Grote voorschrijvers

ASGB-BERICHT 2009.018


 

Geachte Collega,



De berichtgeving in Artsenkrant van 20/1/09 over de geneesmiddelenpassus in het nationaal akkoord 2009-2010 strookt niet met de gemaakte afspraken.

Het is niet juist dat meer dan 5000 huisartsen als grote voorschrijver ter verantwoording gaan geroepen worden.

Zij krijgen, louter ter informatie, een bericht om hun beginpositie nu in te schatten. Daar is verder geen enkele beschuldiging, monitoring of sanctie aan verbonden (welk ambtenarencorps zou vandaag overigens over de mankracht beschikken om dat te managen?)





Nadien is het aan de profielencommissies om te bepalen aan welke huisartsen bijkomende informatie over hun voorschrijfgedrag zal gevraagd worden, bv. om maar iets te zeggen zij die voor minstens x geneesmiddelen de p90

overschrijden. De huisartsen zelf zullen daarin dus hun zeg  hebben.

 

Bijkomende informatie vragen is nog helemaal geen beschuldiging: indien de huisarts voor een bejaarde patiënt met 2 of 3 comorbiditeiten de geldende richtlijnen volgt dan moet hij al gauw  een tiental geneesmiddelen voorschrijven. Dat is dus eerder goede praktijk dan overconsumptie. Ik ben er redelijk zeker van dat ikzelf onder de internisten voor vele

geneesmiddelen boven de p90 zou scoren. De grote meerderheid van mijn patiënten met chronische nierinsufficiëntie (en a fortiori de dialyspatiënten) hebben tal van comorbiditeiten en verwikkelingen die elk hun specifieke behandeling vragen. En wees gerust dat de patiënten zelf vragende partij zijn om hun aantal pillen (en hun factuur) te reduceren indien dat enigszins mogelijk zou zijn.

Maar dat er daarnaast door sommigen ook wel een aantal overbodige geneesmiddelen worden voorgeschreven kan ook moeilijk ontkend worden.

 

Om de informatieverstrekking te vergemakkelijken heb ik het Riziv gevraagd -en is mij toegezegd- dat men die vraag niet blind gaat stellen maar gericht voor een steekproef van individuele patiënten, wat me administratief alleszins veel gemakkelijker lijkt.





met collegiale groeten, Dr. Robert Rutsaert



 

2026.090

Nieuwe criteria voor zorgprogramma’s beroertezorg

 

Op 24 juli 2026 werd een KB gepubliceerd i.v.m. de erkenningsnormen voor het zorgprogramma beroertezorg en de programmatie- en erkenningscriteria voor het zorgprogramma acute beroertezorg met invasieve procedures.

Het gaat om een nieuwe poging na voorafgaande vernietiging door de Raad van State, in een dossier dat al meer dan 10 jaar aansleept.

Het nieuwe KB, dat in voege treedt op 3 augustus 2026, hanteert als eerste basisprincipe het volgende minimale activiteitsniveau:

2026.089

Ambulante code van polysomnografie geschrapt vanaf 01/09/2026

 

Op 24 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat een besparingsmaatregel in de inwendige geneeskunde doorvoert: het schrappen van de ambulante code van polysomnografie.

Het realiseren van een ambulante polysomnografie wordt immers in strijd geacht met de regels inzake de fysieke aanwezigheid van de arts zoals bepaald in artikel 1 van de nomenclatuur.

De verstrekking mag dus niet meer reglementair aangerekend worden.

Dit gaat in vanaf 1 september 2026.

2026.088

Nieuwe verstrekking klinische biologie (m.b.t. albuminurie) gepubliceerd

 

Op 10 juli 2026 werd een KB gepubliceerd dat een nieuwe verstrekking invoert vanaf 1 september 2026: ‘doseren van albumine door een immunologische methode evenals creatinine inclusief de berekening van de albumine-creatinine-ratio’.

Dit was al voorzien in het akkoord 2024-2025.

De specifieke doelgroep wordt omschreven en de frequentie wordt beperkt tot 1x per jaar.

Indien correct gebruikt, dan kan dit een belangrijke preventieve maatregel betekenen.

Voor diabetespatiënten was er al een verstrekking beschikbaar.