Wanneer nog op papier medicatie voorschrijven?

ASGB-BERICHT 2021.168
Icoon theme huisartsen

Op 1 januari 2020 werd het e-voorschrift of elektronisch medicatie voorschrijven ingevoerd, toen weliswaar nog met de verplichting om een papieren bewijs mee te geven met de patiënt, dus in die zin was het nog niet ‘full-elektronisch’. Op 15 september jl. is dat laatste echter veranderd. Mits uw patiënt ermee akkoord gaat, hoeft u immers geen papieren bewijs van het e-voorschrift meer mee te geven. In die zin spreekt men sindsdien van papierloos of ‘full-elektronisch’ voorschrijven. De patiënt kan bij de apotheker zijn medicatie bekomen gewoon op vertoon van zijn e-id of een bericht op zijn smartphone.

Dat het e-voorschrift ‘papierloos’ geworden is, wil echter niet zeggen dat er sinds 15 september 2021 niet meer ‘op papier’ voorgeschreven kan worden. Dat is wél nog het geval, meer bepaald in dezelfde drie situaties als vóór 15 september 2021. Aan die uitzonderingen is dus niks veranderd.

Het gaat om twee situaties die voor alle artsen gelden:

  • Wanneer de arts buiten zijn kabinet is, bv. op huisbezoek of in een rusthuis.
  • Wanneer er sprake is van overmacht, bv. een buitenlandse patiënt zonder INSZ-nummer, e-health functioneert niet, enz. .

Daarnaast is er een uitzondering, ook bij raadplegingen, voor artsen die op de datum van de invoering van het elektronisch voorschrijven, dus op 1 januari 2020, al 64 jaar of ouder waren. Zij waren en zijn nog steeds niet verplicht om over te schakelen op de elektronische vorm. Zij mochten en mogen dus nog altijd met klassieke papieren voorschriften verder blijven doen. Maar opgelet, u moest wel al minstens 64 jaar zijn op 1 januari 2020 om onder deze uitzondering te vallen. Moet u nog 64 jaar worden, dan is dat dus niet het geval.

U kunt zelf gepersonaliseerde, voorgecodeerde voorschriften aanmaken via een nieuwe dienst op MyRiziv, of u kunt dit uiteraard nog steeds zoals vroeger, uitbesteden aan een drukker.