*Herijking van erelonen specialisten

Als multidisciplinair syndicaat wil het ASGB de belangen van àlle artsen verdedigen ongeacht hun discipline, hun statuut of hun plaats van tewerkstelling. Daarmee is in feite al gezegd dat de huidige netto- inkomensverschillen (x20), tussen specialisten met een vergelijkbare opleidingsduur en werkbelasting, voor ons zeer moeilijk liggen.

 

Hoe zijn de huidige enorme onevenwichten tussen technische en intellectuele akten/disciplines tot stand gekomen? In de Technisch Geneeskundige Raad wordt de nomenclatuur van elke discipline afzonderlijk behandeld, meestal dossier per dossier, zonder oog voor het bredere geheel. Meestal met grote inbreng van deskundigen uit de betrokken disciplines. De ijking met de andere disciplines wordt vaak vergeten. Nadien wordt elk dossier in de medicomut gestemd, meerderheid tegen minderheid, zonder grondige voorafgaande discussie over de prioriteiten die met de steeds beperkte budgetten toch zouden moeten gesteld worden.

Het ASGB heeft reeds bij herhaling gevraagd om de verhouding tussen TGR en medicomut te herzien. De medicomut zou eerst de beschikbare budgetten moeten alloceren en pas daarna zou de TGR binnen dat beschikbare budget de nomenclatuur technisch moeten aanpassen.

Zelden wordt de vergoeding tijdig aangepast aan de medische evolutie. Zo is het rationeel moeilijk te verklaren waarom een hartoperatie vandaag aan honorarium nog een veelvoud moet opbrengen van even lange en misschien moeilijker ingrepen in de algemene heelkunde zoals de slokdarm- of de pancreaschirurgie.

In de TGR worden sommige nieuwe prestaties ook abnormaal overgewaardeerd onder druk van bepaalde groepen. Sommige beroepsverenigingen beloven de syndicaten een groepsaansluiting in ruil voor bewezen diensten. Het ASGB heeft dergelijke werkwijze afgezworen, het andere syndicaat blijkbaar niet. Zo werd bij een vorige conventie nadat wij dit voorstel hadden afgewezen, toch (meerderheid tegen minderheid) 600 miljoen F besteed aan een oftalmologisch onderzoek, zoveel als het ganse budget voor de intellectuele akten van dat jaar. Misschien nog een reden om een financiering van de syndicaten vanuit de totale honorariummassa te voorzien?

 

Herijking is voor een stukje gerealiseerd in de laatste akkoorden. Onder druk van het ASGB en met de hulp van de minister zijn we zijn er in geslaagd om een opwaardering te verkrijgen voor de toezichthonoraria van geriaters, pediaters en (kinder-)psychiaters.

Tijdens de onderhandeling van het akkoord 2004-2005 heeft het Kartel zich verzet tegen een lineaire verdeling van het budget voor de intellectuele akten over alle specialistische disciplines heen. Dit zou hoogstens enkele eurocenten per raadpleging betekend hebben. Uiteindelijk werd ons voorstel aanvaard om prioritair een opwaardering te voorzien voor onderbetaalde disciplines of voor disciplines die door de recente besparingen getroffen werden: neurologie, (kinder)psychiatrie, pediatrie, reumatologie, geriatrie, oncologie, endocrinologie...). Jammer genoeg is door onbegrijpelijke administratieve problemen de opwaardering van de endocrinologen nog steeds niet gepubliceerd (daar waar die op 1.10.2004 had moeten ingaan).

Op voorstel van het ASGB zijn ook de psychotherapieën telkens mee opgewaardeerd.

Ook in alle andere disciplines wensen we uiteraard een opwaardering van de intellectuele akten, maar met het beschikbare budgetje was op dat ogenblik niet meer mogelijk. Tegelijk moeten de noodzakelijke technische prestaties uiteraard eveneens behoorlijk gefinancierd blijven.

Het 'in behandeling nemen' van een (chronische) patiënt moet meer gehonoreerd worden dan het uitvoeren van afzonderlijke technische akten. Indien de cardiologen bv. destijds tijdig de uitgaven voor fono- en vectocardiogram hadden geïncorporeerd in hun raadplegingshonorarium zoals door ons voorgesteld, dan hadden zij dit budget wellicht kunnen behouden terwijl het nu door het steriele verzet van de Bvas volledig verloren is.

Herijking betekent ook het wegwerken van medisch onverklaarbare consumptie- en financieringsverschillen. Elke euro die in een gesloten budget onterecht wordt uitgegeven gaat immers ten koste van een ander. Meer gemengde financiering – deels per prestatie, deels forfaitair- en individuele responsabilisering zijn daartoe de enige middelen. De referentiebedragen zullen de overconsumptie aan preoperatieve onderzoeken enigszins aan banden leggen. Na jaren van discussies zijn we er eindelijk in geslaagd om de forfaitaire honoraria per verpleegdag in de klinische biologie te laten herzien. De enorme regionale verschillen zullen daarmee eindelijk uitgevlakt worden. Ook in de verpleegdagprijs moeten de onevenwichten dringend herzien worden want specialisten met dezelfde tarieven en omzet zullen toch een totaal verschillend inkomen hebben wanneer in het ene ziekenhuis de structurele tekorten door de artsen moeten worden bijgepast terwijl het andere ziekenhuis dat bv. toevallig over hartchirurgie beschikt, tientallen miljoenen euro kan beleggen.

Wanneer we herijking bepleiten dan wil dat hoegenaamd niet zeggen dat iedere specialist evenveel moet verdienen. Niet in elke discipline is de opleidingsduur even lang, in sommige disciplines wordt voor elke bijzondere beroepstitel een bijkomend opleidingsjaar geëist. De werkbelasting, de fysieke belasting, en dan vnl. de wachtbelasting, verschilt zeer sterk van de ene discipline tot de andere. In sommige disciplines kan al het werk mooi op afspraak geregeld worden en bepaalt de arts zelf grotendeels zijn agenda. In andere disciplines is er een grote permanentie en beschikbaarheid vereist. Het is voor het ASGB evident dat die verschillen ook verschillend mogen en moeten gehonoreerd blijven, loon naar werk. Indien iedereen evenveel zou betaald worden dan zou men allicht spoedig voor de zwaarste disciplines geen kandidaten meer vinden. Deze evolutie is overigens nu al merkbaar. De beste kandidaat-specialisten kiezen minder dan vroeger voor de zwaardere inwendige en heelkundige disciplines en meer voor technisch ondersteunende disciplines en disciplines zoals dermatologie, oftalmologie.

In de praktijk wil het Kartel dat in de volgende conventies de intellectuele akten van de specialisten prioritair opgewaardeerd worden.

In het lopende akkoord is het mogelijk om de indexmassa vanaf 1 januari 2007 selectief aan te wanden ten voordele van de intellectuele akten. Of en in welke mate dit zal gebeuren zal niet zozeer van onze vertegenwoordigers afhangen dan wel van het resultaat van de verkiezingen. Van u dus.

Misschien moeten een aantal specialisten zich eens bezinnen over de vraag waarom de huisartsen bij wie het Kartel de meerderheid heeft, de laatste jaren wel een behoorlijke opwaardering gehad hebben, en de ondergewaardeerde specialistische disciplines voor wie de Bvas nog steeds de lakens uitdeelt veel minder.