*Universitaire ziekenhuizen.

Een van de belangrijkste streefdoelen lijkt ons de opsplitsing van de budgetten voor onderwijs en onderzoek aan de ene kant en die voor klinische zorg aan de andere kant. Artsen die voor een universitaire loopbaan gekozen hebben krijgen in de praktijk al te vaak te maken met een onverbiddelijke economische logica die het wetenschappelijk onderzoek belemmert. Beheerders zetten hun artsen aan om meer omzet te realiseren. Verlieslatende diensten worden geculpabiliseerd of worden zelfs afgestoten.

Indien het de overheid menens is met haar plannen voor innovatie dan moeten daarvoor ook in de gezondheidszorg de nodige middelen voor gereserveerd worden. De klinische zorg kan dan, rekening houdend met de ernst van de pathologie, op dezelfde manier gefinancierd worden als in de andere ziekenhuizen. Op die manier kan de financiering ook transparanter verlopen en kunnen eindeloze discussies met de andere ziekenhuizen over de verdeling van de budgetten, vermeden worden.

Het ASGB ijvert ervoor om het ziekenhuiswerk terug aantrekkelijker te maken en stelt voor om de ziekenhuisraadpleging extra op te waarderen. De Bvas verzet zich hiertegen.

We wensen de onverkorte uitvoering van de voorstellen van de werkgroep spoed-urgentiegeneeskunde met o.a. de invoering van een uniform spoedraadplegingshonorarium, ongeacht de basisdiscipline van de urgentist en een forse opwaardering van de permanentiehonoraria voor intramurale wachtdienst. De Bvas verzet zich hiertegen.

Ook universitaire artsen hebben o.i. recht op een RIZIV-sociaal statuut en dit moet zo blijven. Het ASGB stelt voor om het bedrag te verhogen tot €5.400.