*Beroepsaansprakelijkheid.
In de beroepsaansprakelijkheid moet het accent verschuiven van schade-fout-vergoeding naar schadepreventie en risk management. Er moet een register van schadeclaims worden aangelegd en gepubliceerd zodat met specifieke maatregelen de meest frequente problemen kunnen voorkomen worden.
Het preventieve aspect van het aansprakelijkheidsrecht wordt best behouden.
De prijszetting door de verzekeringsmaatschappijen moet op transparante wijze verantwoord worden.
Indien de overheid een no fault systeem wil invoeren als bijkomende tak van de sociale zekerheid dan moet ze daarvoor ook zelf de nodige middelen voorzien. Dit lijkt ons echter een bijzonder moeilijk te begroten operatie en de spoedig vastgestelde tekorten kunnen dan niet op de artsen verhaald worden.
Ook in een no fault systeem zal de patiënt het recht behouden om naar de rechtbank te stappen en zullen de artsen verplicht zijn om zich persoonlijk te blijven verzekeren.
Tijdens onderhandelingen met de minister eind 2004 werd verkregen dat de premies voor burgerlijke aansprakelijkheid gesubsidieerd worden via het budget van financiële middelen van het ziekenhuis. Vanaf 1 juli 2005 via een inhaalbedrag, en vanaf 1 juli 2006 via het onderdeel B1. Het is aan de medische raden om dit bedrag intern verder te verdelen onder de artsen die minstens 2 stemmen hebben bij de verkiezing van de medische raad.
Het ASGB heeft voor zijn leden een korting van 10% verkregen op alle premies voor verzekeringen afgesloten bij AMMA. AMMA is overigens een van de enige maatschappijen die een sluitend fact occurrence contract aanbiedt.
Medische aansprakelijkheid : crisis of uitdaging ?
Tekst symposium beroepsaansprakelijkheid van 14 juni 2000
Dr. Robert Rutsaert
ASGB voorzitter
Voor de patiënt is er in de eerste plaats het feit dat hij lichamelijke en morele schade ondervindt, ongeacht of deze schade ooit vergoed wordt. De bewijslast om een fout en een oorzakelijk verband met de geleden schade aan te tonen is vaak moeilijk. Meer dan eens is er een gedeelde verantwoordelijkheid en weet de patiënt niet goed tot wie zich te wenden, één of meerdere artsen of het ziekenhuis. De procedures zijn vaak onstellend langdurig en uiteindelijk blijkt de meerderheid van de klachten - al dan niet terecht - te worden verworpen.
In het ziekenhuis leiden schadeclaims geregeld tot interne conflicten tussen artsen en directie. Minnelijke schikkingen worden vaak toegestaan buiten de verzekering om negatieve publiciteit - waarmee vaak vlot gedreigd wordt - te vermijden.
De geresponsabiliseerde ziekenfondsen ondervinden dat de stijging van de verzekeringspremies van de artsen één van de elementen is die druk op de honoraria houdt. In het kader van de ledenverdediging zien zij het als hun taak om klachtenprocedures te initiëren of te begeleiden.
De verzekeraars klagen dat het steeds moeilijker wordt om een budgettair evenwicht in de sector te behouden. Gezien de vaak zeer laattijdige definitieve afhandeling (pas volledige zekerheid na de wettelijke verjaring na 20 jaar) is het moeilijk om de juiste provisies aan te leggen.
Voor de overheid stelt zich een imagoprobleem indien de medische aansprakelijkheid continu in het brandpunt van de belangstelling blijft staan.
Voor de artsen zijn de problemen legio :
Hoe groot het probleem in België is, is
nauwelijks te achterhalen. In Groot-Brittannië werd in 1998 berekend dat 1,8 miljard £ (met daarbij 1 miljard £ onrechtstreekse
kosten) op een totaal budget van 37 miljard £ (d.w.z. 1 £ op elke 12 £), nodig
was om schadeclaims te behandelen en uit te betalen. In Groot-Brittannië
betalen huisartsen een 10 keer hogere premie dan hun collegaís
op het continent. Toch stelt een zeer recente studie (BMJ,10.06.2000) deze
cijfers dan weer in vraag. Gecorrigeerd voor de toename in ziekenhuisactiviteit
zou er sedert 1990 een toename in het aantal claims
zijn van ëslechtsí 7% per jaar, goed voor 0,25% van
het budget.
