*Euthanasie en levenseinde
Voor het ASGB zijn euthanasie en handelingen bij het
levenseinde geen thema’s om zich syndicaal te profileren. Een artsensyndicaat
kan niet namens de individuele leden een standpunt innemen over ethische maatschappelijke
problemen die niet behoren tot de doelstellingen van het syndicaat. Er moet wel over gewaakt
worden dat de beroepsbelangen niet geschaad worden.
Al lang realiseert men zich dat het verloop
van het levenseinde in meerdere of mindere mate medisch kan worden beïnvloed.
Men beschouwt het niet (meer) als vanzelfsprekend dat de artsen alléén de
beslissingen nemen. De wens van de patiënt zelf is nu de beslissende factor.
Het huidige registratiedocument biedt aan de patiënt de garantie dat de
euthanasie zal worden uitgevoerd volgens de zorgvuldigheidsvereisten. Een
Federale Controle- en Evaluatiecommissie ziet toe op de naleving van de wet die
intussen algemeen
maatschappelijk aanvaard lijkt.
Op dit moment is een discussie gaande of de wet moet worden uitgebreid. Zo ja, dan zal het ASGB er blijven op toezien dat er voldoende garanties zijn voor elke arts om een euthanasie in eer en geweten uit te voeren zonder vrees voor gerechtelijk ingrijpen achteraf.
De
euthanasiewet volstaat echter niet om aan de wensen van alle patiënten tegemoet
te komen. Het
wordt bv. algemeen als goed medisch handelen aanzien om af te zien van
therapeutische hardnekkigheid. Hulp bij zelfdoding en staken van uitzichtloze medische en paramedische
zorg die slechts verlenging van het lijden tot gevolg hebben, vallen niet onder
de noemer euthanasie en zijn ook niet wettelijk geregeld. Het gevolg is dat
artsen die hun verantwoordelijheid t.o.v. hun
patiënten opnemen soms volledig ten onrechte met veel mediatieke
aandacht gerechtelijk vervolgd worden.
Een oplossing kan zijn om bij een ongeneeslijke
ziekte met een onafwendbaar ongunstige evolutie in het vooruitzicht, de morele en
juridische verantwoordelijkheid niet langer door één arts alleen te laten
dragen. Een beslissing kan ondersteund worden door een college van artsen,
bestaande uit de behandelende arts en één of twee artsen deskundig in de betreffende
pathologie. Het besluit moet genomen worden na volledige kennisname van het medisch dossier, en moet hierin gemotiveerd neergeschreven
worden. Het zou daarom onaanvaardbaar zijn om de sereniteit en de delicate
context van dergelijke beslissing te situeren in een
kader dat buiten de professionele bevoegdheid valt.
Het lijkt ons niet mogelijk om alle
handelingen rond het levenseinde verplicht te registreren, wel bepleit het ASGB
meer openheid. Uit recent onderzoek bleek dat het grootste deel van de
beslissingen over levensbeëindigend handelen nog altijd wordt genomen door
artsen alleen. Misschien kan het veralgemeend invoeren van een
"levenstestament", waarin een patiënt aangeeft waar voor hem in een
aantal omstandigheden de grenzen liggen, het taboe helpen opheffen.
De verloning van de huisarts bij de palliatieve verzorging is adequaat. Alleen het bedrag voor een bezoek aan een patiënt in een palliatieve eenheid moet omhoog en de verhoogde terugbetaling voor een palliatieve patiënt moet ook in een RVT worden voorzien.
Voor een euthanasie is tot nu toe geen enkele vergoeding voorzien, hoewel dit zeer veel tijd en energie vraagt.
Recent onderzoek toonde aan dat weinig artsen op de hoogte zijn van de juiste procedures. Daarom is een initiatief als de vorming van LEIF-artsen toe te juichen. Zij kunnen collega's, die dat wensen, raad geven en steunen. Ook kunnen zij als tweede raadgevende arts optreden en garantie bieden dat het euthanasieverzoek werkelijk gegrond is. Het ASGB vraagt daarom een vergoeding voor dit optreden als tweede raadgevende arts.