*Contingentering

Hoewel vrijheid van onderwijs belangrijk is zijn de nefaste gevolgen van de Belgische artsenplethora op de volksgezondheid en de ontsporing van de gezondheidsuitgaven dat evenzeer.

Samen met Italië en Griekenland is België wereldkampioen in het aantal artsen per aantal inwoners. Veel artsen hebben niet meer de kans om voldoende ervaring op te doen en om hun kennis en kunde te onderhouden.

Voorbeeld: vele gynecologen bereiken de activiteitsdrempel voor hun discipline niet en kunnen niet geaccrediteerd worden. Indien accreditering dan werkelijk een kwaliteitslabel is dan betekent dit dat deze artsen ook geen kwaliteitsvolle zorg meer kunnen leveren. Hun inkomen uit bevallingen is nauwelijks voldoende om er de premie beroepsaansprakelijkheid mee te betalen. Een aantal specialisten tracht dit te compenseren door eerstelijnsgeneeskunde te beoefenen waardoor de relaties met de huisartsen vertroebeld worden. Een te hoog aanbod van zorgverstrekkers leidt tot ontsporing van de uitgaven met daarna lineaire correctiemaatregelen die door iedereen gevoeld worden.

Om al deze redenen heeft het ASGB het invoeren van de contingentering met een beperking aan de instroom, steeds verdedigd.

Het is een schande dat de Franstalige Gemeenschap en de Franstalige universiteiten zich nooit aan de afspraken gehouden hebben en de studenten zelfs als chantagemiddel gebruikt hebben om hogere quota af te dwingen. Het is al even schandalig dat de minister daarvoor ook gezwicht is en het contingent, nauwelijks een goed jaar nadat het systeem moest van start gaan, al heeft aangepast.

In tegenstelling tot wat recent vaak beweerd wordt is er helemaal geen tekort aan artsen ontstaan. Het corps groeit nog jaar na jaar verder aan. De Planningscommissie heeft wel degelijk rekening gehouden met de vervrouwelijking van het beroep en het feit dat jongere artsen niet meer bereid zijn om evenveel te werken als vroegere generaties. Waar de Planningscommissie geen rekening mee gehouden heeft is de grotere uitstroom die de laatste jaren in een aantal disciplines, vnl. in de huisartsgeneeskunde, ontstaan is. Na 5 jaar blijken heel wat afgestudeerden uit het beroep te zijn verdwenen, of uitgeweken naar het buitenland. Er ontstaat dus wel een selectief tekort in sommige disciplines. Zowat een vijfde van de Vlaamse kinderpsychiaters is uitgeweken naar Nederland terwijl bij ons wachtlijsten ontstaan. Dit is te wijten aan de slechte verloning en de slechte werkomstandigheden van sommige disciplines. Dit lost men natuurlijk niet op met meer artsen te produceren, wel door de werkomstandigheden te verbeteren. Het is dus even belangrijk om praktiserende artsen in het beroep te houden als om er nieuwe op te leiden.

Ziekenhuizen doen graag beroep op assistenten om de wachtdiensten te verzekeren. Ook al een fout argument om meer specialisten op te leiden. Wat er na de opleiding met hen gebeurt lijkt minder belangrijk. Wij pleiten voor een verhoging van de intramurale permanentiehonoraria zodat daarvoor gekwalificeerde specialisten kunnen aangetrokken worden i.p.v. assistenten of huisartsen. Nog vóór een eventuele latere daling van het aantal artsen zal hierdoor werk voor jonge specialisten vrijkomen. Dit zal bovendien de kwaliteit van de acute zorg ten goede komen.