In Nederland is er een jaarlijkse claimstijging van 5 % en een toename van de schade-omvang met 8 %.
In de Verenigde Staten is het probleem al langer bekend. De laatste jaren lijkt de aansprakelijkheidsproblematiek er echter stilaan gestabiliseerd en onder controle geraakt o.m. dankzij het feit dat de artsen zich organiseren in onderlinge maatschappijen en zelf hun verzekeringen beheren. Dergelijke vaststellingen halen blijkbaar veel minder gemakkelijk de media dan de verhalen over de toegekende megavergoedingen.
Jammer genoeg ontbreken in België behoorlijke cijfers. Enkele beroepsverenigingen (bv. de Vlaamse Vereniging voor Obstetrie en Gynecologie) volgen op basis van enquêtes hun eigen cijfers op maar van een echte nationale registratie is geen sprake. De verzekeraars slagen er niet in valabele schadestatistieken voor te leggen hoewel deze juist de verantwoording voor hun stijgende premies zouden moeten betekenen.
Indien het aantal schadeclaims inderdaad toeneemt dan zijn daarvoor meerdere oorzaken aan te halen :
"Most victims of medical negligence start out by seeking an
explanation, an apology and then an assurance that whatever went wrong will not
happen to someone else. Most say that if they had received a rapid public
investigation and prompt action against the negligent doctor or hospital, they
would have been satisfied."
Het is nuttig met deze bemerking rekening te houden indien men een hervorming van het systeem beoogt.
Ook zonder een majeure
hervorming (fault of no-fault)
kunnen talrijke aanpassingen binnen het huidig systeem
worden uitgevoerd om het systeem leefbaar te houden.
Voorstellen
Aan de andere kant zou het risicopreventiebeleid wel degelijk best gezamenlijk door artsen en ziekenhuis worden gevoerd. Daarom pleiten we voor aparte contracten voor artsen en ziekenhuizen bij één verzekeraar.
De uiteindelijke oplossing van de aansprakelijkheidsproblematiek zal echter door de artsen zelf moeten worden geleverd.
documentation : "it just
must be done to assure optimal patient care in the treatment room and optimal
physician defense in de court room"
education : "superior
knowledge brings superior responsability"
communication : "inadequate
communication greatly outweighs incompetency as being
the primary cause of medical errors of virtually every kind"
Door de toenemende grootte van de
ziekenhuizen, de fusies op meerdere campussen, de snellere turn-over,
wordt het medisch dossier één van de belangrijkste
communicatiemiddelen tussen artsen. Het is dan ook van het allergrootste belang
dat hieraan de nodige zorg en aandacht gegeven wordt.
Sommigen gaan nog een stap verder. In het VA Medical Center in Lexington, USA voert men een pro-actieve politiek waarbij elk ernstig incident, hetzij spontaan gemeld hetzij ontdekt via audit, op een eerlijke en hoffelijke wijze aan de patiënt of zijn vertegenwoordigers wordt meegedeeld ook al was de patiënt zelf totaal niet op de hoogte van het feit dat hij door een foutieve medische acte schade had geleden. Men stelde vast dat de goede verstandhouding tussen de patiënt en de artsen het ziekenhuis goed bleef en dat een schaderegeling kon getroffen worden gebaseerd op de werkelijk geleden fysieke en economische schade. Extra schadevergoedingen geïnduceerd door woede of wraaklust bleven meestal achterwege en het uiteindelijke, niet-verwachte, resultaat was een financiële besparing voor de instelling en een belangrijke besparing voor de overheid doordat minder claims voor de rechtbank moesten worden uitgevochten.
