Interpretatieregel geriatrie

ASGB-BERICHT 2008.085


Geachte Collega,



In het BS van 15/5/08 verscheen een interpretatieregel i.v.m. het voorschrijven van bepaalde geneesmiddelen door de geriater.



Met collegiale groeten, het ASGB-bestuur.
 


Publicatie: 2008-05-15

                                                                            
FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID EN RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE-
EN INVALIDITEITSVERZEKERING.
 
Interpretatieregel

Op voorstel van de Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen van 18 maart 2008 en in uitvoering van artikel 22, 4°bis, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, heeft het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging op 21 april 2008 de hierna volgende interpretatieregel vastgesteld :

Interpretatieve regel voor de reglementering van de farmaceutische specialiteiten opgenomen in hoofdstuk IV van de bijlagen bij het koninklijk besluit van 21 december 2001, waarbij de arts-specialist in inwendige geneeskunde als voorschrijvende arts vermeld is.

Vraag :

In welke mate slaan de reglementeringen van farmaceutische specialiteiten op de geriater (tijdelijk RIZIV n° -581 en binnenkort nieuw RIZIV n° -180), wanneer een arts-specialist in inwendige geneeskunde vermeld is als arts-specialist die gemachtigd is de betreffende aanvraag voor vergoeding op te stellen gericht aan de adviserend arts? Met de nieuwe erkenning van geriaters, zijn deze inderdaad geen internist.

De vraag slaat niet op de internisten-geriaters (RIZIV n° -580).

Antwoord :

Door het bestaan van de bijzondere titel van geriater naast deze van internist-geriater, is het aantal farmaceutische specialiteiten die betrokken zijn in deze vraag, talrijk. Het gaat immers niet alleen om geneesmiddelen waarvoor een internist-geriater vereist is zoals b.v. anti-Alzheimer geneesmiddelen. Het gaat eveneens om verscheidene farmaceutische specialiteiten in het domein van de ziekte van Parkinson, mycoses, bepaalde cytostatica, geneesmiddelen voor de behandeling van osteoporose e.d. waar de erkenning van arts-specialist in inwendige geneeskunde vereist is voor terugbetaling in hoofstuk IV.

In het geval een arts-specialist een erkenning heeft gekregen in de geriatrie kan de geneesheer-adviseur de vergoedingsvoorwaarde met betrekking tot de kwalificatie in het specialisme inwendige geneeskunde beschouwen als voldaan, en dit in uitvoering van de bepalingen van hoofdstuk IV van het koninklijk besluit van 21 december 2001 waarbij een dergelijke kwalificatie vereist is om gemachtigd te zijn een betreffende aanvraag voor vergoeding te richten aan de geneesheer-adviseur.

De voorgenoemde regel treedt in werking op 1 maart 2008.

2026.049

Pijntherapie en rugchirurgie: reactie ASGB op de Pano-reportage

 

Als syndicaat betreuren we de commotie die vorige week ontstaan is n.a.v. verschillende persberichten en reportages over pijntherapie en rugchirurgie. Halsoverkop en emotioneel reageren helpt niemand vooruit, maar nu het stof weer is gaan liggen, is het wel tijd voor duidelijke en gedragen standpunten.

2026.048

Nieuwe vergoedingsregels bij radiofrequente ablatie van schildklierpathologie

 

Op 4 mei 2026 werd een Ministerieel Besluit gepubliceerd i.v.m. de tegemoetkoming voor invasieve hulpmiddelen bij radiofrequente ablatie van schildklierpathologie.

Het besluit bevat criteria die gelden voor de verplegingsinrichting, voor de patiënt en voor het hulpmiddel zelf.

Daarnaast bevat het regels over de attestering en de aanvraagprocedure.

Het besluit is in voege getreden op 1 april 2026. 

In de pdf als bijlage bij dit bericht vindt u de tekst ervan. 

2026.047

Nieuwe nomenclatuur i.v.m. spirometrie en ergospirometrie vanaf 1 juni 2026

 

Op 30 april 2026 werd een KB met besparingsmaatregelen i.v.m. spirometrie en ergospirometrie gepubliceerd.

Aanleiding was de vaststelling door de DGEC van een reeks niet-conforme aanrekeningen en cumuls (waarover ook heel wat discussie bestond).

Het Kartel heeft de aandacht gevestigd op de onderwaardering van de ergospirometrie en vroeg daarvoor een beperkt bijkomend budget in de behoeftenfiches voor 2026 (zie wordfile als bijlage bij dit bericht). 

We werden daarin echter niet gevolgd door de andere partners.