elektronische lezing van een identiteitsdocument 

ASGB-BERICHT 2016.124

Geachte collega

In het BS van 3/11/2016 verscheen een verordening i.v.m. de modaliteiten van elektronische lezing van een identiteitsdocument

met collegiale groeten, het ASGB-bestuur


Publicatie: 2016-11-03

RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING
 
3 OKTOBER 2016. - Verordening tot wijziging van de verordening van 28 juli 2003 tot uitvoering van artikel 22, 11° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994
 
Het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering,
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, artikels 22, 11° en 53 § 1, laatstelijk gewijzigd door de wet van 17 juli 2015;
Gelet op de verordening van 28 juli 2003 tot uitvoering van artikel 22, 11° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
Na erover te hebben beraadslaagd in zijn vergadering van 3 oktober 2016,
Besluit :
Enig artikel. In de verordening van 28 juli 2003 tot uitvoering van artikel 22, 11° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wordt een hoofdstuk XV/1 ingevoegd, luidende :
« Hoofdstuk XV/1 Modaliteiten van elektronische lezing van een identiteitsdocument
Afdeling 1. Gemene bepalingen
Onderafdeling 1. Inleidende bepaling
Art. 32/1. Dit hoofdstuk stelt de modaliteiten vast van elektronische lezing van het identiteitsdocument door de zorgverleners die overeenkomstig artikel 53 van de wet verplicht zijn om de identiteit van de patiënt op elektronische wijze te verifiëren om de derdebetalersregeling toe te passen.
Onderafdeling 2. De identiteitsdocumenten
Art. 32/2. De identiteitsdocumenten die gebruikt kunnen worden om de identiteit te verifiëren zijn, in deze volgorde, de volgende :
- de geldige Belgische elektronische identiteitskaart, de geldige elektronische vreemdelingenkaart of het geldig elektronisch verblijfsdocument;
- het geldig attest van verlies of diefstal van een voormeld document;
- de geldige ISI+-kaart;
- het geldig attest van sociaal verzekerde in de situaties bedoeld in artikel 6 van het koninklijk besluit van 26 februari 2014 tot uitvoering van de wet van 29 januari 2014 houdende bepalingen inzake de sociale identiteitskaart en de ISI+-kaart.
Art. 32/3. In overeenstemming met de voormelde wet van 29 januari 2014, zijn de sociaal verzekerden ertoe gehouden om de identiteitsdocumenten bedoeld in artikel 32/2 voor te leggen opdat toepassing wordt gemaakt van de derdebetalersregeling.
Onderafdeling 3. Verificatie identiteit
Art. 32/4. Behoudens andersluidende bepaling, geeft elk contact met de rechthebbende aanleiding tot de elektronische lezing van het identiteitsdocument.
In geval van gebruik van een identiteitsdocument dat een chip omvat, dient de zorgverlener de chip in te lezen.
Als de zorgverlener gebruik maakt van een identiteitsdocument zonder chip of in geval van onbeschikbaarheid van de kaartlezer, heeft hij de keuze tussen :
- het inlezen van de streepjescode indien mogelijk,
- de manuele invoering van de gegevens bepaald in onderafdeling 5.
Onderafdeling 4. Panne informaticasysteem
Art. 32/5. Behoudens andersluidende bepaling, kan de zorgverlener, in geval van panne van zijn informaticasysteem, hetzij gebruik maken van het papieren getuigschrift voor verstrekte hulp dat is voorzien voor zijn beroepscategorie hetzij de elektronische facturatie uitstellen. In dit laatste geval, voert hij de gegevens bepaald in onderafdeling 5 op manuele wijze in.
De zorgverleners stellen alles in het werk om de pannes aan hun lezers en/of informaticasystemen zo snel mogelijk te verhelpen of te laten verhelpen.
Onderafdeling 5. Geregistreerde gegevens
Art. 32/6. Elke elektronische lezing van een identiteitsdocument of vignet geeft aanleiding tot de registratie van de volgende gegevens :
- de aard van het identiteitsdocument (of van het vignet) en, in voorkomend geval, het serienummer van de drager;
- het type gegevensopvang (lezing van chip of lezing van streepjescode);
- in geval van gebruik van het vignet, de reden van dit gebruik;
- de datum en het uur van de gegevensopvang.
Art. 32/7. Als reden voor het gebruik van het vignet moet één van de volgende situaties voorliggen :
- afwezigheid rechthebbende tijdens verstrekking en geen gelijktijdige aanwezigheid rechthebbende en zorgverlener vereist;
- rechthebbende bezit geen identiteitsdocument zoals bedoeld in artikel 32/2.
Art. 32/8. In geval van manuele invoering bedoeld in artikels 32/4 en 32/5 geeft de zorgverlener het INSZ van de rechthebbende in alsook in voorkomend geval het serienummer van het identiteitsdocument of vignet.
Behoudens de manuele invoering bedoeld in artikel 32/5 wordt de datum en het uur van de manuele invoering door de zorgverlener van de gegevens bedoeld in de huidige onderafdeling geregistreerd.
De zorgverlener preciseert de reden van de manuele invoering; hiertoe moet één van de volgende situaties voorliggen :
- onbeschikbaarheid van kaartlezer;
- gebruik identiteitsdocument zonder chip;
- panne informaticasysteem.
Art. 32/9. Het hergebruik van gegevens in verband met een contact in het verleden is verboden.
Art 32/10. Een kopie van het bewijsstuk uitgereikt aan de patiënt overeenkomstig artikel 53, § 1/2 van de wet en dat overeenstemt met de aangerekende verstrekkingen dient in verband te worden gebracht met de verificaties van de identiteit uitgevoerd voor deze verstrekkingen en moet gereproduceerd kunnen worden door de zorgverlener.
Afdeling 2. Modaliteiten van elektronische lezing van een identiteitsdocument door de verpleegkundigen.
Art. 32/11. In de verzorgingsinstellingen waarin de verantwoordelijke van de instelling (of zijn afgevaardigde) de identiteitsdocumenten van de bewoners bewaart, kan de elektronische lezing van alle identiteitsdocumenten door de verpleegkundige gebeuren op de dag dat de verstrekkingen werden verleend nadat alle zorgen werden verleend.
Art. 32/12. De verzekeringsinstellingen lijsten de gevallen op waarin de verpleegkundige in ten minste 10 % van de verstrekkingen die hij aanrekent bij toepassing van de derdebetalersregeling gebruik maakt van de manuele invoering zoals bedoeld in artikel 32/4 en het gebruik van het vignet.
Brussel, 3 oktober 2016.
De leidend ambtenaar,
H. DE RIDDER
De voorzitter,
J. VERSTRAETEN