Het no-fault systeem wordt al geruime tijd voorgesteld als een alternatief voor de huidige foutaansprakelijkheid. Als alternatief kunnen wij het no-fault systeem niet aanvaarden. Door het loskoppelen van de fout en de aansprakelijkheid verdwijnt het preventief aspect van de huidige aansprakelijkheidsregeling. Hoewel de grote meerderheid van de artsen in elk systeem wel zal trachten zorgvuldig te handelen, is voor sommigen de beroepsaansprakelijkheid één van de enige preventieve middelen om hun gedrag bij te sturen. Op een ogenblik dat overal in de maatschappij, en niet in het minst in onze sector zelf, de responsabilisering hoog in het vaandel staat, zou het nogal paradoxaal zijn om op het gebied van de medische aansprakelijkheid net de tegenovergestelde richting in te gaan. Het hoofddoel van een no-fault systeem kan en mag niet zijn "het verhogen van de schadeloosstelling met minstens 20 %". Dit is een onzinnige stelling zonder gegevens over het aantal lichtzinnige of onterechte claims. Deze stelling reduceert bovendien het medisch aansprakelijkheidsprobleem tot een betalingsprobleem terwijl het in de eerste plaats een beheersingsvraagstuk is, of moet zijn. Zonder twijfel zal het aantal klachten verder toenemen. Burgers aanvaarden niet meer dat ze schade lijden en wanneer dit toch het geval is dan wordt gezocht naar een schuldige tot men compensatie bekomt ("the compensation culture is morally corrosive, encouraging greed while implying that live has no risks").
Een groot probleem is verder dat een voor een no-fault systeem tot op heden geen enkele zinnige raming werd opgemaakt. Recent werd gesproken van een bedrag tussen 350 miljoen en 3 miljard F (factor 9 verschil !). Met dergelijke variatie kan men beter toegeven dat een raming onmogelijk is. Een raming van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV) dat instaat voor de nationale bewaking van ziekenhuisinfekties schat dat de kosten van deze infekties in België kunnen oplopen van 4,5 tot 12 miljard F. Het is zeer de vraag hoe dit moet gerijmd worden met de bovengenoemde begroting.
Het Zweedse no-fault systeem wordt vaak als voorbeeld gesteld. De Zweedse schadestatistieken zijn nochtans allesbehalve geruststellend. Het aantal claims bedroeg 3.200 in 1975; 5.900 in 1985; 8.200 in 1995 en 9.500 in 1999 (+ 200 % sedert 1975; +50 % sinds 1990). Het aantal toegekende claims bedroeg 1.000 in 1975; 2.700 in 1985; 3.900 in 1995 en 5.300 in 1999 (+ 400 % sinds 1975, + 50 % sinds 1994). Het toegekende bedrag steeg van 499 miljoen in 1985 tot 1.080 miljoen in 1995 en tot 2.131 miljoen F in 1999 (+ 327 % sinds 1985, + 100 % sinds 1995, + 80 % sinds 1996). Men kan moeilijk beweren dat de evolutie van deze cijfers op een controle of beheersing van het probleem wijst.
Bovendien ligt ook in Zweden het percentage van de toegekende claims t.o.v. het aantal ingediende claims slechts rond de 45 %. Het is duidelijk dat ook in dergelijk systeem, wil men het leefbaar houden, niet alle wensen van de patiënten zullen kunnen worden ingewilligd en dat keuzes noodzakelijk blijven. Ook in Zweden berust de bewijslast van het oorzakelijk verband tussen het letsel en het schadeverwekkend feit bij de patiënt.
Een no-fault systeem in vervanging van de huidige aansprakelijkheidsregeling is principieel te verwerpen en financieel niet leefbaar.
We kunnen er wel mee akkoord gaan dat naast de foutaansprakelijkheid een fonds wordt opgericht ter vergoeding van de niet-foutieve medische schade. Dit fonds zou zich zeker in het begin moeten beperken tot de zwaarste schadegevallen en kan eventueel nadien, na een economische evaluatie, worden uitgebreid.
Ook voor het ernstig probleem van de seriële schade moet een oplossing gezocht worden, eventueel eveneens via de oprichting van een fonds.
De financiering van deze bijkomende vergoedingen kan echter onmogelijk ten laste van de artsen gelegd worden. Indien een arts zorgvuldig gewerkt heeft, indien er geen enkele fout kan worden aangetoond, dan is het niet te verantwoorden dat de financiële sanctie bij de arts zou gelegd worden. De defensieve geneeskunde zou dan pas volledig tot ontwikkeling komen.
Wij hopen dat deze overwegingen vanuit het standpunt van de artsen in aanmerking zullen genomen worden bij de uiteindelijke beslissingen. Een aantal eenvoudige principes moeten behouden blijven.
Elke Belg is verantwoordelijk voor de gevolgen van zijn daden. Het is best dat dit principe niet verlaten worden. De financiering van de foutaansprakelijkheid blijft ten laste van de medische sector.
