Nationaal akkoord 2009-2010, punt 9

ASGB-BERICHT 2009.026



 

9. TOEKOMSTGERICHTE HUISARTSENWACHTDIENSTEN

9.1. De NCGZ zal in de komende periode haar inspanningen ter ondersteuning van performante huisartsenwachtdiensten verder zetten.

 

9.2. De NCGZ hecht groot belang aan de inzet van de huisartsenkringen om de dienstverlening aan de bevolking in het kader van de wachtdiensten zo goed mogelijk te verzekeren. De NCGZ moedigt de initiatieven aan van de kringen die deze dienstverlening wensen te garanderen door, binnen de bestaande regelgeving over de wachtdienstorganisatie, het inzetten van de huisartsen die beschikbaar zijn voor de wachtdienst te optimaliseren en de toegankelijkheid voor de patiënten te versterken. Voor 2009 is voor deze initiatieven een bedrag van 1.500.000 euro beschikbaar op de begroting van de administratiekosten van het RIZIV en toe te voegen aan de reeds beschikbare financiële middelen voor de huisartsenwachtposten binnen en buiten de grote steden (ten belope van 5.100.000 euro).

De NCGZ zal tevens een regeling uitwerken waardoor de beschikbaarheidshonoraria die verschuldigd zijn voor een welbepaalde huisartsenzone door de huisartsenkring kunnen worden aangewend en herverdeeld  met het oog op de correcte honorering van de huisartsen die meewerken aan voormelde vernieuwende organisatievormen.

 

9.3. In coherentie met haar andere beleidsinstrumenten inzake permanentie, beschikbaarheid en wachtdienstondersteuning en rekening houdend met de resultaten van de evaluatie van de lopende experimenten, zal de NCGZ in de loop van 2009 de basisoriëntaties vastleggen voor een meer structurele financiering van de huisartsenwachtposten, met inbegrip van deze in de grote steden, met het oog op de implementatie van de nieuwe regeling in de loop van 2010.

 

9.4. De NCGZ zal haar beleid ter ondersteuning van de huisartsenwachtdiensten ontwikkelen in afstemming met de Federale raad voor de huisartsenkringen.

 

 

Commentaar:

Er wordt dus een extra 1,5 miljoen euro voorzien voor experimenten met wachtposten. Dit bedrag komt niet uit de ereloonmassa, zoals door sommigen onterecht wordt beweerd, maar van de administratiekosten van het Riziv, net

zoals de nu al beschikbare 5,1 miljoen euro.

Verder zal er een regeling worden uitgewerkt om "creatiever" te mogen omgaan met de disponibiliteitshonoraria binnen een kring. Zo zal het dan bv. mogelijk worden om het beschikbaarheidshonorarium van degenen die een wacht hebben gedaan binnen een wachtpost te delen met degenen die van rijdende wacht waren voor dezelfde wachtpost (en die dan vaak veel minder prestaties hadden gedurende dezelfde periode).

In de loop van 2009 zal worden gestart met het uitwerken van meer definitieve regelingen voor de financiering van  wachtposten. Dit is nodig omdat de financiering van wachtposten nu nog onder de noemer "experimenten" valt. Bovendien is de huidige financiering ook vrij heterogeen.

In punt 9.4 wordt tegemoet gekomen aan de verzuchtingen van de Federale Raad voor de huisartsenkringen (de officiële vertegenwoordiger van de kringen) om in deze materie nauwer betrokken te worden.




 

2026.049

Pijntherapie en rugchirurgie: reactie ASGB op de Pano-reportage

 

Als syndicaat betreuren we de commotie die vorige week ontstaan is n.a.v. verschillende persberichten en reportages over pijntherapie en rugchirurgie. Halsoverkop en emotioneel reageren helpt niemand vooruit, maar nu het stof weer is gaan liggen, is het wel tijd voor duidelijke en gedragen standpunten.

2026.048

Nieuwe vergoedingsregels bij radiofrequente ablatie van schildklierpathologie

 

Op 4 mei 2026 werd een Ministerieel Besluit gepubliceerd i.v.m. de tegemoetkoming voor invasieve hulpmiddelen bij radiofrequente ablatie van schildklierpathologie.

Het besluit bevat criteria die gelden voor de verplegingsinrichting, voor de patiënt en voor het hulpmiddel zelf.

Daarnaast bevat het regels over de attestering en de aanvraagprocedure.

Het besluit is in voege getreden op 1 april 2026. 

In de pdf als bijlage bij dit bericht vindt u de tekst ervan. 

2026.047

Nieuwe nomenclatuur i.v.m. spirometrie en ergospirometrie vanaf 1 juni 2026

 

Op 30 april 2026 werd een KB met besparingsmaatregelen i.v.m. spirometrie en ergospirometrie gepubliceerd.

Aanleiding was de vaststelling door de DGEC van een reeks niet-conforme aanrekeningen en cumuls (waarover ook heel wat discussie bestond).

Het Kartel heeft de aandacht gevestigd op de onderwaardering van de ergospirometrie en vroeg daarvoor een beperkt bijkomend budget in de behoeftenfiches voor 2026 (zie wordfile als bijlage bij dit bericht). 

We werden daarin echter niet gevolgd door de andere partners.