsen nog steeds te weinig verdient. De vraag is of men dat oplost door de honoraria te verhogen. “in countries with a relatively large number of GPs, income per hour was lower. Accordingly, it seemed that GPs have to work more hours when there are fewer patients per GP available to obtain a similar level of annual income.”

O.i. betekent dit dat het aantal patiënten per huisarts wel degelijk belangrijk is, en er zijn nu eenmaal maar 10 miljoen Belgen. Marc Moens heeft dus zeker een punt dat men dit gegeven mee in rekening moet brengen.

 

Het Herstelplan 2001 besloot met “Het ASGB laat jammeren en klagen over aan anderen. Het ASGB innoveert en realiseert”. Wat we nu 7 jaar later vanuit een minderheidspositie en ondanks alle tegenstand hebben kunnen bereiken is niet min: veralgemening én opwaardering van het GMD, Impulseo I, II en III, EMD, praktijkvergoeding, beschikbaarheidshonorarium, huisartsenwachtposten, aanzienlijke opwaardering van het sociaal statuut, technische prestaties zoals enkeltaping, urine microscopisch onderzoek, spirometrie, wondhechting; bezoek aan gehospitaliseerde, zorgtrajecten. Elk van deze initiatieven werd door het ASGB/Kartel uitgewerkt en gerealiseerd. Geen loze beloften, maar hard werk in de vrijwel dagelijkse vergaderingen, vaak op de meest onmogelijke uren.

 

Blijkbaar zijn de studenten geneeskunde over een en ander al beter geïnformeerd. In Gent kiezen momenteel 33% der laatstejaarsstudenten voor de huisartsgeneeskunde, in Antwerpen 30%. Wekelijks herhaalde onheilsboodschappen in de medische pers en op diverse fora kunnen hen misschien nog van gedacht doen veranderen.

 

het ASGB-bestuur

 

2026.090

Nieuwe criteria voor zorgprogramma’s beroertezorg

 

Op 24 juli 2026 werd een KB gepubliceerd i.v.m. de erkenningsnormen voor het zorgprogramma beroertezorg en de programmatie- en erkenningscriteria voor het zorgprogramma acute beroertezorg met invasieve procedures.

Het gaat om een nieuwe poging na voorafgaande vernietiging door de Raad van State, in een dossier dat al meer dan 10 jaar aansleept.

Het nieuwe KB, dat in voege treedt op 3 augustus 2026, hanteert als eerste basisprincipe het volgende minimale activiteitsniveau:

2026.089

Ambulante code van polysomnografie geschrapt vanaf 01/09/2026

 

Op 24 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat een besparingsmaatregel in de inwendige geneeskunde doorvoert: het schrappen van de ambulante code van polysomnografie.

Het realiseren van een ambulante polysomnografie wordt immers in strijd geacht met de regels inzake de fysieke aanwezigheid van de arts zoals bepaald in artikel 1 van de nomenclatuur.

De verstrekking mag dus niet meer reglementair aangerekend worden.

Dit gaat in vanaf 1 september 2026.

2026.088

Nieuwe verstrekking klinische biologie (m.b.t. albuminurie) gepubliceerd

 

Op 10 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat een nieuwe verstrekking invoert vanaf 1 september 2026: ‘doseren van albumine door een immunologische methode evenals creatinine inclusief de berekening van de albumine-creatinine-ratio’.

Dit was al voorzien in het akkoord 2024-2025.

De specifieke doelgroep wordt omschreven en de frequentie wordt beperkt tot 1x per jaar.

Indien correct gebruikt, dan kan dit een belangrijke preventieve maatregel betekenen.

Voor diabetespatiënten was er al een verstrekking beschikbaar.