There is
no free lunch. Men moet de bevolking
niet doen geloven dat met een no-fault systeem elke
eis automatisch zal worden ingewilligd. De invoering ervan zal aanzienlijke
extra middelen vragen, hetzij van de gemeenschap hetzij van de patiënten, maar
onder geen beding kunnen deze extra lasten aan de artsen worden aangerekend.
Líart de prévenir. De
uiteindelijke oplossing van de medische aansprakelijkheid kan niet komen van
méér of van andere vormen van schadeloosstellingen. In de eerste plaats zijn
maatregelen nodig ter ondersteuning van actieve audit
en risicopreventie.
"Medicine requires trust of doctors by patients. At all times patients must have confidence that their doctors will act in the patients interest and in their interest alone. Nothing can protect patients as well as trustworthy physicians. Trust cannot be acquired trough negotiation. Trust must be earned. The only way to earn trust is to be trustworthy. (J Cohen, NEJM)
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Brief van het ASGB aan de Federale Minister van Volksgezondheid in verband met de persberichten over het no-fault systeem (09/08/2000)
Antwerpen, 9 augustus 2000
Aan Mevrouw M. AELVOET, Minister Van
Volksgezondheid, Leefmilieu en Consumentenzaken
Kunstlaan 7
1210 BRUSSEL
Mevrouw de Minister,
Na het symposium over de beroepsaansprakelijkheid van 14 juni werd afgesproken dat de werkgroep onder leiding van de heer Decoster opnieuw zou samenkomen om te proberen de verschillende standpunten die die dag naar voor werden gebracht, verder te stroomlijnen.
Tijdens ons onderhoud van woensdag 26 juli stond het probleem van de beroepsaansprakelijkheid eveneens geagendeerd maar wegens tijdsgebrek werd de bespreking uitgesteld naar onze volgende vergadering van 20 september.
Wij zijn dan ook bijzonder ontgoocheld dat nu, in volle vakantieperiode, beslissingen worden genomen (cfr. VRT-nieuws dd. 5 augustus) waarbij de ganse last van het no-fault systeem op de rug van de artsen geschoven wordt.
Voor meerdere artsen worden de verzekeringspremies binnen het huidige aansprakelijkheidssysteem een zware last. Indien dan ook nog de premies voor de forfaitaire vergoedingen in het no-fault systeem door de artsen moeten worden gedragen - terwijl we reeds ettelijke malen voorspeld hebben dat dit systeem binnen de kortste keren zal ontsporen - is het evident dat dit voor ons een onaanvaardbare oplossing is. Het zal weinig moeite kosten om hierover met alle andere artsenverenigingen een consensus te vinden.
Wij vragen ons tevens af wat de zin is van verdere besprekingen wanneer de besluitvorming toch op deze wijze tot stand komt.
Met de meeste hoogachting,
Dr. Robert Rutsaert
Voorzitter
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
31-05-2002: Medische aansprakelijkheid en no fault principe
PERSMEDEDELING
Het ASGB heeft zich steeds verzet tegen het invoeren van een no- fault systeem zoals het door
deze regering
geconcipieerd werd. Eens te meer terecht zoals nu
blijkt. Gemakshalve maakt de regering er zich weer vanaf met
een populistische maatregel die niet alleen alle juridische principes tart maar
zoals voorspeld
financieel-economisch niet realiseerbaar is. Eens te meer worden de financiële
lasten dan maar doorgeschoven
naar de sector en met name naar de artsen. Het
evenredig verhogen van de honoraria en/of de verpleegdagprijs van
de ziekenhuizen is onzin omdat de uitgaven voor dit solidariteitsfonds
onmogelijk te voorspellen zijn (we weten
alleen dat ze vele malen hoger zullen liggen dan het huidige premie-incasso) en
omdat de ervaring voldoende
geleerd heeft dat degelijke honorariumverhogingen onmiddellijk gevolgd worden
door evenredige prijsverhogingen
(cfr. recente prijsverhoging voor de medische
software na het invoeren van een subsidie voor het elektronisch
medisch dossier). Dit gedrocht van een ontwerp moet door alle
artsenverenigingen met man en macht bestreden
worden. Deze regering wil zogezegd maatregelen nemen om het beroep terug
aantrekkelijker te maken. Met deze en
andere maatregelen van de laatste weken zou het verbazen indien er nog
kandidaten gevonden worden om de volgende
jaren de quota op te vullen.
Dr. Robert Rutsaert
Voorzitter ASGB