2026.044

Correcties op de nomenclatuur inzake rusthuisbezoeken gepubliceerd

 

Op 22 april 2026 zijn een aantal KB’s en een interpretatieregel gepubliceerd die de in 2024 nieuw ingevoerde nomenclatuur voor bezoeken in een WZC corrigeren. Het gaat m.a.w. om nomenclatuurnummer 106610 en aanverwanten.

Sommige aanpassingen betreffen eerder ‘teksttoilet’ van de in 2024 gepubliceerde KB’s (gebruik van de juiste terminologie) maar twee punten zijn dermate belangrijk dat we ze nog eens uitdrukkelijk vermelden.

Eén gaat over het GMD van een WZC-patiënt en het ander over het zgn. ongewoon bezoek.

 

2026.043

Nieuwe huisartsennomenclatuur voor palliatieve zorg vanaf 1 juni '26

 

Op 20 april 2026 zijn drie KB’s in het Staatsblad gepubliceerd over de ondersteuning van de huisarts m.b.t. palliatieve patiënten.

Er worden (vanaf 1 juni 2026) twee forfaitaire honoraria ingevoerd die het opstellen van een ACP (advanced care planning) aanvullen:

2026.042

Nog twee aanmeldmomenten in 2026 voor de New Deal

 

In 2024 startte een nieuw financieringsmodel voor de huisartsgeneeskunde, naast de betaling per prestatie en het forfaitaire systeem: de New Deal. Dit systeem houdt het midden tussen de twee bestaande systemen en bestaat uit drie financieringsstromen: betaling per prestatie, capitatiefinanciering en premies.

Indien u zich nog wil aanmelden in 2026 voor dit systeem, zijn er nog twee momenten waarop dat kan: