Financiële tegemoetkoming artsensyndicaten

ASGB-BERICHT 2008.097

 
Geachte Collega,



In het BS van 22/5/2008 verscheen het KB met de aanpassing van de financiële tegemoetkoming voor de representatieve artsensyndicaten. Zoals u weet wordt deze gedeeltelijk gebaseerd op het resultaat van de verkiezingen en zal die in 2007 en 2008 voor het Kartel dus lager liggen dan in 2006.



Het is een van de redenen, maar niet eens de belangrijkste, waarom we nog meer artsen moeten kunnen overtuigen om lid te worden van het ASGB. Nog vaak horen we vele artsen afgeven op het Riziv wegens de vaak onrechtmatige verdeling van de honoraria. 
Wat ze daarbij vergeten, of niet weten, is dat het niet de ambtenaren van het Riziv zijn die de honoraria verdelen, wel de artsenvertegenwoordigers zelf, meerderheid tegen minderheid,  in akkoord met de ziekenfondsen. En die laatste hebben meestal wel oren naar geloofwaardige dossiers.



We durven op uw medewerking rekenen om nieuwe leden te werven.



met collegiale groeten,  het ASGB-bestuur

                                                                            


Publicatie: 2008-05-22
 
FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID                 

                                                                            

29 APRIL 2008. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 februari 2007 tot vaststelling van de voorwaarden en de modaliteiten volgens welke het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering een financiële tegemoetkoming toekent voor de

werking van de representatieve beroepsorganisaties van de geneesheren
 
ALBERT II, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, inzonderheid op artikel 36nonies, ingevoegd bij de wet van 22 december 2003;

Gelet op het koninklijk besluit van 25 februari 2007 tot vaststelling van de voorwaarden en de modaliteiten volgens welke het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering een financiële tegemoetkoming toekent voor de werking van de representatieve beroepsorganisaties van de geneesheren, inzonderheid op artikel 3 en op artikel 5;

Gelet op het voorstel van de Nationale Commissie Geneesheren-Ziekenfondsen gegeven op 26 november 2007;

Gelet op het advies van het Comité van de Verzekering voor Geneeskundige Verzorging gegeven op 28 januari 2008;

Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 10 maart 2008;

Gelet op de akkoordbevinding van Onze Staatssecretaris voor Begroting, gegeven op 11 april 2008;

Gelet op de wetten op de Raad van State gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid,

Gelet op het feit dat het huidige koninklijk besluit onmiddellijk moet worden genomen en bekendgemaakt, aangezien de beroepsorganisaties bedoeld in artikel 36nonies van de voormelde wet van 14 juli 1994 momenteel alle personeels- en werkingsuitgaven voor hun vertegenwoordiging dragen; dat het bijgevolg noodzakelijk is dat het toegekende bedrag voor 2007 zo snel mogelijk wordt vastgesteld en gedeeltelijk ter beschikking wordt gesteld van die beroepsorganisaties voor het werk dat ze in de instanties van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering verrichten; dat de uitvoering van een systeem met voorschotten en aftrekken, ingevoerd door het voornoemde koninklijk besluit van 25 februari 2007 precies tot doel heeft te vermijden dat die organisaties in een onzekere financiële situatie worden geplaatst;

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1. In artikel 3 van het koninklijk besluit van 25 februari 2007 tot vaststelling van de voorwaarden en modaliteiten volgens welke het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering een financiële tegemoetkoming toekent voor de werking van de representatieve beroepsorganisaties van de geneesheren, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° § 2 wordt vervangen als volgt :

« Voor het jaar 2006 wordt het basisbedrag bedoeld in § 1, 1°, vastgesteld op 125.000 euro per representatieve beroepsorganisatie en wordt het aanvullend bedrag bedoeld in § 1, 2°, vastgesteld op 34,24 euro per geldige uitgebrachte stem.

Vanaf 2007 tot en met 2010 wordt het basisbedrag bedoeld in § 1, 1°, vastgesteld op 125.000 euro en het aanvullend bedrag bedoeld in § 1, 2° vastgesteld op 40,21 euro per geldige uitgebrachte stem. »

2° § 3 wordt vervangen als volgt :

« Vanaf 2008 worden de bedragen bedoeld in § 2, tweede lid, aangepast aan de index van de consumptieprijzen die van kracht zijn op 1 maart van het betrokken jaar. »

Art. 2. In artikel 5 van het voormelde koninklijk besluit van 25 februari 2007, wordt § 1, eerste lid, als volgt vervangen :

« 75 % van het bedrag, vóór 31 maart van het desbetreffende jaar en wat 2007 betreft, in de maand die volgt op de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad. »

Art. 3. Onze minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 29 april 2008.

ALBERT

Van Koningswege :

De minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,

Mevr. L. ONKELINX




 

2026.049

Pijntherapie en rugchirurgie: reactie ASGB op de Pano-reportage

 

Als syndicaat betreuren we de commotie die vorige week ontstaan is n.a.v. verschillende persberichten en reportages over pijntherapie en rugchirurgie. Halsoverkop en emotioneel reageren helpt niemand vooruit, maar nu het stof weer is gaan liggen, is het wel tijd voor duidelijke en gedragen standpunten.

2026.048

Nieuwe vergoedingsregels bij radiofrequente ablatie van schildklierpathologie

 

Op 4 mei 2026 werd een Ministerieel Besluit gepubliceerd i.v.m. de tegemoetkoming voor invasieve hulpmiddelen bij radiofrequente ablatie van schildklierpathologie.

Het besluit bevat criteria die gelden voor de verplegingsinrichting, voor de patiënt en voor het hulpmiddel zelf.

Daarnaast bevat het regels over de attestering en de aanvraagprocedure.

Het besluit is in voege getreden op 1 april 2026. 

In de pdf als bijlage bij dit bericht vindt u de tekst ervan. 

2026.047

Nieuwe nomenclatuur i.v.m. spirometrie en ergospirometrie vanaf 1 juni 2026

 

Op 30 april 2026 werd een KB met besparingsmaatregelen i.v.m. spirometrie en ergospirometrie gepubliceerd.

Aanleiding was de vaststelling door de DGEC van een reeks niet-conforme aanrekeningen en cumuls (waarover ook heel wat discussie bestond).

Het Kartel heeft de aandacht gevestigd op de onderwaardering van de ergospirometrie en vroeg daarvoor een beperkt bijkomend budget in de behoeftenfiches voor 2026 (zie wordfile als bijlage bij dit bericht). 

We werden daarin echter niet gevolgd door de andere partners.